Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.5

Doelgroep: wonen en zorg/ouderen

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent woonprogrammering

Het onderzoek van PC-kwadraat uit 2016 gaf aan dat er in principe voldoende toegankelijke woningen waren, maar dat er drie kwalitatieve problemen waren: De woningen zijn voor veel ouderen te duur; Er is geen evenwichtige spreiding over de stad; Woningen komen onvoldoende beschikbaar. Wat betreft dit laatste: deze woningen worden veelal bewoond door mensen voor wie dat minder of niet noodzakelijk is. Omdat het niet mogelijk en wenselijk is om deze groep te doen verhuizen, blijft er een opgave om in de toekomst de bestaande woningvoorraad door aanpassingen meer levensloopbestendig te maken. Door Mapification (voorheen Lab18) is een actualisatie van het onderzoek van PC-kwadraat uitgevoerd. De uitkomsten daarvan zijn opgenomen in het onderzoek van Companen naar kwetsbare doelgroepen uit 2020 Deze heeft alleen betrekking op de complexgebonden corporatiewoningen 17 ‘Huisvestingsopgave kwetsbare doelgroepen; gemeente Maastricht’, bureau Companen, juni 2020. De zorggeschikte reguliere woningen van VvE’s of andere huiseigenaren zijn niet in beeld gebracht, omdat deze woningen nergens goed zijn geadministreerd. Dat geldt ook voor de afzonderlijk aangepaste woningen met traplift en een aangepaste badkamer. De aanbod¬kant is hiermee niet geheel in beeld. Uit de analyse komt naar voren dat er in 2019 in de sociale huurwoningenvoorraad ruim 3.400 rollator- en rolstoelgeschikte woningen zijn (waarvan bijna 1.600 rolstoelgeschikt). Op de totale voorraad corporatiewoningen is dat ca. 17%. Tabel 9 Ontwikkeling aantal huishoudens 75+ doelgroep sociale huur versus huidig aanbod corporaties18 De grens is gelegd bij 75-plussers. Intramuraal wonende 75-plussers zijn niet meegeteld. Daarbij is gedachte dat een deel van de 75-plussers nog vele jaren niet is aangewezen op een dergelijke woning, omdat er nog geen mobiliteitsproblemen zijn. Aan de andere kant zijn er ook huishoudens jonger dan 75 jaar die wel op een dergelijke woning zijn aangewezen. 2019 2025 2030 Doelgroep sociale huur 75+ 3.438 3.892 4.346 Aantal rollatorgeschikte sociale huurwoningen 1.803 2.533 PM Aantal rolstoelgeschikte sociale huurwoningen 1.639 2.003 PM Totaal geschikt 3.442 4.536 PM Saldo +4 +644 PM Bron: Companen, 2020 (ontwikkeling doelgroep) en Prestatieafspraken 2021 (2020) (voorraadgegevens) De vergelijking tussen de ontwikkeling van de vraag en het aanbod laat zien dat vraag en aanbod in 2019 met elkaar in evenwicht waren en dat de komende jaren het aanbod sneller zal stijgen dan de vraag. Dat wil niet zeggen dat er daarmee geen fricties zijn, want de hiervoor gesignaleerde problemen van een betaalbaarheid, verdeling over de stad en de beschikbaarheid zullen hiermee niet direct zijn verdwenen. Uitgangspunt bij deze berekeningen is dat voor mensen van 75 jaar en ouder een rollator-geschikte woning het meest levensloopbestendig is. Dat wil niet zeggen dat alle 75-plussers een dergelijke woning nodig hebben. Er van uitgaande dat deze groep nog circa 10-15 jaar in die woningen zou kunnen wonen, is het zeer waarschijnlijk dat een groot deel van die leeftijdsgroep (dan rond de 90 jaar) slechter ter been wordt. Dan wordt het belangrijker dat de woningen toegankelijk en doorgankelijk zijn, om het langer thuis wonen mogelijk te maken. Met een rollatorgeschikte woning zijn ook mensen zonder zorgvraag geholpen, omdat het risico van een valpartij verminderd wordt en de woningen voor de komende jaren levensloopbestendig zijn: mochten de mensen gebreken krijgen, dan kunnen ze in de woning blijven wonen. Uiteraard zijn er ook mensen onder de 75, die een rollator- of rolstoelgeschikte woning nodig hebben door een fysieke beperking. Het onderzoek van Companen geeft geen inzicht in de vraag-aanbod verhoudingen in de particuliere huur- en koopsector. Wel is de totale groei van het aantal 75-plussers in beeld gebracht. De volgende tabel laat dit zien. Deze laat ook zien dat het groei van 75+ met een hoger inkomen groter is dan 75+-plussers met een laag inkomen. Tabel 10 Ontwikkeling aantal huishoudens 75+ 2019 2030 Ontwikkeling Doelgroep EC sociale huur 75+ 19 EC-doelgroep sociale huur: inkomen tot € 39.055,- en EC-doelgroep overig: € 39.055-€ 43.574,-. Corporaties mogen per jaar maximaal 10% van de vrijkomende woningen aan deze groep toewijzen EC-doelgroep. 3.438 4.346 +25% Doelgroep overig EC 75+ 1.794 2.280 +27% Overig 75+ 2.467 3.607 +46% TOTAAL 7.699 10.233 +33% In het woningmarktonderzoek van Stec is ook ingezoomd op de groeiende groep ouderen. Het aandeel 65-plussers in Maastricht is in de afgelopen jaren toegenomen van 18% in 2009 naar 21,5% in 2019. In dezelfde periode nam het aandeel inwoners tot 15 jaar af van 12,5% tot 10,5%, en het aandeel 25 tot 65-jarigen van 53% tot 49%. Er is dus sprake van vergrijzing: een groter aandeel ouderen ten opzichte van de totale bevolking. Stec heeft de behoefte aan extramurale woonvormen voor verschillende leeftijdsgroepen specifiek in beeld gebracht. Door diverse ontwikkelingen en trends is de ontwikkeling van de behoefte aan extramurale woonvormen minder eenduidig aan te geven dan de behoefte aan intramurale woonvoorzieningen. Er speelt de afbouw van bestaande zorg- en verpleegcentra, de hervorming van de intramurale geestelijke gezondheidszorg, de ambulantisering van de GGZ en de ambulantisering van beschermd wonen. De gevolgen hiervan zijn moelijker uit te drukken in prognoses. Volgens de berekeningen groeit deze groep tot 2030 in totaal met 580 personen. De groei zit vrijwel alleen bij de 75-plussers (+715). Tabel 11 Extramurale bevolking Maastricht, naar leeftijd en type zorgvraag in 2020 en 2030 Tabel 12 Extramurale bevolking Maastricht, naar type zorgvraag in 2020 en 2030 Wanneer wordt gekeken naar de onderliggende problematiek blijkt dat de groei vrijwel uitsluitend bij mensen met lichamelijke klachten zit. In de voorgaande berekeningen zijn niet alle aspecten van extramuralisering en ambulantisering van de zorg meegenomen. De behoefte wordt ook beïnvloed door: Ambulantisering van beschermd wonen. Geschat wordt dat dit voor de nieuwe woonprogrammering een extra vraag naar huisvesting van circa 100 tot 150 inwoners in de gemeente Maastricht betekent. Dit zijn mensen, die verwacht worden uit te stromen uit instellingen voor beschermd wonen. Zij moeten zelfstandig worden gehuisvest met ambulante begeleiding. Voor deze doelgroep gelden veelal geen fysieke eisen voor de woning. Belangrijk is met name dat de woningen voor deze doelgroep goedkoop zijn. De uitstroom van deze inwoners vanuit instellingen naar de reguliere woningmarkt zit voor het eerste jaar nog niet goed verwerkt in de prognose, maar wordt daarna wel verwerkt in de reguliere huishoudensprognose. De woningvraag van deze groep komt aan bod in het onderzoek van Companen naar de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. Extramuralisering van de psychogeriatrische intramurale zorg. Door vergrijzing gaat dit vermoedelijk om een relatief grote groep. Volgens de dementiemonitor van Alzheimer Nederland woont 70% van de dementerenden thuis. Pas in een relatief laat stadium kunnen patiënten terecht in een verpleeghuis. Wel zijn er vaak wachttijden, waardoor nijpende situaties ontstaan. Naar verwachting is er behoefte aan woonvormen tussen zelfstandig wonen en wonen in een verpleeghuis. Onbekend is hoe groot deze behoefte is. Psychiatrische zorg. Ook psychiatrisch patiënten worden steeds meer opgevangen in de reguliere woningvoorraad. De gemeente heeft per 1 januari 2020 de wettelijke verplichting (verplichte GGZ) tot nazorg en het realiseren van voorwaarden zoals huisvesting. De woningvraag van deze groep komt aan bod in het onderzoek van Companen naar de huisvesting van kwetsbare doelgroepen. Ook de uitstroom uit instellingen voor jeugdzorg doet een beroep op mogelijkheden voor zelfstandige huisvesting of tijdelijke begeleide kleinschalige vormen van huisvesting. De woningvraag van deze doelgroep komt aan bod in het onderzoek van Companen naar de huisvesting van kwetsbare doelgroepen.

Rechtspraak bij dit artikel