De gemeente Maastricht heeft aan bureau Companen gevraagd om de (her)huisvestingsopgave van zogenaamde kwetsbare doelgroepen met behulp van een quick scan in beeld te brengen. De doelgroepen die zijn meegenomen in de quick scan zijn:
Verstandelijk beperkten, waaronder mensen met een licht verstandelijke beperking (de zogenaamde LVB-groep)
Beschermd wonen (GGZ);
Maatschappelijke opvang: zwerfjongeren, vrouwenopvang en volwassen daklozen;
Kwetsbare jeugdigen die uitstromen uit de Jeugdhulp omdat ze 18 zijn geworden, en nog wel behoefte hebben aan een vorm van begeleid (zelfstandig) wonen.
Andere kwetsbare groepen zoals statushouders, kwetsbare gezinnen en ex-gedetineerden zijn niet in de quick-scan opgenomen. Desondanks heeft bureau Companen ook voor deze doelgroepen een inschatting gemaakt van de woningbehoefte. Hieronder wordt per doelgroep ingegaan op de verwachte ontwikkeling tot 2040.
De doelgroep verstandelijk beperkten heeft een uiteenlopende woonvraag, die mede bepaald wordt door de mate van zelfstandigheid. Door de trend van extramuralisering zet men vaker in op het zelfstandiger huisvesten van deze zogenaamde VG doelgroep. Het aantal verstandelijk beperkten dat in een geclusterde woning woont neemt tot 2040 af, en het aantal gespikkeld wonend neemt toe. Rekening houdend met deze trend van extra¬muralisering verandert de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar woon¬plekken voor VG-doelgroep: de vraag naar gespikkeld wonen20Gespikkeld wonen: wonen in een reguliere, niet-geclusterde woning in de nabijheid van een woonvorm waarvandaan zorg en begeleiding geboden kan worden neemt toe, terwijl de vraag naar geclusterd wonen afneemt. De totale huisvestingsvraag zal van 2019 tot 2040 afnemen met 10,1%.
Tabel 13
Ontwikkeling geclusterd en verspreid (‘gespikkeld’) wonen voor verstandelijk beperkten in Maastricht 2019-2040
2019
2025
2030
2035
2040
Geclusterd wonen
730
700
660
620
590
Verspreid (gespikkeld) wonen
60
80
90
110
120
Bron: CIZ-databank, Monitor Langdurige Zorg, bevolkingsprognose gemeente Maastricht, bewerking Companen.
Cliënten verblijven gemiddeld 3 jaar in een Beschermd Wonen (BW)-locatie voordat zij uitstromen. Daarna zijn zij óf aangewezen op een goedkope sociale huurwoning of stromen zij door naar een tussen¬voorziening.
Een tussenvoorziening is een extra trede op de woningmarktladder. Bewoners wonen hier tijdelijk met als doel uiteindelijk door te stromen naar een reguliere zelfstandige woning. Bewoners ‘oefenen’ in zelfstandig wonen en krijgen daarbij enige vorm van ondersteuning. Daarna volgt uitstroom naar volledig zelfstandig wonen.
Er zijn twee typen Beschermd Wonen: wonen in een zorginstelling (de Wlz-groep) en wonen in een Wmo-voorziening. Bij het berekenen van de jaarlijkse uitstroom is onderzoekbureau Companen uitgegaan van 37% Wlz-groep en 63% Wmo-voorziening. Daarnaast is uitgegaan van een uitstroom van 15% binnen 1 jaar, 49% binnen 2-5 jaar en 36% na 5 jaar of niet uitstromen. Op basis daarvan berekent Companen twee soorten prognoses voor de uitstroom in de komende jaren (zie onderstaande tabel).
De basisprognose is een demografische doorrekening. De zogenaamde trendprognose houdt rekening met regionale spreiding van de Beschermd Wonen-populatie waarbij het Maastrichtse gemiddelde in overeenstemming wordt gebracht met het landelijk en regionaal gemiddelde 21Maastricht tel 4,4 BW’ers op 1.000 inwoners (verwachting voor2021), 2,3 BW’ers op 1.000 inwoners in de BW-regio Maastricht en 2,1 BW’ers op 1.000 inwoners in Nederland. Gemeente Maastricht ligt ver boven het regionaal- en landelijk gemiddelde. . Het realiseren van deze trendprognose is afhankelijk van het beleid dat Beschermd Wonen de komende jaren gaat voeren samen met de regiopartners. Beide prognoses gaan uit van een verminderde uitstroom uit Beschermd Wonen de komende jaren.
Tabel 14
Prognose uitstroom woningzoekenden uit Beschermd Wonen 2019-2040
Prognose uitstroom
2019
2025
2030
2035
2040
Basisprognose: demografische doorrekening
112
110
106
101
98
Trendprognose22 Uitgangspunt is dat dat door spreiding aantal BW’ers op 1.000 inwoners wordt teruggebracht naar van 4,4 naar 3,3.: scenario ‘lokaal wonen’
112
100
77
71
68
Bron: Indicaties BW, Woonzorgweter Companen.
Mensen die dakloos zijn of raken, kunnen een beroep doen op de maat¬schappelijke opvang (MO). Het gaat om mensen die kampen met uiteenlopende problematiek: huiselijk geweld, psychische problemen, schulden of verslaving. Maar steeds vaker gaat het ook om mensen die als gevolg van een scheiding, al dan niet in combinatie met werkloosheid, op straat komen te staan. De druk op de opvang voor dak- en thuislozen is groot. Het kabinet heeft de gemeenten recent gevraagd hiervoor 10.000 extra plekken te realiseren. Maat¬schappelijke opvang is per definitie tijdelijk met het doel op enig moment weer zelfstandig te kunnen gaan wonen. Mensen voor wie dit niet haalbaar blijkt, stromen soms door naar Beschermd Wonen.
Uit het onderzoek van Companen blijkt dat het aantal meldingen voor MO de laatste jaren niet nauwkeurig is vastgelegd waardoor het lastig is om het daadwerkelijk gebruik van MO-voorzieningen en de vraag hiernaar in beeld te brengen. Companen constateert verder dat er naast demografische veel andere factoren van invloed zijn op de vraag naar MO-voorzieningen: economische ontwikkelingen, beleidswijzigingen in de Wmo, Zvw en Wlz, ontwikkelingen in het aantal echtscheidingen, etc. De landelijke branche¬organisatie Federatie Opvang heeft om die reden ook geen prognose van de verwachte toekomstige vraag naar MO-voorzieningen. Daarom hanteert Companen aannames naar het toekomstig gebruik van MO-voorzieningen. Deze zijn in de volgende tabel opgenomen.
Tabel 15
Uitstroomrichting Maatschappelijke Opvang
Uitstroomrichting
Aantal
Zelfstandig wonen (met of zonder ambulante begeleiding)
175
BW 24-uursverblijf
59
Tussenvoorziening (gespikkeld in de wijk)
59
Bron: ‘Vlekkenplan Maatschappelijke Opvang’, bewerking Companen
Voor de kwetsbare jeugd bestaan er een variëteit aan woonvormen, waar¬onder pleeggezinnen, gezinshuizen of in een ‘residentiële setting’ zoals een behandelgroep. Met daarbij een maatschappelijke trend richting meer klein¬schalige opvang: minder in ‘instellingen in de bossen’ en meer in een zo normaal mogelijke gezinssetting - lees: een pleeggezin of gezinshuis.
Voor de jeugd tot 21 jaar zijn er doorgaans goede opvangmogelijkheden. Na hun 18e (voor jongeren in residentiële opvang) en 21ste jaar (voor jongeren in pleeggezin en gezinshuizen) willen en moeten zij zelfstandig gaan wonen. Hierbij loopt deze groep echter vaak tegen financiële problemen aan. Het inkomen van deze jongvolwassenen is te laag voor de huurprijzen die gevraagd worden voor een kamer of woning. Als vertrekpunt voor de toekomstige woonopgave voor de groep jongeren is uitgegaan van het aantal indicaties in 2019: 343 jongeren hadden een indicatie voor Jeugdhulp-met-verblijf. Hiervan verbleven 220 jongeren in pleeg¬zorg en 123 jongeren in de overige jeugdhulp (instellingszorg met behandeling). De jaarlijkse uitstroom bedraagt 50 waarvan 20 in een zelfstandige woning.
Bovenop de reeds benoemde groepen komen nog de kwetsbare gezinnen, veelal alleen¬staande moeders met kinderen, die gehuisvest moeten worden. In het kader van de 50-gezinnenaanpak zet de gemeente samen met de gezinnen in op het creëren van een nieuw perspectief. Vaak is een (beter passende) woning onderdeel van dat perspectief.
Daarnaast hebben de gemeente en de woningcorporaties de opgave om statushouders te huisvesten in Maastricht. De druk op het goedkope en betaalbare segment van de sociale huur wordt tevens groter door een sterkere inzet op extramuralisering en de regionale instroom.
In de volgende twee tabellen zijn de kwantitatieve en kwalitatieve totaalopgave voor bijzondere doelgroepen opgenomen.
Tabel 16
Kwantitatieve opgave bijzondere doelgroepen volgens Companen
Jaarlijkse uitstroom
Zelfstandige woning
Tussenvoorziening
Verstandelijk beperkten
-
60
Beschermd wonen
112
75
37
Maatschappelijke opvang
235
175
60
Kwetsbare jeugd
50
20
30
Statushouders
100
50
-
50-gezinnen aanpak
50
15
-
Totaal
420
335
187
Bron: Companen
Tabel 17
Kwalitatieve opgave bijzondere doelgroepen
De kwalitatieve wensen van de bijzondere doelgroepen zijn:
Voorkeur voor eigen woonunit (30 à 40m2) met een aparte slaapkamer en eigen voorzieningen zoals een keuken, douche en wc.
Betaalbaarheid is belangrijk; bij voorkeur een huur tot maximaal € 607.
Voor (grote) gezinnen zijn grote, betaalbare woningen belangrijk.
Kleinschalige woonvorm, voor een deel de mogelijkheid tot een buitenruimte.
Fietsafstand tot voorzieningen, zoals de supermarkt, winkels en ov.
Liefst in de buurt of kern waar men is opgegroeid of bekend is.
Behoefte aan gelijkgestemden om hen heen, die bekend zijn met de situatie.
Belangrijk om geen stempel te krijgen en op te gaan in de buurt.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.6
Doelgroepen: vervolghuisvesting Maatschappelijke Opvang/GGZ
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent woonprogrammering