Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.9

Doelgroep: recent afgestudeerden

Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent woonprogrammering

In het woningmarktonderzoek van Stec is geen apart onderzoek verricht naar de woonbehoefte van recent afgestudeerden. Deze groep overlapt met de eerder besproken doelgroep (koop-)starters. De conclusies over starters zijn daarmee ook van toepassing op recent afgestudeerden. Waarbij we ervan kunnen uitgaan dat het hebben van een baan recent afgestudeerden motiveert en in staat stelt om in Maastricht te blijven wonen. Dat betekent ook dat zij met een arbeidsinkomen de woningmarkt betreden dat hen in staat stelt een zelfstandige woning te huren of te kopen. Evenals starters zijn recent afgestudeerden geholpen met flexibele, tijdelijke concepten, als ‘snelle’ oplossing in opstap naar permanente huisvesting. Een globale rekensom laat zien dat er per jaar ca. 600 afgestudeerden in Maastricht blijven, wat leidt tot een woningbehoefte van 540 woningen per jaar.26 Aantal in Maastricht uitwonende studenten is volgens Apollo 2019 15.050. Uitgaande van 20% studenten die per jaar afstudeert, waarvan 20% in Maastricht wil blijven wonen, leidt dit tot 600 afgestudeerden per jaar. Op den duur zullen deze allemaal toetreden tot de reguliere woningmarkt (als zij dat voor hun afstuderen nog niet al hebben gedaan). Door de stagnerende doorstroming en de hoge huur- en koopprijzen wordt de overstap van een kamer naar zelfstandige huisvesting bemoeilijkt. Verwacht kan worden dat een aanzienlijk deel als alleenstaande de zelfstandige woningmarkt betreedt. Ervan uitgaande dat 20% gaat samenwonen leidt dit tot 540 huishoudens die per jaar toetreden tot de Maastrichtse woningmarkt. Dit aantal is meegenomen in de woningbehoefteberekeningen van Stec. De verhuizingen van afgestudeerden zijn immers onderdeel van de migratiecijfers waarop de gebruikte scenario’s zijn gebaseerd. Het is daarbij de vraag hoe lang zij blijven. Velen trekken immers alsnog na enkele jaren uit Maastricht weg voor werk, relatievorming of vervolgopleiding elders en een deel verhuist naar omliggende regiogemeenten om een volgende stap in de wooncarrière te maken. Uit eerder verricht onderzoek27 Geslaagd in de stad’, GIDS, 2013 blijkt dat er twee belangrijke verhuismomenten zijn: een jaar voor en na het afstuderen en na 5-10 jaar. Bij het eerste moment spelen met motieven met betrekking tot werk/baan een rol. Het tweede moment wordt veel meer bepaald door wooncarrièremotieven en minder door werkcarrièremotieven. Dit betekent dus dat bij het moment van afstuderen de beschikbaarheid van werk belangrijker is dan de beschikbaarheid van woonruimte. Op basis van het huidige vertrekpatroon maakt de behoefte van recent afgestudeerden onderdeel uit van de berekende kwantitatieve woningbehoefte uit het onderzoek van Stec. De aanbevelingen hoe het beste in te spelen op starters gelden ook voor recent afgestudeerden.

Rechtspraak bij dit artikel