Bij de tussentijdse herijking van de programmering studentenhuisvesting (programma vastgesteld door de raad op 28 mei 2019) is al aangegeven dat bij de beoordeling van plannen voor studentenhuisvesting de volgende criteria worden gehanteerd:
Prioriteit ligt bij herbestemming van monumentale niet-woongebouwen;
Voorkeursligging: centrum en omliggende buurten of nabij clusters van onderwijsvoorzieningen;
Gunstige ligging nabij knooppunten van OV.
De voorkeursligging sluit goed aan bij de gebiedsprofielen die in het kader van de Omgevingsvisie worden opgesteld. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in drie profielen: 1) Centraal stedelijk gebied, 2) Woon- en werkgebieden en 3) Buitengebieden.
Studentenhuisvesting in buitengebieden wordt afgewezen.
De keus zelfstandig-onzelfstandig wordt overgelaten aan de markt. Binnen de randvoorwaarden voor de betaalbaarheid kunnen marktpartijen invulling geven aan deze programmering. Het maximale huurniveau voor een onzelfstandige kamer bedraagt € 390,- en een zelfstandige ruimte € 530,- (beide bedragen inclusief € 75,- voor gas, water en licht).
Deze maxima worden ook waar mogelijk contractueel (privaatrechtelijk) vastgelegd.
Bij zelfstandige eenheden wordt de eis gesteld dat deze via een campuscontract worden verhuurd. Daarmee geeft de gemeente Maastricht invulling aan regionale afspraken ter voorkoming van ongewenste concurrentie met de reguliere woningvoorraad.
Hoofdstuk 6.
Artikel 6.2.2
Studentenhuisvesting
Onderdeel van Besluit van de gemeenteraad van de gemeente Maastricht houdende regels omtrent woonprogrammering