Behalve voor horecabedrijven kent de APV nog meer exploitaties waarbij het levensgedrag een criterium is voor vergunningverlening. Het betreft de volgende exploitaties:
art. 3.29 APV ten aanzien van prostitutiebedrijven;
art. 3.48 APV ten aanzien van seksinrichtingen;
art. 3.42 jo. 3.29 lid 1 onder b APV ten aanzien van escortbedrijven;
art. 3.57 APV ten aanzien van speelgelegenheden;
art. 3.66 APV ten aanzien van bedrijven in een aangewezen gebied, straat of gebouw;
art. 2.47 lid 3 APV ten aanzien van vergunning plichtige vechtsportwedstrijden- of gala’s.
Hierbij gelden dezelfde uitgangspunten als omschreven in paragraaf 2.1., maar zoals ook in paragraaf 2.2. omschreven, kunnen accenten in de beoordeling verschillen. De aard van de zaak is relevant voor het wegen van (strafbare) feiten. Zo zijn bijvoorbeeld bij speelgelegenheden feiten rondom illegaal gokken extra relevant.
2.3.1. Prostitutie- en escortbedrijven
Bij de levensgedragtoets voor prostitutiebedrijven en escortbedrijven speelt bij de beoordeling tevens de vraag of er voldoende vertrouwen is dat de exploitant en/of leidinggevende geen (mogelijke) slachtoffers van mistanden laat werken. Exploitanten en leidinggevenden zijn verantwoordelijk voor het laten werken van zelfredzame sekswerkers en het zorgen voor de veiligheid van de sekswerkers. Zij dienen voldoende toezicht te houden op de branche (wie hangen er rond de sekswerkers (niet zijnde klanten)) en dienen misstanden, mensenhandel en uitbuiting te signaleren en direct te melden bij de politie.
Bij de beoordeling wordt gekeken naar persoonlijke omstandigheden en de achtergrond van betrokkene om te bepalen of het levensgedrag een risico vormt. Schuldenproblematiek en betrokkenheid bij huiselijk geweld zijn voorbeelden van omstandigheden die iets kunnen zeggen over het referentiekader van betrokkene.
2.3.2. Bedrijven in een aangewezen gebied, straat of gebouw
Bij de levensgedragtoets uit artikel 3.66 APV is de reden voor de vergunningplicht een indicatie voor de feiten die extra relevant zijn bij het beoordelen van het levensgedrag.
Dit betekent dat de beoordelingen per bedrijf c.q. branche kunnen verschillen.
Op 2 september 2019 zijn spyshops aangewezen als vergunningsplichtig.25 Aanwijzingsbesluit vergunningsplicht voor spyshops, gemeente Amsterdam. Deze branche is door verschillende aspecten kwetsbaar voor criminele invloeden, te weten: het aanbod van essentiële diensten en goederen, de aanwezigheid van criminele bezoekers en (daarmee samenhangende) openbare orde risico’s. Vanwege de kwetsbaarheid van de branche wordt van exploitanten en leidinggevenden een bijzondere verantwoordelijkheid geëist die niet verenigbaar is met slecht levensgedrag. Exploitanten en leidinggevenden dienen daarom mee te werken aan controles van toezichthouders en te voorkomen dat ze crimineel gedrag faciliteren.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.3.