Naar hoofdinhoud
Voor het beheren van deze gegevens zijn verschillende beheersystemen in omloop. De ene richt zich specifiek op de openbare verlichting, andere systemen zijn geschikt voor het beheren van objecten in meerdere vakdisciplines, de zogenaamde integrale beheersystemen. Vaak worden de objecten zowel administratief als grafisch in de vorm van een kaart ontsloten. Bij de keuze van het beheersysteem zijn de volgende keuzes van belang: Data: welke data dient het systeem te beheren? Hoe meer gegevens over kabels, masten, armaturen, lamptypen en aansluitkasten des te meer inzicht. Maar aan de andere kant ook meer invoerwerk. Monitoring status: wil de gemeente de real-life de status zien van een lichtmast (via een communicatienetwerk) of op basis van mutatie (visuele meldingen)?; Storing en schade management: dient het systeem storingen en of klachten te kunnen registreren en terugkoppelen aan de opdrachtgever of beheerder. Dient met het systeem ook de storingsdienst/aannemer worden aangestuurd?; Toegang tot data: hoe dient het systeem bereikbaar te zijn. Alleen via een computer (stand alone) of via het internet zodat mutaties ook via een tablet bij de lichtmast ingevoerd te kunnen worden? Geografische locatie: dient de geografische locatie van de objecten bekend te zijn? Format: dient de data van het systeem in een database en/of op kaartniveau zichtbaar te zijn. Dient het (energie)berekeningen uit te kunnen voeren? Integraliteit: Dient het systeem specifiek voor openbare verlichting te zijn of moeten ook andere vakdisciplines ontsloten worden? Koppelingen: Dient het systeem aan te sluiten op andere systemen zoals de basisregistraties, het postregistratiesysteem, het zaaksysteem, etc. Kunnen deze koppelingen gerealiseerd worden en hoe eenvoudig is dat te realiseren?

Rechtspraak bij dit artikel