Beleidsuitgangspunten Welstand

Algemeen

Instellingen hechten veel belang aan een goede uitstraling van het eigen gebouw en hun omgeving. Daarnaast oefenen instellingen vaak invloed uit op het stadsbeeld. Om die reden wordt door veel gemeentebesturen en door opdrachtgevers aandacht besteed aan de stedenbouwkundige inpassing en de architectonische verschijningsvorm van instellingenlocaties.

Het architectonisch beleid is vooral gericht op stimulering van het hoogwaardige karakter van de instellingen. Gestreefd wordt naar samenhang in plaatsing, volume en uitstraling van de bebouwing, zonder het individuele karakter van de instellingen en hun eigen identiteit aan te tasten.

Differentiatie welstandsniveaus

De instellingen in het centrum bevinden zich op beeldbepalende locaties en vallen om die reden onder welstandsniveau 1. Aan de overige instellingen wordt indien cultuurhistorische waarde aanwezig is welstandsniveau 1 toegekend, in de andere gevallen is dit niveau 2. Voor de achterzijde van alle panden binnen dit thema geldt welstandsniveau 4.

6.7.1.Beoordelingscriteria Instellingen en Instituten

Hoofdaspecten, van toepassing bij niveau 1, 2 en 3

Algemeen.

De stedenbouwkundige en architectonische samenhang staat bij elke ingreep voorop.

Situering

Publieke en representatieve functies zijn naar de straatzijde georiënteerd.

Massa en vorm

De hoofdvorm van de gebouwen is eenduidig.

Aan en bijbouwen houden rekening met de herkenbaarheid van de hoofdbebouwing.

Gevelopbouw

De horizontale en / of verticale geleding van de gevels is in maat en schaal afgestemd op die van de bebouwing op het trrrein.

Materiaalgebruik (hoofdvlakken)

Bij verbouwing is het oorspronkelijke materiaalgebruik uitgangspunt.

Grote vlakken hebben een structuur of onderverdeling.

Hoofdaspecten, van toepassing bij niveau 1, 2 en 3

Kleurgebruik (hoofdvlakken)

Hoofdmaterialen worden in gedekte en natuurlijke kleuren toegepast.

Bij renovatie en nieuwbouw wordt het oorspronkelijke kleurgebruik als uitgangspunt genomen.

Het gebruik van sterk contrasterende kleuren in grotere vlakken is ongewenst.

Deelaspecten (van toepassing bij welstandsniveau 1 en 2)

Gevelindeling

Gevels zijn eenduidig vormgegeven in een architectonische uitstraling.

Grote vlakken hebben een structuur of onderverdeling.

Bij uitbreidingen is de aanwezige architectonische uitstraling maatgevend.

Materiaalgebruik (deelvlakken)

Materiaalgebruik dient bij te dragen aan de herkenbaarheid en de eigen identiteit van de bebouwing.

Kleurgebruik (deelvlakken)

Kleurgebruik dient bij te dragen aan de herkenbaarheid en de eigen identiteit van de bebouwing.

Detailaspecten (van toepassing bij welstandsniveau 1)

Detaillering

De detaillering is zorgvuldig.

Bij nieuwbouw of renovaties is de specifieke detaillering van gevelopeningen, balkonhekken, deurluifels en dergelijke dezelfde architectonische eenheid, maatgevend.

De detaillering van toevoegingen zoals aan- en uitbouwen, bijgebouwen, dakkapellen en dakramen is afgestemd op de detaillering van de hoofdbouw.