Naar hoofdinhoud
Voorafgaand aan graafwerkzaamheden of het ontgraven en toepassen van grond moet altijd een historisch onderzoek worden uitgevoerd om vast te stellen of de werkzaamheden gaan plaatsvinden op voor bodemverontreiniging niet-verdachte locaties en/of locaties die onderdeel uitmaken van een geldige en binnen de regio Rivierenland geaccepteerde bodemkwaliteitskaart. Bij graafwerkzaamheden en het tijdelijk opslaan van grond (langer dan 6 maanden en maximaal 3 jaar) moet dit vanwege de Wet bodembescherming, het Besluit bodemkwaliteit en de Arbowetgeving en het werken in en met verontreinigde bodem. Voor de ontgravingslocatie moet worden achterhaald of er geen handelingen worden verricht waardoor een eventuele verontreiniging wordt verminderd of verplaatst (Wet bodembescherming); de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart; deze mag dan worden gebruikt als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de toe te passen grond (Besluit bodemkwaliteit). Voor de toepassingslocatie moet worden achterhaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Als hiervan sprake is en op die locatie grond wordt toegepast, is immers sprake van het aanbrengen van een leeflaag of het uitvoeren van een sanering in het kader van de Wet bodembescherming. In dat geval moet minimaal een BUS-melding en -evaluatie worden ingediend; de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart; deze mag dan worden gebruikt als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de toe te passen grond (Besluit bodemkwaliteit). Het historisch onderzoek moet worden uitgevoerd door het invullen van het ‘Vragenformulier historische gegevens’ (zie bijlage 8). De onderzoekslocatie wordt gedefinieerd als zijnde de ontgravings- en toepassingslocatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden inclusief het aangrenzend terrein tot een minimum van 25 meter. Voor een deel van de historische informatie moet contact worden opgenomen met de gemeente Tiel (voor locaties in de gemeente Tiel) of met de Omgevingsdienst Rivierenland. Aanvullend daarop kan een deel van de bodeminformatie ook via het internet aangevraagd/opgezocht worden: Gemeente Tiel: gemeente@tiel.nl. Landelijk bodemloket: http://www.bodemloket.nl/kaart . (Voormalige) boomgaarden via de website: http://www.topotijdreis.nl/ . Alleen als uit het historisch onderzoek blijkt dat op de terreinen waar de werkzaamheden plaatsvinden geen activiteiten aanwezig zijn (geweest) die de bodem hebben kunnen verontreinigen én de locatie onderdeel uitmaakt van een geldige en binnen regio Rivierenland geaccepteerde bodemkwaliteitskaart, mag een bodemkwaliteitskaart worden gebruikt als bewijsmiddel voor de kwaliteit van de grond (zie hoofdstuk 5). Als alle noodzakelijk historische gegevens al in een eerder onderzoek zijn achterhaald en voldoen aan de bovenstaande voorwaarden, dan mag dat onderzoek worden gebruikt. Wél moet worden geverifieerd of in de periode tussen het onderzoek en de melding van het toepassen van grond geen relevante activiteiten hebben plaatsgevonden die de kwaliteit van de bodem/partij grond negatief hebben kunnen beïnvloeden. Bij twijfel beslist de Omgevingsdienst Rivierenland of de onderzoeksgegevens mogen worden gebruikt. Een voor bodemverontreiniging niet-verdachte locatie is in deze nota bodembeheer gedefinieerd als een locatie waar geen puntbron aanwezig is (geweest), bijvoorbeeld een ondergrondse huisbrandolietank, een halfverharding, een gedempte watergang, een ophooglaag, een bodembedreigende activiteit, afvaldump of een (bekend) geval van ernstige bodemverontreiniging. Bij het toepassen van grond moet ook worden vastgesteld of de toepassing van de grond nuttig is (artikel 35 van het Besluit; zie ook § 2.1.1 van bijlage 2, onderdeel 'Nuttige toepassingen van grond'); de ontgravings- en toepassingslocatie in een zone van de bodemkwaliteitskaart ligt (zie hoofdstuk 2). Is dat niet zo, dan geldt het generieke kader van het Besluit en moet de kwaliteit van de toe te passen grond én van de ontvangende bodem worden vastgesteld (zie § 5.10.1 en § 8.2); het grondverzet plaatsvindt in gebieden met bijzondere omstandigheden (zie § 5.10) en of andere Wet- en regelgeving van belang is (zie § 2.1.5 van bijlage 2). Als de ontgravings- en/of toepassingslocatie nabij het spoor is gelegen, wordt aanbevolen om contact op te nemen met ProRail (www.prorail.nl) om te achterhalen of deze locatie in eigendom is van ProRail of NS-Vastgoed.

Rechtspraak bij dit artikel