Welstandstoezicht werd ooit ingesteld om te voorkomen dat bouwwerken de openbare ruimte zouden ontsieren. Bouwwerken worden daarom beoordeeld of ze voldoen aan “redelijke eisen van welstand”. Hierbij is niet alleen het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk zelf van belang, maar ook de omgeving waarin het bouwwerk zich bevindt.

Woningwet

In de Woningwet is geregeld dat een gemeentelijke welstandsnota een voorwaarde is voor het uitvoeren van welstandstoezicht. Het doel van de welstandsnota is om de advisering inzichtelijker en beter toetsbaar te maken.

Samenvoeging

In 2005 zijn de voormalige gemeenten Borculo, Ruurlo, Eibergen en Neede samengevoegd tot de gemeente Berkelland. Elke voormalige gemeente had zijn eigen welstandsbeleid beschreven in een welstandsnota. Deze vier welstandsnota’s worden tot nu toe nog gebruikt voor de beoordeling van bouwplannen.

Wabo

Op 1 oktober 2010 zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het daaraan verbonden Besluit omgevingsrecht (Bor) ingegaan. In het Bor zijn de regels aangegeven voor de uitvoering van de Wabo.

Door de invoering van de Wabo en het Bor zijn de mogelijkheden om vergunningvrij te bouwen verruimd. Het gaat dan vooral om bouwwerken in het achtererfgebied. In de vier welstandsnota’s van de voormalige gemeenten staan nog criteria voor deze nu vergunningvrije bouwwerken. Door de invoering van de Wabo wordt er overigens niet meer gesproken van een bouwvergunning, maar van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen.

Gemeenteraad

De gemeenteraad geeft aan dat het welstandsbeleid eenvoudiger en eenduidiger moet. Ook wil de gemeenteraad een proef met welstandsvrije gebieden. De samenstelling, werkwijze en de rol van de welstandscommissie moeten we opnieuw bekijken.

Samen anders

In het kader van Samen Anders krijgt de burger/ondernemer meer verantwoordelijkheid. Dit betekent dat we regels waar mogelijk eenvoudiger maken of zelfs los laten. De burger/ondernemer wordt gestimuleerd om zelf naar mogelijkheden en oplossingen te zoeken. De gemeente helpt hen daarbij door het geven van voorlichting en adviezen.

Krimp

De Achterhoek krijgt de komende jaren te maken met bevolkingsdaling en vergrijzing. Dit heeft onder andere voor de woningmarkt grote gevolgen. Zo zal het aantal nieuwe woningen sterk verminderen. De nadruk komt hierdoor meer te liggen op het verbouwen en vergroten van woningen.

Veel agrariërs stoppen de komende tijd. Dit betekent dat agrarische bedrijfsbebouwing leeg komt te staan. Om het buitengebied leefbaar en aantrekkelijk te houden ligt hier de opgave om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Deze nieuwe ontwikkelingen moeten zorgvuldig worden ingepast.

Nieuwe welstandsnota voor Berkelland

Bovenstaande ontwikkelingen geven aan dat het tijd is om het welstandsbeleid en daarmee de welstandsnota aan te passen. Op 17 mei 2011 heeft de gemeenteraad kaders vastgesteld waarbinnen dit gebeurt. Er moet één welstandsnota voor de gemeente Berkelland komen. De regels moeten eenvoudiger en er moet ruimte zijn voor nieuwe ontwikkelingen.

In deze welstandsnota laten wij meer aan de burger/ondernemer over. We regelen alleen wat moet. De nadruk ligt daarbij op datgene dat gezien vanuit het openbaar toegankelijk gebied de ruimtelijke kwaliteit beïnvloedt. In de kernen toetsen we de bouwwerken in het achtererfgebied daarom niet meer vooraf aan redelijke eisen van welstand. Dit geldt dus ook voor de vergunningplichtige bouwwerken in het achtererfgebied. We treden alleen nog op als er sprake is van een exces.

De gemeente Berkelland is een plattelandsgemeente met een fraai buitengebied. Dit buitengebied is beeldbepalend voor de gemeente. De huidige uitstraling van het buitengebied willen we behouden. De bebouwing in het buitengebied is vaak van grote afstand zichtbaar. Vanuit het openbaar toegankelijk gebied zijn ook vaak meerdere zijden van de bebouwing zichtbaar. In het buitengebied toetsen we de vergunningplichtige bouwwerken in het achtererfgebied daarom wel aan redelijke eisen van welstand.

Leeswijzer

Deze nota heeft de volgende opbouw. In hoofdstuk 1 worden de verschillende typen welstandscriteria en de keuze voor gebiedsgericht welstandsbeleid uitgelegd. De welstandsniveaus en de daarbij horende beoordelingsaspecten zijn aangegeven. Ook de keuze voor de welstandsvrije gebieden staat in dit hoofdstuk. In hoofdstuk 2 is de relatie tussen het welstandsbeleid en ander beleid aangegeven. In hoofdstuk 3 staan de gebiedsgerichte welstandscriteria. De kenmerken, het gewenste beleid, het welstandsniveau en de welstandscriteria worden per gebied aangegeven. Hoofdstuk 4 geeft de welstandscriteria voor kleine bouwwerken. Dit zijn objectgerichte criteria voor bijvoorbeeld bijbehorende bouwwerken en dakkapellen. Als een klein bouwwerk aan deze criteria voldoet, dan voldoet het aan redelijke eisen van welstand. In hoofdstuk 5 zijn de algemene welstandscriteria aangegeven. Dit zijn basiscriteria die voor elk bouwplan gelden. Toetsing aan deze criteria vindt alleen plaats als de gebiedsgerichte en objectgerichte welstandscriteria voor een bouwplan onvoldoende zijn. In hoofdstuk 6 is een excessenregeling opgenomen. In dit hoofdstuk is terug te vinden wanneer er sprake is van een exces en hoe we daar mee omgegaan. Hoofdstuk 7 bestaat uit een begrippenlijst. In deze begrippenlijst worden onder andere de bouwkundige termen uitgelegd. Niet alle in de lijst voorkomende begrippen staan in deze nota genoemd. In de lijst staan ook algemene begrippen en begrippen die bij de welstandsbeoordeling van een bouwplan vaak voorkomen.

De kaarten met daarop de gebiedsindeling zijn als bijlage toegevoegd. Ten slotte is een straatnamenregister als bijlage toegevoegd. In dit straatnamenregister is per adres snel te vinden welke welstandscriteria voor dat adres van toepassing zijn.