Het welstandsbeleid voor gemeente Berkelland is in deze welstandsnota vastgelegd. In de welstandsnota zijn verschillende welstandscriteria aangegeven. Aan welke criteria een bouwplan wordt getoetst hangt af van het soort gebied en het type bouwwerk. Het gaat om de volgende criteria:
Gebiedsgerichte criteria
Dit zijn specifieke criteria die gericht zijn op de kenmerken van het gebied waarin het bouwwerk zich bevindt.
Criteria voor kleine bouwwerken
Dit zijn algemeen geldende criteria voor kleine bouwwerken. Het gaat dan bijvoorbeeld om bijbehorende bouwwerken, dakkapellen, dakramen en erf- en perceelsafscheidingen. Deze kleine bouwwerken zijn volgens het Besluit omgevingsrecht (Bor) gedeeltelijk vergunningvrij. De criteria gelden zowel voor vergunningaanvragen voor het kleine bouwwerk op zich, als voor kleine bouwwerken die onderdeel uitmaken van een groter bouwplan.
Algemene criteria 1 De teksten van de Algemene welstandscriteria zijn gebaseerd op de tekst van de heer Tj. Dijkstra, voormalig rijksbouwmeester, “Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid”, 1985
Deze criteria liggen (haast onzichtbaar) ten grondslag aan iedere bouwplanbeoordeling. Ze dienen als ‘vangnet’ als een bouwplan gemotiveerd afwijkt van de gebiedsgerichte criteria.
Vergunningvrij bouwen
Naast de vergunningplichtige bouwwerken zijn er ook vergunningvrije bouwwerken. Het vergunningvrij bouwen is geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het daaraan verbonden Besluit omgevingsrecht (Bor). De mogelijkheden om zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders bouwwerken te mogen bouwen en gebruiken zijn verruimd. Het gaat dan vooral om bouwwerken in het achtererfgebied.
Als een bouwwerk omgevingsvergunningvrij is voor de activiteit bouwen, wordt het niet vooraf getoetst aan redelijke eisen van welstand. Wel is er de mogelijkheid om deze toetsing achteraf te doen (repressieve welstandstoets).
In het volgende schema is de relatie aangegeven tussen de verschillende criteria en het al of niet vergunningvrij bouwen.
Achtererfgebied in de kernen
Het achtererfgebied is het erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw. Op bijgaande afbeelding is dit verduidelijkt. Het achtererfgebied is hier als ‘bebouwbaar erfgebied’ weergegeven.
Het verruimen van de mogelijkheden om vergunningvrij te bouwen in achtererfgebied is een logische keuze. Het achtererfgebied betreft veelal het privédomein van de burger/ondernemer. Een terugtredende overheid is daarbij op zijn plaats.
Niet alle bouwwerken in het achtererfgebied zijn vergunningvrij. We willen echter alleen regelen wat vanuit het openbaar toegankelijk gebied de ruimtelijke kwaliteit beïnvloedt.
De vergunningplichtige bouwwerken in het achtererfgebied van de kernen toetsen we daarom niet meer vooraf aan redelijke eisen van welstand. Dit geldt voor alle bouwwerken, dus ook voor bouwwerken op de verdieping. We treden alleen nog op als er sprake is van een exces. In een strook van 1 meter grenzend aan het openbaar toegankelijk gebied kan sneller sprake zijn van een exces dan in het overige achtererfgebied.
Adviserend kader
Als achteraf blijkt dat er sprake is van een exces kan dat grote financiële of emotionele gevolgen hebben. De welstandscriteria dienen daarom ook als adviserend kader. De burger/ondernemer kan, ook als hij vergunningvrij of welstandsvrij mag bouwen, vooraf zien aan welke criteria het bouwwerk moet voldoen, zodat het voldoet aan redelijke eisen van welstand.