Ruimtelijke kwaliteit
In het kader van gebiedsgericht welstandsbeleid zijn voor omgevingsvergunningplichtige bouwwerken gebiedsgerichte welstandscriteria opgesteld. Voor kleine bouwwerken die volgens bijlage II van het Bor niet vergunningvrij zijn, zijn ook criteria opgesteld. De criteria voor kleine bouwwerken kunnen ook worden gebruikt als inspiratiebron voor kleine bouwwerken die wel vergunningvrij zijn.
Binnen de gemeente Berkelland komen verschillende soorten gebieden voor, elk met hun eigen kwaliteit en karakteristiek. Zo is het centrum van een (grote) kern anders dan een woongebied. Hoe de mensen de verschillende karakteristieken en kenmerken waarderen verschilt van mens tot mens. Met een gebiedsgericht welstandsbeleid wil de gemeente Berkelland bereiken dat nieuwe bouwwerken in een gebied passen bij de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied.
Ruimtelijke identiteit
De identiteit van een gebied, dat wil zeggen datgene waarmee dat gebied zich onderscheidt van andere, is een door de jaren heen gegroeid gegeven. Aandacht voor dit gegeven, gestoeld op cultuurhistorisch besef en een beleving van en waardering voor de eigen (cultuur)historische, stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten, eigen karakteristieken en eigenaardigheden, is belangrijk. Ingrepen in de bebouwde omgeving, onder andere door nieuwe bouwplannen, hebben invloed op die omgeving. Het is bij bouwplannen van belang deze ruimtelijke identiteit van een gebied te behouden en waar mogelijk zelfs te versterken. Het is de bedoeling om geïnspireerd te worden door de bestaande omgeving en elementen daarvan te gebruiken in het creatieve ontwerpproces.
Ensembles
De ruimtelijke kwaliteit van de bebouwde omgeving wordt door verschillende factoren beïnvloed. Ze kan een puur esthetische waarde bezitten, een verwijzing geven naar de geschiedkundige of oudheidkundige betekenis van een gebied, kenmerkend zijn voor een bepaalde architectonische stijl of juist een sterk geheel, een duidelijk ensemble vormen. Bij een ensemble vormen de verschillende onderdelen zoals huizen, woongebieden, straten, pleinen, plantsoenen en parkeerterreinen een harmonisch geheel. De ruimtelijke kwaliteit is waardevol als de mens deze factoren ook als zodanig herkent en daar waarde aan hecht. Dit waardeoordeel is sterk cultuurhistorisch en educatief bepaald. Iets is niet waardevol, maar men vindt iets waardevol.
Samenhang
Als er sprake is van veel samenhang tussen de cultuurhistorie, stedenbouw en architectuur, zal een van het karakteristiek afwijkend nieuwbouwplan eerder als minder passend worden ervaren dan in gebieden met weinig samenhang tussen deze kenmerken. Wordt de samenhang tussen de kenmerken ook hoog gewaardeerd, bijvoorbeeld in een oude dorpskern, dan zal men een afwijkend gebouw eerder als een verstoring van deze kwaliteit beleven. Andere gebieden waar de samenhang in kenmerken ontbreekt zijn minder gevoelig. Daar hoeven we aan nieuwe bouwplannen minder eisen te stellen.
De gevoeligheid van een gebied voor nieuwe bouwplannen is dus afhankelijk van de samenhang tussen de cultuurhistorie, de stedenbouw en de architectuur. Deze samenhang wordt bepaald door een aantal kenmerken van het gebied. Deze kenmerken zijn afhankelijk van:
- - hoe de verschillende gebouwen in een gebied zijn gelegen ten opzichte van de straat, de verkaveling en ten opzichte van elkaar;
- - welke bouwvormen voorkomen in dat gebied (groot of klein, één of meerdere verdiepingen, met of zonder kap);
- - of de gevels een karakteristieke opbouw hebben, zoals staande of liggende ramen, een afzonderlijke onderpui en dergelijke;
- - of er sprake is van kenmerkend kleur- en materiaalgebruik en van specifieke detaillering.
Gebiedsanalyse
Kenmerkende gebieden
Het grondgebied van de gemeente Berkelland heeft een rijk verleden. Al eeuwenlang leven er mensen in dit gebied. Hierdoor is het landschap ontstaan zoals wij dat nu kennen. Op veel plaatsen zijn nog overblijfselen van dat verleden te vinden. Deze overblijfselen geven ons informatie over onze voorgangers. Hoe leefden ze, waar hielden ze zich mee bezig, welke keuzes maakten ze?
Binnen het grondgebied van de gemeente zijn verschillende gebieden te onderscheiden. Elk gebied heeft zijn eigen unieke ontstaansgeschiedenis en daarmee zijn eigen karakter en kwaliteiten. Door gebiedsgericht welstandsbeleid kan maatwerk worden geleverd, waarbij rekening wordt gehouden met het karakter van dat gebied en de aanwezige kwaliteiten in dat gebied.
Gebiedsindeling
In de welstandsnota’s van de vier voormalige gemeenten wordt verschillend omgegaan met de gebieden en de welstandsniveaus. Voor het welstandsbeleid van de gemeente Berkelland kiezen we voor een gebiedsgerichte benadering voor de gehele gemeente die gebaseerd is op de functie van de verschillende gebieden.
De keuze voor de verschillende gebieden is mede gebaseerd op de gebiedsindeling van de (nieuwe) bestemmingsplannen. Hier is voor gekozen om zo eenduidig mogelijk te zijn. Als een gebied in het bestemmingsplan als ‘Woongebieden’ is aangegeven wordt dit gebied ook in de welstandsnota als ‘Woongebieden’ aangegeven. Op deze gebiedsindeling zijn wel enkele uitzonderingen. Waar de welstandsnota afwijkt van de gebiedsindelingen van de bestemmingsplannen wordt dit gemotiveerd aangegeven.
Bij de bestemmingsplannen gaat het om de volgende gebiedsindeling: Centrum, Dorp, Woongebieden, Bedrijventerreinen en Buitengebied.
Voor de welstandsnota zijn de volgende gebiedstypen gekozen:
- - Centrum
- - Historisch gebied en linten
- - Woongebieden
- - Bedrijventerreinen
- - Buitengebied.
De gebieden die bij de bestemmingsplannen als ‘Dorp’ zijn aangegeven, worden bij de welstandsnota onder ‘Woongebieden’ meegenomen.
Voor elk gebiedstype geldt één welstandsniveau. Dit betekent bijvoorbeeld dat een woongebied in Ruurlo hetzelfde welstandsniveau heeft als een woongebied in Eibergen of Rietmolen.
Monumenten
Uitzondering hierop zijn de gemeentelijke en rijksmonumenten. Voor de gemeentelijke en rijksmonumenten geldt altijd het hoogste welstandsniveau. Onder het kopje ‘Welstandsniveaus’ wordt toegelicht wat de keuze voor een welstandsniveau betekent.
Bij de gebiedsgerichte criteria zijn de adressen waar de monumenten zich bevinden aangegeven.
Belendingen van monumenten
In de door de gemeenteraad vastgestelde kaders is aangegeven dat voor de monumenten zelf het hoogste en voor de beide belendingen het één na hoogste welstandsniveau geldt, ongeacht het welstandsniveau van de omgeving. Als de belending meer dan 50 meter van het monument ligt dan geldt voor die belending het welstandsniveau van de omgeving. In deze welstandsnota wijken we af van dit kader.
Wij kiezen ervoor om voor de gebiedsindeling aan te sluiten op de plangebiedbegrenzingen uit de bestemmingsplannen. Daarnaast wijzen we enkele gebieden als ‘Historisch gebied en linten’ aan. De meeste monumenten en de beide belendingen liggen hierdoor in de gebieden waarvoor het hoogste of één na hoogste welstandsniveau geldt. Ingrepen bij deze belendingen worden dan al uitgebreid aan de welstandscriteria getoetst.
Er liggen circa 20 monumenten (bouwwerken) in het gebied waarvoor het laagste of één na laagste welstandsniveau geldt. We moeten voor de belendingen van deze monumenten een uitzondering maken voor wat betreft het welstandsniveau. Een aantal van deze monumenten heeft geen directe belendingen. Dit betekent dat de uitzondering voor een klein aantal belendingen zou gelden. In het kader van ‘Samen anders’ kiezen we er voor om aan deze belendingen geen hoger welstandsniveau toe te kennen dan die van de omgeving. Wel vragen we de eigenaren/bewoners van deze belendingen om rekening te houden met het monument en het beeld rondom het monument te respecteren. De belending mag het monument niet overheersen. Dit wordt bereikt door de belending een rustige en eenvoudige uitstraling te geven. Als een eigenaar/bewoner zich hier niet aan houdt, bijvoorbeeld door toch opvallende kleuren te gebruiken, dan is er in deze gevallen sneller sprake van een exces.
Beschermd stads- en dorpsgezicht
Als in een gebied één of meerdere monumenten liggen en de verzameling van gebouwen, omgeving en omliggend landschap daarvan zo belangrijk zijn dat deze samenhang moet worden beschermd kan dit gebied worden aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht.
In de gemeente Berkelland is vooralsnog één gebied aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Dit betreft het gebied rond de Mallemse Molen in Eibergen. In dit beschermde gebied liggen de Mallumse watermolen, het Muldershuis, de schutsluis, de schuur en de direct hieromheen gelegen percelen. Alle gebouwen en bouwwerken zijn ook beschermd als rijks- of gemeentelijk monument.
De aanwijzing voor een tweede beschermd dorpsgezicht is in procedure. Dit betreft het dorp Gelselaar en het omliggende essenlandschap. Hier valt ook de plaats van de voormalige havezate Bevervoorde onder.
Voor deze gebieden geldt het hoogste welstandsniveau.
Historische buitenplaats
Bij een historische buitenplaats gaat het om een ensemble van een kasteel of versterkt huis en de daarbij horende (aangelegde) park- en tuinaanleg. In de gemeente Berkelland is één historische buitenplaats aangewezen, namelijk Huize Ruurlo. Huize Ruurlo ligt in een landschappelijk park, waar naast het kasteel onder andere ook een koetshuis, een heggendoolhof, een dubbele watermolen en een moestuin toe behoren.
Voor dit gebied geldt het hoogste welstandsniveau.
Welstandsniveaus
Het vaststellen van het welstandsniveau is doorslaggevend voor het opstellen van welstandscriteria. Het welstandsniveau sluit aan op het te hanteren ruimtelijke kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. Bij een hoog welstandsniveau is er minder ontwerpvrijheid dan bij een laag niveau.
Aan elk gebied wordt een welstandsniveau gekoppeld. Welk welstandsniveau dit is, wordt bepaald door aspecten als cultuurhistorische waarde, mate van invloed op het beeld van de gemeente, (kwetsbaarheid van) de bestaande ruimtelijke samenhang en de dynamiek in het gebied. Ook de beleving en waardering vanuit de samenleving speelt een rol.
In het coalitieakkoord is afgesproken dat we welstandsvrije gebieden aanwijzen. Dit is ook een welstandsniveau. We hebben voor de volgende welstandsniveaus gekozen:
- - welstandsvrij
- - soepel
- - regulier
- - bijzonder
Wij verwachten door deze vier welstandsniveaus de juiste accenten te kunnen leggen in de verschillende gebieden.
In de volgende tabel is aangegeven welke aspecten bij de keuze voor een welstandsniveau een rol spelen.
Toelichting op de welstandsniveaus
welstandsvrij
- - geen welstandstoets voor bouwwerken
- - wel gelden er criteria voor excessen (zie hoofdstuk 6)
soepel
- - handhaven bestaande karakteristieken en kwaliteiten
- - gebied waar bestaande ruimtelijke structuur relatief veel kan verdragen
- - afwijkingenen ingrepen hebbenminder grote gevolgen voor ruimtelijke kwaliteit
regulier
- - handhaven bestaande karakteristieken en kwaliteiten
- - gebied waar bestaande ruimtelijke structuur gevoelig is voor veranderingen
- - afwijkingen en ingrepen hebben grotere gevolgen voor ruimtelijkekwaliteit
bijzonder
- - handhaven en verbeteren bestaande karakteristieken en kwaliteiten
- - dynamisch gebied
- - ruimtelijke structuur verbeteren
- - nieuwe ontwikkelingen zorgvuldig afstemmen
De motivatie voor het gekozen welstandsniveau van een gebied wordt bij de gebiedsgerichte criteria aangegeven. De gebiedsgerichte criteria zijn in hoofdstuk 3 opgenomen.
Beoordelingsaspecten
Afhankelijk van het welstandsniveau worden de volgende aspecten beoordeeld:
- - ligging
- - massa
- - gevelaanzicht en detaillering
- - materialen en kleuren
Hoe hoger het welstandsniveau, hoe meer aspecten er worden beoordeeld.
In de volgende tabel wordt het welstandsniveau en de daarbij behorende beoordelingsaspecten aangegeven.
Welstandniveau
Beoordelingsaspecten
welstandsvrij
Nvt (wel gelden er criteria voor excessen)
soepel
- - ligging
- - massa
- - plaatsing opkavel
- - oriëntatie en ontsluiting
- - hoofdmassa
- - compositie van de bouwmassa’s
- - positie van aan- en opbouwen
regulier
- - ligging
- - massa
- - gevelaanzicht en detaillering
- - materialen en kleuren
- - plaatsing op kavel
- - oriëntatie en ontsluiting
- - hoofdmassa
- - compositie van de bouwmassa’s
- - positie van aan- en opbouwen
- - gevelopbouw
- - gevelgeleding
- - karakteristieke gevelelementen
- - materiaal- en kleurgebruik van de hoofdvlakken
bijzonder
- - ligging
-
- - massa
- - gevelaanzicht en detaillering
- - materialen en kleuren
- - plaatsing opkavel
- - oriëntatie en ontsluiting
- - hoofdmassa
- - compositie van de bouwmassa’s
- - positie van aan- en opbouwen
- - gevelopbouw
- - gevelgeleding
- - karakteristieke gevelelementen
- - overige detaillering
- - materiaal- en kleurgebruik van de hoofdvlakken en van alle onderdelen van het bouwwerk
Welstandsvrije gebieden
In het coalitieakkoord is afgesproken dat we welstandsvrije gebieden aanwijzen. Er zijn echter ontwikkelingen die we voor de gehele gemeente als ongewenst zien. We laten het welstandstoezicht daarom ook in de welstandsvrije gebieden niet helemaal vervallen. We toetsen alleen achteraf of er sprake is van een exces. Voor de welstandsvrije gebieden zijn de excessen beperkt tot:
- - romneyloodsen en
- - zeecontainers,
tenzij deze alleen bedoeld zijn voor tijdelijke opslag in het achtererfgebied van een bedrijf dat ligt op een bedrijventerrein.
In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de excessen.
Aanwijzing welstandsvrije gebieden
De welstandsvrije gebieden zijn bepaald na afweging van de aanwezige cultuurhistorische waarden, de bestaande ruimtelijke kwaliteit en de verwachte dynamiek in de gebieden. Ook hebben we gekeken naar de spreiding van de gebieden over de vier voormalige gemeenten.
Voor de proef wijzen we de volgende gebieden aan:
- - de woongebieden in de kern Neede (met uitzondering van de gebieden binnen de beeldkwaliteitplannen De Berg en Hondelink 2009)
- - de kern Beltrum;
- - het bedrijventerrein in Borculo.
Het gaat om een proef van twee jaar. Uit deze proef moet blijken of de burger/ondernemer zijn verantwoordelijkheid neemt. Na twee jaar bekijken we welke effecten de aanwijzing van welstandsvrije gebieden heeft op de ruimtelijke kwaliteit van dat gebied. Deze effecten kunnen zowel negatief als positief zijn. De gemeenteraad kan dan besluiten de proef te stoppen of uit te breiden.
Regels voor toepassing gebiedsgerichte welstandscriteria
- - Bij de gebiedsindeling voor de welstandsnota is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande perceelsgrenzen. Soms kon dit niet of was het niet wenselijk. Het is in die situaties mogelijk dat een perceel binnen meerdere gebiedstypen ligt. Het adres van een dergelijk perceel bepaalt dan in welk gebiedstype het ligt.
- - Kleine bouwplannen die volgens bijlage II van het Bor niet omgevingsvergunningvrij zijn en onderdeel uitmaken van een groter bouwplan worden getoetst aan de criteria voor kleine bouwwerken.
Hardheidsclausule (positief en negatief)
Het is mogelijk dat een bouwplan afwijkt van de gebiedsgerichte criteria, maar door schoonheid, bijzonderheid, architectuur of structuur wel aan redelijke eisen van welstand voldoet. In een dergelijke situatie kunnen we afwijken van de gebiedsgerichte criteria en vallen we terug op de algemene welstandscriteria. De afwijking moet dan wel goed gemotiveerd zijn en het college van burgemeester en wethouders moet hiermee instemmen. Dit betekent dat een initiatiefnemer, een ontwerper of architect en de welstandscommissie overtuigend moeten aantonen dat het bouwplan op die plek architectonisch en stedenbouwkundig dan wel landschappelijk verantwoord is.
Soms voldoet een bouwplan aan de gebiedsgerichte criteria, maar heeft het toch een zodanige slechte kwaliteit dat het afbreuk doet aan de omgeving. In die gevallen wordt verwezen naar de algemene welstandscriteria in deze welstandsnota. De welstandscommissie moet dan gemotiveerd aantonen waarom het bouwplan op die plek niet architectonisch en stedenbouwkundig dan wel landschappelijk verantwoord is.
Strijdigheid met de algemene welstandscriteria
Een plan kan zowel in strijd zijn met de gebiedsgerichte als de algemene welstandscriteria. Het college van burgemeester en wethouders kan in bijzondere gevallen het plan toch aanvaardbaar vinden. In dat geval kan het college gemotiveerd afwijken van de beleidsregels in deze welstandsnota (artikel 4:84 Algemene wet bestuursrecht).
Uitsterfregeling
Het nieuwe beleid is bepalend. Vergunningaanvragers kunnen niet meer verwijzen naar eerder toegestane bouwwerken. Deze eerder toegestane bouwwerken kunnen niet worden verwijderd, maar zullen langzamerhand verdwijnen (uitsterven). Nieuwe bouwwerken worden aan het nieuwe beleid getoetst. Als van dit nieuwe beleid wordt afgeweken, moet daar een goede onderbouwing voor zijn. Deze afwijkingen beschouwen we als nieuwe uitzonderingen of mogelijkheden.