Naar hoofdinhoud
Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen Artikel 1.50 b Krachtens artikel 1.50 a worden regels gesteld omtrent de kwaliteit van voorschoolse educatie, indien dit wordt gesubsidieerd door het college van b en w. Artikel 1.54 De houder informeert de ouders van wie kinderen in het kindercentrum worden opgevangen over het te voeren beleid. Artikel 1.58 Er is een oudercommissie met adviserende bevoegdheden. Wet op het onderwijstoezicht (artikel 15i, eerste lid onder b) Toetsingskader rijksinspectie. Het beleid is gericht op de wijze waarop ouders geïnformeerd worden en op welke manier zij hun kind kunnen aanmelden voor een voorschool, hoe de intakeprocedure is en op welke manier gewenst wordt dat ouders participeren in de voor- of vroegschool van hun kind. De inspectie gebruikt zeven indicatoren: Er is gericht ouderbeleid Ouders zijn vooraf adequaat geïnformeerd door de voor- cq. vroegschool Er is een intake Participatie in vve-activiteiten in de voorschool Stimuleren om thuis vve-activiteiten te doen Informeren over de ontwikkeling van hun kind Rekening houden met de thuistaal

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel