Wet op het primair onderwijs

Artikel 167, eerste lid, onder a, sub 3, van de Wet op het primair onderwijs bepaalt dat burgemeester en wethouders zorg dragen voor het maken van afspraken over de organisatie van een doorgaande leerlijn van voorschoolse naar vroegschoolse educatie.

Wet op het onderwijstoezicht

Uit artikel 15i, eerste lid, onder f blijkt dat de inspectie in het kader van haar toezichthoudende taak onderzoekt of de doorgaande lijn tussen voor- en vroegschoolse educatie kwalitatief voldoet. De inspectie gebruikt de volgende indicatoren:

  • - Er is VVE-coördinatie tussen de voor- en vroegschool
  • - Er vindt doorstroom plaats van kinderen van de voor- naar een vroegschool
  • - Er is een warme overdracht
  • - Er is afstemming van het aanbod
  • - Er is afstemming van het pedagogisch klimaat en educatief handelen
  • - Er is afstemming van de manier om met ouders om te gaan
  • - Er is afstemming van de interne begeleiding en zorg.