8.5.1 Landelijke Handhavingstrategie
De handhavingstrategie van Vlaardingen sluit aan bij de Landelijke Handhavingstrategie (LHS).28Landelijke Handhavingstrategie versie 1.7, d.d. 24 april 2014. De LHS maakt daarom integraal onderdeel uit van dit VTH beleid.
Dit landelijk kader geeft een gestructureerde methode om handhaving in heel Nederland zo eenduidig mogelijk uit te voeren. Het is dus een landelijk geldend afwegingsinstrument dat gevolgd moet worden om van bevinding naar interventie te komen.
Het doel van de LHS is als volgt omschreven:29Landelijke Handhavingstrategie, p. 2.
“[…] uitvoering geven aan de beginselplicht tot handhaven, passend interveniëren bij iedere bevinding, in vergelijkbare situaties vergelijkbare keuzes maken en interventies op vergelijkbare wijze kiezen en toepassen, landsbreed door het bestuurlijk bevoegd gezag / de Omgevingsdiensten, landelijke inspecties, politie en het OM.”
De LHS heeft betrekking op de Wabo en de in artikel 5.1 van de Wabo opgenomen wetten.
Tot slot zal in deze beleidsperiode moeten worden geëvalueerd in hoeverre in de uitvoering van handhaving uitvoering wordt gegeven aan de Kwaliteitscriteria 2.2.30Zie ook ‘Nader vast te stellen regelgeving.
8.5.2 Werkwijze LHS
De LHS beschrijft de visie op handhaving aan de hand van vijf uitgangspunten.
Daarnaast beschrijft de LHS een stappenplan die moet worden doorlopen om te komen tot een passende interventie. Afhankelijk van de situatie kan op basis van de LHS weloverwogen gekozen worden welk instrument ingezet wordt. Om de strategie van sanctie-instrumenten te bepalen wordt in de LHS enerzijds naar het gedrag van de overtreder gekeken en anderzijds naar de ernst van de overtreding. Bewustgemaakte overtredingen met ernstige gevolgen worden zwaarder aangepakt, bijvoorbeeld met een mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke middelen. Bij de inzet van strafrechtelijke middelen is nauwe samenwerking met politie en Openbaar Ministerie vereist.
In dit VTH-beleid wordt voor het overzicht volstaan met een samenvatting van de uitgangspunten en het stappenplan. De inhoudelijke bespreking van deze uitgangspunten en het stappenplan wordt hier achterwege gelaten, met daarbij een verwijzing naar de LHS.
Uitgangspunten
Onafhankelijkheid – sterke, slagkrachtige en onafhankelijke handhavingsinstanties
Professionaliteit en vakmanschap – training, opleiding, kennis- en informatie-uitwisseling
Betrouwbaarheid – beginselplicht tot handhaven en verantwoording afleggen
Eenvoud – een passende interventie bij iedere bevinding en hoe daartoe te komen
Gezamenlijkheid – overleg, afstemming en planmatig en informatiegestuurd gezamenlijk optreden
Stappenplan
Stap 1: Positionering bevinding in de interventiematrix (gedrag van overtreder – (mogelijke) gevolgen
Stap 2: Bepalen verzwarende aspecten (bijv. verkregen financieel voordeel, status overtreder, financiële sanctie heeft vermoedelijk geen effect).
Stap 3: Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht geïndiceerd is
Stap 4: Optreden met de interventiematrix (uitgangspunt: principe zo licht mogelijk starten met interveniëren gericht op herstel en het vervolgens snel inzetten van zwaardere interventies als naleving uitblijft)
Stap 5: Vastlegging (het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid)
8.5.3 Bestuurlijke boete
In het geval de wens bestaat om de bestuurlijke boete in te zetten dan zal daarvoor boetebeleidsregels moeten worden opgesteld. Het boetebeleid bevat een duidelijke vermelding van de wettelijke grondslag, een concrete uitwerking van de te beboeten overtredingen, de voorwaarden waaronder de bestuurlijke boete kan worden opgelegd en op welke wijze de boetehoogte wordt bepaald. Een goed onderbouwd boetebeleid vormt namelijk een verantwoording jegens de burgers ten aanzien van de evenredigheid van de concreet opgelegde boetes en voorkomt willekeur.31Nader Rapport bestuurlijke boetestelsels, 26 april 2018, p. 7. Daarbij is ook belangrijk om op te merken dat de bestuursrechter het boetebeleid steeds intensiever toetst.
De noodzaak voor het opstellen van beleidsregels geldt ook voor in inzet van andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld beheerovername of sluiting op grond van de Woningwet.
Hoofdstuk 8.
Artikel 8.5