3.1.1 De minimavoorzieningen zijn te verdelen in 2 groepen:
- - Wettelijke regelingen die we moeten uitvoeren zoals de bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag en individuele studietoeslag.
- - Regelingen die niet verplicht zijn maar gewenst zoals Meedoen, het Kindpakket in natura en de zorgpolis voor minima.
Het bereik van de meeste regelingen is goed en zelfs beter dan het landelijk gemiddelde. Dit is het resultaat van jarenlang inzetten op een goede communicatie en het betrekken van partners en vrijwilligers. Jaarlijks wordt de folder voor minima geactualiseerd. Hier gaan we mee door, we houden de schriftelijke informatie actueel en blijven ons netwerk betrekken bij het vinden van de minima.
Voor de groep laaggeletterden en mensen met een verstandelijke beperking gaan we onderzoeken hoe we deze groep beter kunnen bereiken. Het herkennen van deze doelgroep is lastig en vraagt om specifieke competenties van de klantmanagers. We gaan de doelgroep zelf bevragen over de beste manier van het aanbieden van regelingen. Ook bezien we in hoeverre filmpjes, social media en andere communicatiemogelijkheden hieraan kunnen bijdragen.
- - Wettelijke regelingen vanuit de Participatiewet
Bijzondere bijstand en individuele inkomenstoeslag
De bijzondere bijstand en de individuele inkomenstoeslag zijn regelingen die worden voortgezet. In samenwerking met participatie (uitstroom) streven we naar minder langdurige minima (3 jaar of langer een minimuminkomen hebben). De beleidsregels bijzondere bijstand worden in 2021 geactualiseerd. Ook moet de verordening Individuele inkomenstoeslag worden aangepast omdat er nu een gecombineerde verordening is met de individuele studietoeslag en er een wetswijziging op komst is op de individuele studietoeslag. Zie hiervoor de informatie hieronder.
Individuele studietoeslag
De individuele studietoeslag, die in 2015 de studieregeling in de Wajong verving, geldt als inkomensaanvulling voor studenten die door hun handicap niet in staat zijn om naast hun studie nog wat bij te verdienen. De hoogte van de individuele studietoeslag en de criteria om ervoor in aanmerking te komen zijn vastgelegd in een verordening. Het gebruik van de individuele studietoeslag is niet hoog in onze gemeente. Dat is gebleken uit onze gemeentelijke managementcijfers en verklaard door een landelijk onderzoek5 Inspectie SZW-rapport evaluatie individuele studietoeslag november 2018 vanuit het ministerie. Er zijn weinig aanvragen en toekenningen. Dit beeld is ook landelijk te zien. Mede hierdoor is in 2020 de wettekst in de Participatiewet gewijzigd op dit onderdeel. De hoogte van de toeslag zal in de wet worden opgenomen zodat er geen verschil meer is per gemeente. De toegangseisen worden ook verduidelijkt in de wet. We gaan er voor zorgen dat het makkelijker wordt voor een student met een beperking om deze aanvraag in te dienen. Daarvoor bieden we meer klantondersteuning zodat studenten met een beperking meer gebruik gaan maken van deze regeling. Na de wetswijziging is er geen verordeningsplicht meer op dit onderdeel en kan het gemeentelijk beleid worden opgenomen in het beleid Bijzondere Bijstand.
- - Niet wettelijke regelingen
Meedoen
In 2020 is de nieuwe Verordening Meedoen Barendrecht 2021 vastgesteld.
In deze verordening zijn een aantal wijzigingen opgenomen. Zo is de aparte schoolkostenregeling voortgezet onderwijs vervallen. Het bereik van de regeling was zeer laag. Bij het Kindtegoed in Meedoen is vanaf 11 jaar een bedrag van 100 euro per jaar opgenomen voor schoolkosten.
Het bereik van Meedoen wordt nog beter door een automatische toekenning van het recht op Meedoen voor uitkeringsrechtigden Participatiewet. Er is geen automatische uitbetaling. De controle op inkomen en vermogen en de besteding is juist intensiever. Zonder bonnen is er geen uitbetaling.
Omdat er vanaf 2020 een samenwerking is met Stichting Leergeld voor het Kindpakket in natura is het belangrijk om geen dubbele verstrekkingen te hebben. Hier is de regeling Meedoen ook op aangepast.
Zorgpolis minima
De zorgpolis voor minima is in 2019 aanbesteed via een Open House aanbesteding. Alle partijen die dat willen kunnen jaarlijks een aanbod doen aan onze burgers. Alleen de huidige partners CZ en DSW bieden een zorgverzekering aan voor de minima. Bereikbare en betaalbare medische zorg is de basis voor het welzijn van de burger en het functioneren in werk en gezin. Via de Zorgpolis voor minima bieden we een basisverzekering en twee aanvullende verzekeringen. Afhankelijk van de te maken zorgkosten kan de burger kiezen voor de meest passende aanvullende verzekering. Bij de hoogste aanvullende verzekering zijn er veel zorgkosten en is het aannemelijk dat het wettelijk eigen risico geheel in rekening wordt gebracht. Daarom schieten wij dit voor in de hoogste aanvullende verzekering zodat er minder sprake is van betalingsproblemen of ‘zorgmijding’.
Bijzondere aandacht geven we aan de verzekerden met betalingsachterstanden. Enerzijds kan een betalingsachterstand leiden tot hogere kosten (hogere premie en boete), anderzijds wordt het doel van deze voorziening te niet gedaan als door betalingsachterstanden de aanvullende verzekering wordt stopgezet. Via vroegsignalering en het maken van afspraken met CZ en DSW kunnen we inzetten op het voorkomen en oplossen van betalingsachterstanden. Ons doel is dat alle verzekerden via de Zorgpolis voor minima aanvullend verzekerd zijn en blijven en niet in een kostbare bestuursrechtelijke procedure terecht komen.
3.1.2 Kindpakket in natura
In 2020 is middels een subsidieverstrekking een overeenkomst gesloten met St. Leergeld. Hiervoor is een verordening in 2020 vastgesteld. De samenwerking is gestart in augustus 2020 en over het bereik in 2020 zijn we zeer tevreden. In 2020 zijn er 697 kinderen bereikt en het subsidiebedrag is volledig uitgegeven. St. Leergeld heeft zelf ter aanvulling ook middelen ingezet. Dit kan omdat de stichting subsidie ontvangt van de overheid en sponsors.
3.1.3 Motie werkende armen
De raad heeft 13 november 2018 de motie ‘werkende armen’ aangenomen. In deze motie is het college gevraagd om:
- - Bij de opstelling van het nieuw meerjarig minimabeleid inspanningen te verrichten om deze doelgroep in beeld te brengen;
- - Om bij de uitwerking van het meerjarig minimabeleid deze doelgroep te onderscheiden;
- - In het kader van het nieuwe minimabeleid met voorstellen te komen om voor werkende armen de voorzieningen beter toegankelijk te maken en beter te informeren;
- - Aan te geven met welke voorzieningen de werkende armen het beste ondersteund kunnen worden als werk en uitkering elkaar afwisselen (voorkomen armoedeval);
- - Dit voor de presentatie van de voorjaarsnota uit te voeren.
Het grootste deel van de minima bevindt zich in de doelgroep bijstandsgerechtigden. De overige minima hebben een inkomen uit een andere uitkering of behoren tot de doelgroep werkende armen.
De werkende armen zijn weer onder te verdelen in werkenden in loondienst en de kleine zelfstandigen. De doelgroep is inmiddels, mede o.b.v. informatie uit de regelingen TOZO en TONK en op basis van informatie uit de toeslagenaffaire, beter in beeld bij de gemeente. Integrale dienstverlening helpt bij het vinden en beter informeren van de doelgroep werkende armen. Intern monitoren wij met betreffende afdelingen op de ontwikkelingen en handelen wij daarnaar.
Werkende armen en zelfstandig ondernemer
Door de coronacrisis en de door het kabinet ingestelde regelingen heeft de gemeente beter zicht op het aantal zelfstandigen dat een laag inkomen heeft. Vanuit het rijk is opdracht gegeven om in gesprek te gaan met de groep zelfstandigen die gebruik hebben gemaakt van de TOZO regelingen.
Dit ‘heroriënteringsgesprek’ zal in 2021 plaatsvinden. Datzelfde doen wij met de doelgroep voor de zogeheten TONK regeling. Hiermee krijgt de gemeente inzicht in de situatie en wat er verder nodig is voor de toekomst. Ook kunnen we tegelijk de ondernemers informeren over de minimaregelingen. Bij de intake schuldhulpverlening is er aandacht voor specifieke schuldhulpverlening aan zelfstandigen. Niet alleen via het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz2004) maar ook via gespecialiseerde hulpverlening. Hiervoor wordt deskundige hulp ingekocht bij Regionaal Bureau Zelfstandigen in samenwerking met bureau Zuidweg & Partners. Landelijke ontwikkelingen worden hierbij gevolgd.
Werkende armen in loondienst
Werkende armen in loondienst ervaren armoede omdat er vaak sprake is van een deeltijdcontract of een oproepcontract en er niet het volledig minimumloon wordt verdiend. We zien dat soms de zorg voor kinderen wordt gecombineerd met werken, waardoor fulltime werken niet mogelijk is. Het inkomen is hierdoor niet toereikend. Een probleem dat de gemeente niet kan oplossen. Wel kan de gemeente werkgevers met personeel benaderen om te informeren over financiële onderwerpen zoals; wat te doen bij financiële problemen, loonbeslag en de mogelijkheid van het aanvragen van minimaregelingen. Dit onderdeel wordt door de preventiemedewerker opgepakt.
Beperking minimabeleid
Via het minimabeleid kunnen we ‘inkomensondersteuning’ bieden op beperkte terreinen. Het inkomen structureel verhogen of categoriale bijstand verstrekken is wettelijk niet toegestaan binnen de Participatiewet. Landelijke problemen zoals te hoge vaste lasten, te hoge zorgkosten, onduidelijke inkomensregelingen belastingdienst, wisselende inkomsten etc. kunnen niet worden opgelost via het minimabeleid. In 2021 is er een nieuwe landelijke ondersteuningsregeling geïntroduceerd via de wet TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten). Deze tijdelijke regeling is bedoeld voor mensen die door plotselinge inkomensdaling de vaste lasten niet kunnen betalen en wordt uitgevoerd via de bijzondere bijstand.
3.1.4 Landelijk fonds Kinderhulp
Medio 2017 zijn we gaan samenwerken met het landelijk fond Kinderhulp. Dit fonds biedt financiële ondersteuning aan kinderen ongeacht het inkomen of vermogen van de ouders. Wel is er een verwijzing nodig van een professional. Dit fonds biedt perspectief aan gezinnen die net te veel middelen hebben om in aanmerking te komen voor de reguliere minimaregelingen, of gezinnen die naast de gemeentelijke regelingen toch iets extra nodig hebben. De gemeentelijke opties zoals Meedoen en de bijzondere bijstand worden altijd eerst beoordeeld en kunnen ook tegelijkertijd worden aangevraagd.
3.1.5 Samenwerkingsverbanden binnen Barendrecht
Diaconaal Noodfonds, Voedselbank en Kledingbank; deze partijen geven hulp aan inwoners van Barendrecht en voorzien inwoners van de noodzakelijke basiszaken zoals voedsel, kleding en hulp bij noodsituaties. Vanaf de zomer 2019 is het Diaconaal Noodfonds opgericht en wordt er integraal samengewerkt. Door de integrale insteek wordt er een duurzame oplossing nagestreefd.
3.1.6 Communicatie minimaregelingen
Voor de komende jaren wordt ingezet op het actueel houden van de communicatiemiddelen en vragen we deskundig advies over de leesbaarheid van de teksten op website en in de folder en hoe laaggeletterden beter bereikt kunnen worden. Doel is om ook de kwetsbare doelgroepen beter te bereiken. Hierbij wordt samengewerkt met de netwerkcoördinator laaggeletterden, Stichting Lezen en Schrijven en Expertisepunt Basisvaardigheden. Het beter leesbaar maken van de gemeentelijke brieven en beschikkingen is hierbij een aandachtspunt. Veel documenten zijn in 2020 al aangepast en verbeterd.
3.1.7 Gevolgen corona
Het afgelopen jaar 2020 is er veel gebeurd in de samenleving door corona. We hebben nog geen zicht op de gevolgen voor de inwoners van Barendrecht. We verwachten wel een toename van werklozen en bedrijven die het niet gaan redden ondanks alle steunmaatregelen. Deze toename zorgt ook voor meer rechthebbenden op de minimaregelingen. Op de valreep van de jaarwisseling 2020 naar 2021 heeft de wetgever een nieuwe tijdelijke wet aangekondigd die van invloed is op de bijzondere bijstand, de wet TONK (Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten).
TONK is bedoeld voor huishoudens die door de crisis te maken hebben met een onvoorzienbare, onvermijdelijke en plotselinge terugval in hun inkomen waardoor zij de vaste lasten niet meer kunnen betalen.