1. Het bedrag voor de verhuiskostenvergoeding als genoemd in artikel 3.8 lid 3 van de Verordening bedraagt € 2.500,00;
2. Een persoon, die op verzoek van de gemeente bereid is te verhuizen uit een voor een gehandicapte aangepaste woning, bestemd voor permanente bewoning, ontvangt een vergoeding van € 3.500,00.
3. Het bedrag dat als maximum verstrekt wordt bij het bezoekbaar maken als genoemd in artikel 3.8 lid 1 sub b van de Verordening bedraagt € 1.500,00.
4. Kosten van tijdelijke huisvesting worden in beginsel vergoed als eenmalig persoonsgebonden budget met een maximum van het bedrag genoemd in artikel 13 lid 1 onder a van de Wet op de Huurtoeslag tot een periode van maximaal zes maanden.