Het derde thema waarnaar gekeken wordt bij ingediende initiatieven die toepassing willen geven aan de eenmalige uitbreiding van een kern met maximaal 50 woningen, zijn de (nieuwe) bebouwingsranden van de kern. Daarmee wordt bedoeld dat er aandacht moet zijn voor de overgang van de bebouwing van de kern naar het (open) landschap.
3.3.1Verzachten bebouwingsranden
Allereerst wordt er gekeken naar de overgang van de bebouwingsranden, deze zijn nu over het algemeen vrij hard tussen bebouwing en open gebied. Veelal is er een scherpe grens tussen de dorpsrand en het openlandschap. Bij nieuwe ontwikkelingen willen we aandacht zien voor verzachting van deze randen. Dit kan meegenomen worden in het beeldkwaliteitsplan en het stedenbouwkundig ontwerp van het project (zie hiervoor ook paragraaf 3.4.3).
3.3.2Recreatieve verbindingen
Er is een sterke behoefte naar meer (recreatieve) verbindingen vanuit de kernen naar het landelijk gebied. Een ontwikkeling die de vitaliteit van onze kernen moet verbeteren, moet ook hieraan bijdragen. Gedacht kan worden aan wandelpaden, fietspaden of zelfs vaarverbindingen. Met name het aantal noord-zuid verbindingen is in onze gemeente zeer beperkt. Ook het recreatief potentieel van sommige bestaande recreatieve verbindingen kan worden vergroot. Initiatiefnemers wordt gevraagd deze verbindingen indien mogelijk op te nemen en uit te voeren in zijn/haar plannen.
3.3.3Robuust groen en water
Een laatste punt waarnaar gekeken wordt onder het thema (nieuwe) bebouwingsranden, is de toepassing van robuust groen en water.
Het is niet alleen een landelijke trend dat er bij nieuwe ontwikkelingen gevraagd wordt om hier speciale aandacht voor te hebben in het kader van de klimaatsverandering. Dit is ook opgenomen in onze Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040 (RUIMTEVOLK & Flux Landscape, 2020), in de ambitie ‘Zorgdragen voor een klimaatadaptieve en bodemdalingsbestendige regio’. Daarbij is als ontwikkelprincipe opgenomen:
“Om klaar te zijn voor de toekomst - en onnodige kosten te vermijden - bouwen we klimaatadaptief. Dat betekent dat wij nieuwe ontwikkelingen en het bestaand bebouwd gebied anders inrichten om de effecten van klimaatverandering zoveel mogelijk beperken. Zo zetten we in op voldoende groen en ruimte voor de opvang van hevige regenval. We letten daarbij op een slimme integratie in het (bestaand) stedelijk gebied.” (RUIMTEVOLK & Flux Landscape, 2020, p.41).
Initiatiefnemers wordt gevraagd groen en water zodanig in de plannen uit te werken dat hierbij wordt aangesloten. Hoewel er in dezelfde ambitie wordt gesproken over een bodemdalingsbestendige regio, worden hier daarvoor geen extra voorwaarden opgesteld. Omdat in de voorwaarden die provincie stelt aan de toepassing van artikel 9.12 in sub d. al is opgenomen dat de woningbouw niet mag leiden tot extra bodemdaling.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.3