1.. In afwijking van artikel 2, eerste lid, onder c, ziet het college geheel of gedeeltelijk af van verdere terugvordering als:

  • - belanghebbende gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of
  • - belanghebbende gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan maar het achterstallige bedrag over díe periode alsnog heeft betaald;
  • - een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost en het niet aannemelijk is dat reguliere incasso een hoger bedrag oplevert dan de afkoopsom;
  • - belanghebbende gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en het naar het oordeel van het college niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten;
  • - de restantvordering minder dan 50% van de hoofdsom bedraagt, deze niet hoger is dan €150,00 en er geen betaling is verricht binnen de aanmaningstermijn en er op basis van de beschikbare gegevens geen verrekening ex art. 6:127 Burgerlijk Wetboek of vereenvoudigd derdenbeslag op loon of uitkering mogelijk is;
  • - na overlijden van belanghebbende, tenzij belanghebbende bij leven over voldoende middelen beschikte om de vordering te voldoen.

2.. Tot een besluit als bedoeld in het eerste lid onder a t/m c kan zowel op schriftelijk verzoek als ambtshalve worden overgegaan. Tot toepassing van het eerste lid, onder d t/m f wordt uitsluitend ambtshalve besloten.”

3.. Er wordt geen terugbetaling aan belanghebbende gedaan van aflossingen die hebben plaatsgevonden voorafgaand aan het besluit als vermeld onder het eerste lid.