Het toepassen of herschikken van partijen grond op een perceel:
- - is vrij toegestaan als de bodem van dat perceel of die partij grond niet asbestverdacht is of daarin geen asbest is aangetoond in gewogen gehaltes boven 10 mg/kg d.s. en bij een visuele inspectie geen asbest(verdacht materiaal) is aangetroffen;
- - is niet toegestaan op percelen of gebieden met een bodemfunctieklasse ‘wonen’ of een ander gevoelig bodemgebruik zoals kinderspeelplaatsen, recreatiegebieden of volkstuinen als asbest is gemeten in gehaltes boven de 10 mg/kg d.s. gewogen of als bij een visuele inspectie asbest(verdacht materiaal) is aangetroffen;
- - is, tenzij onder een gesloten verharding, niet toegestaan in de contactzone (van 0 tot 0,5 m –mv) indien asbest is gemeten in gehaltes boven de 50 mg/kg d.s. gewogen;
- - is niet toegestaan, tenzij sprake is van ‘herschikken onder een gesloten verharding of leeflaag’ binnen het regiem van een door het bevoegd gezag Wet bodembescherming goedgekeurd saneringsplan, als asbest is gemeten in gehaltes boven de 100 mg/kg d.s. gewogen;
- - is niet toegestaan als is vastgesteld dat er sprake is van de aanwezigheid van respirabele asbestvezels in concentraties boven de 10 mg/kg d.s.
Een uitgebreide toelichting op bovenstaand beleid is te vinden in bijlage 9.