Beheersmaatregelen volgen altijd als op een perceel is vastgesteld dat sprake is van asbest in een gehalte boven de 100 mg/kg d.s. gewogen (concentratie serpentijn + 10 x concentratie amfibool). Bij een meer gevoeliger bodemgebruik als ‘wonen’, ‘kinderspeelplaatsen’, ‘recreatie of volkstuinen’, volgen ook beheersmaatregelen als visueel asbest(verdacht materiaal) is vastgesteld. De beheersmaatregel richt zich altijd op het wegnemen van risico’s op blootstelling, bijvoorbeeld door het aanpassen van de structuur van de toplaag. Bij minder gevoelig bodemgebruik (functieklasse ‘industrie’, ‘natuur’ of daaraan gerelateerd) kan gekozen worden voor dichtere vegetatie of een verbod tot betreden.

Sanerende maatregelen volgen direct als blijkt dat in de bodem op een perceel respirabele (inadembare) asbestvezels voorkomen in concentraties van 10 mg/ kg d.s. of meer.

Tijdens het uitvoeren van sanering of beheersmaatregelen moet worden voorkomen dat risiconormen worden overschreden voor asbest in huisstof en/of in binnen- en/of buitenlucht.