Op de bodemfunctiekaart worden de functies van gebieden aangegeven. Het gaat daarbij niet om de functie op perceelsniveau (zoals op bestemmingsplannen), maar om de overheersende functie in een gebied of zone. Er zijn zeven bodemfuncties (tabel 4.1) die op de kaart worden ingedeeld in drie bodemfunctieklassen:

  • - Landbouw/Natuur
  • - Wonen
  • - Industrie

Op de bodemfunctiekaart wordt niet alleen de huidige functie afgebeeld. Het kan ook een blik werpen op de toekomst: welke ambitie ten aanzien van de bodemkwaliteit hebben wij met een gebied? Daarom wordt één enkel bedrijfsperceel in een woonwijk niet apart ingedeeld als functie Industrie.

Bodemfunctie

Bodemfunctieklasse

Moestuin en volkstuinen

Natuur

Landbouw

Landbouw/Natuur (AW2000)

Wonen met tuin

Plaatsen waar kinderen spelen

Groen met natuurwaarden

Wonen

Ander groen, bebouwing, infrastructuur en industrie

Industrie

Tabel 4.1: Vertaling van de 7 bodemfuncties naar de bodemfunctieklasse

De bodemfunctiekaart speelt een belangrijke rol bij het toepassen van partijen grond of baggerspecie op de landbodem. Eén van de uitgangspunten van het Bbk is namelijk dat de milieuhygiënische kwaliteit van de toe te passen partij grond of baggerspecie geschikt moet zijn voor het gebruik van de ontvangende bodem (de bodemfunctieklasse). Daarnaast bepaald de bodemfunctiekaart bij bodemsaneringen de terugsaneerwaarde (ontgravingsgrenzen) en de kwaliteit van de toe te passen aanvulgrond of leeflaag.

De bodemfunctiekaart is opgesteld volgens de richtlijn in Bijlage M van de Regeling Bodemkwaliteit [2]. Ter verduidelijking is in figuur 4.1 een uitsnede van de kaart opgenomen.

Figuur 4.1: uitsnede Bodemfunctiekaart

Omgang met tussentijdse functiewijzigingen

Bij het opstellen van de bodemfunctiekaart is rekening gehouden met toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen. Desondanks is het mogelijk dat de functie van een locatie wijzigt als gevolg van een bestemmingsplanwijziging. Als gevolg van een dergelijke wijziging kan het voorkomen dat de functieklasse, zoals aangegeven op de bodemfunctiekaart, niet meer correspondeert met de actuele functie van de locatie. In dat geval kan de gemeente besluiten om de bodemfunctiekaart op dit punt aan te passen. Door de gemeenten wordt ten minste één maal per vijf jaar nagegaan of het noodzakelijk is om de bodemfunctiekaart aan te passen en opnieuw vast te stellen.