Op de ontgravingskaart zijn zones met een bepaalde gemiddelde (diffuse) bodemkwaliteit aangegeven. Deze is voornamelijk bepaald door het gebruik van de bodem, ophogingen in het verleden en atmosferische depositie. De kaart geeft dus een verwachting van de gemiddelde kwaliteit van een zone; op een willekeurige andere locatie in de zone kan de kwaliteit beter of juist minder goed zijn. De kaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van locaties met puntbronnen zoals tanks of bedrijven. Binnen een zone is de kwaliteit min of meer gelijk, terwijl de zones onderling juist van kwaliteit verschillen.

Een uitsnede van de ontgravingskaart is afgebeeld in onderstaande figuur 4.2. Er is ook een ontgravingskaart voor de ondergrond (0,5 tot 2 meter beneden maaiveld). De ontgravingskaart van de ondergrond wordt ook representatief geacht voor grond uit diepere bodemlagen dan 2 meter beneden maaiveld. Dit betekent dat de ontgravingskaart ook als bewijsmiddel voor vrijkomende grond uit grotere diepten mag worden gebruikt.

Figuur 4.2: uitsnede Bodemkwaliteitskaart (bovengrond)