Het Besluit bodemkwaliteit biedt gemeenten de mogelijkheid te kiezen voor een generiek beleid of een gebiedsspecifiek beleid. Het generieke bodembeleid is bodembeleid zoals beschreven in hoofdstuk 4. Als gekozen wordt voor een gebiedsspecifiek beleid kunnen gemeenten Lokale Maximale Waarden (LMW) vaststellen voor het hergebruik van grond. Dit zijn eigen lokale waarden. In het gebiedsspecifieke kader kan op basis van ruimtelijke ontwikkelingen, kwaliteitsambities en het te verwachten grond- en baggerspecieverzet een afweging worden gemaakt. Er moet daarbij een goede balans worden gevonden tussen bodembescherming enerzijds en de afzet van grond en baggerspecie anderzijds. Hulpmiddelen hierbij zijn de Risicotoolbox, de bodemfunctiekaart en de bodemkwaliteitskaart. Ook de uitgangspunten zoals verwoord in hoofdstuk 3 worden meegenomen in de afweging.