Daar waar de bodemkwaliteit en de bodemfunctie in balans met elkaar zijn (er zijn geen risico’s aan het bodemgebruik gebonden en de bodemkwaliteit verslechtert niet automatisch door de functie), is gebruik gemaakt van het generieke beleid. Dit geldt voor nagenoeg het gehele grondgebied van Barendrecht en Ridderkerk.
Het volgen van het generieke beleid levert in de gemeenten een viertal knelpunten op:
- - locaties waar de generieke toepassingseis strenger is dan de functie;
- - locaties waar de bodemkwaliteit slechter is dan de functie;
- - zone met diffuse verontreiniging met drins;
- - de baggerspecieopgave.
Voor de oplossing van deze knelpunten is gekozen voor het opstellen van gebiedsspecifiek beleid, gebaseerd op generieke normen. Daarnaast worden alleen voor zone 9 Lokale Maximale Waarden voor drins opgesteld.
Knelpunt 1 - Eis is strenger dan de functie
Voor een aantal zones is deze generieke toepassingseis strenger dan voor de functie noodzakelijk is. Deze zones worden weergegeven in tabel 5.1.
Tabel 5.1: Zones waar de eis strenger is dan de functie
Zone
Bodemfunctie
Bodemkwaliteit
Toepassingseis
BFK
BKK
TPK
Bovengrond
2
Wonen
AW2000
AW2000
3
Industrie
AW2000
AW2000
8
Industrie
Wonen
Wonen
Ondergrond
2
Wonen
AW2000
AW2000
3
Industrie
AW2000
AW2000
4
Wonen
AW2000
AW2000
6
Wonen
AW2000
AW2000
8
Industrie
Wonen
Wonen
Het hanteren van de generieke toepassingseis heeft voor bovenstaande zones consequenties voor hergebruik van grond en zou tot onnodig strenge eisen leiden.
Een voorbeeld van dit knelpunt is zone 3, bedrijventerreinen in Barendrecht en Ridderkerk. Op basis van het generieke beleid mag hier nu alleen grond of baggerspecie worden toegepast van de klasse AW2000. Terwijl hier op basis van de functie ook grond of baggerspecie van de klasse Industrie naartoe kan. Daarom is besloten om in deze Nota Bodembeheer gebiedsspecifiek beleid op te stellen om dit knelpunt op te lossen.
Knelpunt 2 - Kwaliteit slechter dan de functie
Voor een aantal zones is de bodemkwaliteit slechter dan de functie die in de zone van toepassing is. Deze zones worden weergegeven in tabel 5.2.
Tabel 5.2: Zones waar de kwaliteit slechter is dan de functie
Zone
Bodemfunctie
Bodemkwaliteit
Toepassingseis
BFK
BKK
TPK
Bovengrond
11
AW2000
Industrie
AW2000
5
Wonen
Industrie
Wonen
72
AW2000
Wonen
AW2000
Ondergrond
72
AW2000
Industrie
AW2000
1 Deelgebied Zuidpolder (BA07)
2 Deelgebied Crezeépolder (RA11)
Het hanteren van de generieke toepassingseis heeft hier consequenties voor hergebruik van grond uit eigen zone en zou tot relatief strenge eisen leiden. Vooral in het landelijk gebied zal dit leiden tot knelpunten. Wanneer grond is opgepakt, mag het niet meer op dezelfde plek worden teruggelegd vanwege de toepassing van de dubbele toets. Het is echter wenselijk om binnen een zone grond te kunnen hergebruiken. Grondverzet binnen een zone moet mogelijk zijn, mits er geen sprake is van risico’s.
Voorbeelden van dit knelpunt zijn de Zuidpolder in Barendrecht (zone 1 – gedeeltelijk) en de Crezeépolder in Ridderkerk (zone 7 - gedeeltelijk). In dit landelijk gebied staat veel natuurontwikkeling met grondverzet gepland. Uitgangspunt is dat gewerkt wordt met een gesloten grondbalans. De grond die vrijkomt bij het graven van water wordt gebruikt voor ophoging elders in het gebied.
Op basis van het generieke beleid is dit niet mogelijk. Voor de Crezeépolder blijkt dit uit de bodemkwaliteitskaart, voor de Zuidpolder is dit gebleken uit recent bodemonderzoek dat in het kader van aan- en verkoop van percelen is uitgevoerd. Door licht verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen is op sommige percelen in de Zuidpolder sprake van klasse Industrie. Op basis van deze gegevens zou vrijkomende grond uit deelgebieden BA 07 en RA 11 afgevoerd moeten worden en grond van klasse AW2000 opnieuw moeten worden aangevoerd.
Daarom is besloten om in deze Nota Bodembeheer gebiedsspecifiek beleid op te stellen om dit knelpunt op te lossen.
Knelpunt 3 - Drins
Omdat in de gemeenten in het verleden bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt in de glastuinbouw, zijn delen van de gemeenten diffuus verontreinigd met drins. Per 1 oktober 2008 is door VROM het criterium voor hergebruik van met drins licht verontreinigde grond bijgesteld van 4 naar 0,14 mg drins/kg droge stof. Hierdoor kunnen er problemen ontstaan omdat hergebruik van grond binnen een zone niet meer mogelijk blijkt.
Omdat bij de realisatie van het bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard (zone 9) veel grondverzet gaat plaatsvinden, ontstaat hier een probleem. Daarom is besloten om in deze Nota Bodembeheer gebiedsspecifiek beleid op te stellen om dit knelpunt op te lossen.
Knelpunt 4 - De baggerspecieopgave
De vrijkomende baggerspecie binnen de bebouwde kom vormt een knelpunt, omdat verharding en bebouwing de mogelijkheden sterk beperken. De hier vrijkomende baggerspecie moet worden afgevoerd naar een depot of verwerker. Gebiedsspecifiek beleid kan de toepassingsmogelijkheden van baggerspecie verruimen.