Zowel binnen het gemeentelijke beleid als het landelijke beleid is er voor gekozen om de aanpak van de bodemverontreiniging te combineren met de ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied; stedelijke

dynamiek wordt aangegrepen om de bodemkwaliteit waar nodig te verbeteren en geschikt te maken voor het beoogde gebruik. In dit kader is de reikwijdte van deze Nota Bodembeheer beperkt tot de zogenaamde situaties waarbij er een maatschappelijke ontwikkeling gepland is die aanleiding geeft om eisen te stellen aan de bodemkwaliteit, zoals een functiewijziging van bedrijfslocatie naar woningbouw. Het gaat hierbij om zogenaamde ‘nieuwe situaties’. De bodemkwaliteit dient bepaald te worden bij:

  • - opstellen nieuw bestemmingsplan;
  • - een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of voor het afwijken van het bestemmingsplan;
  • - aan- en verkoop van percelen;
  • - grondverzet;
  • - saneringssituaties.

Barendrecht en Ridderkerk willen de bodemkwaliteitskaart in combinatie met een vooronderzoek conform NEN5725 gebruiken als milieuhygiënische verklaring. Dit betekent dat niet alleen voor grondverzet, maar dat ook voor de activiteit Bouwen en/of afwijken de bodemkwaliteitskaart (bijlage 3b) in combinatie met een vooronderzoek conform NEN5725 onder voorwaarden als bewijsmateriaal kan dienen.Deze versoepeling van de onderzoekseisen leidt tot een lastenvermindering voor iedereen die één van deze sporen doorloopt. Daarnaast kunnen de waarden van de gebiedsspecifieke toepassingskaart (bijlage 3a) dienen als terugsaneerwaarden binnen het saneringsspoor uit de Wet bodembescherming.

Indien grond wordt toegepast op saneringslocaties (aanvulgrond) kan sprake zijn van een samenloop van bevoegdheden. Dit betekent dat zowel vanuit de Wet bodembescherming als vanuit het Besluit bodemkwaliteit eisen kunnen worden gesteld aan de aanvulgrond. Voor het Besluit bodemkwaliteit gelden de regels uit deze Nota Bodembeheer.

In onderstaande paragrafen is aangegeven wat de procedures en vereisten zijn in diverse kaders. Bij deze procedures wordt zo veel mogelijk aansluiting gezocht bij de bestaande wet- en regelgeving die op de drie genoemde processen van toepassing is. Aspecten als registratie, melding en handhaving zullen plaatsvinden conform de van toepassing zijnde wet- en regelgeving (beschreven in hoofdstuk 8).

De taken en bevoegdheden voor de beoordeling en de afhandeling van aspecten die te maken hebben met bodemverontreiniging blijven ongewijzigd. Indien er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging zijn Gedeputeerde Staten (taken gemandateerd aan DCMR) bevoegd gezag inzake de Wet bodembescherming. Barendrecht en Ridderkerk zijn het bevoegd gezag Besluit bodemkwaliteit.