Het Wet bodembeschermingspoor is primair van toepassing op graaf- en saneringswerkzaamheden in een geval van ernstige bodemverontreiniging. Voor de gemeenten Barendrecht en Ridderkerk blijft de volgende situatie waarbij de bodemkwaliteitskaart een rol speelt binnen het spoor Wet bodembescherming over:

Aanbrengen van aanvulgrond op een ernstig verontreinigde locatie

Op het aanbrengen van aanvulgrond op een ernstig verontreinigde locatie is de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Binnen de Wet bodembescherming is niet vastgelegd welk onderzoek noodzakelijk is voor het toepassen van grond in de leef- of afdeklaag. Dat betekent dat de mogelijkheid bestaat om de bodemkwaliteitskaart als bewijsmiddel te hanteren. In Barendrecht en Ridderkerk wordt de toepassingskaart gebruikt om te bepalen wat de kwaliteit van de (aan te brengen) leeflaag dient te zijn. Uitzonderingen hierop zijn:

  • - de moes- en volkstuinen (hieronder vallen ook particuliere tuinen waarin gewassen voor consumptie worden gekweekt). Deze moeten altijd worden aangevuld met grond van kwaliteit Achtergrondwaarde (AW).
  • - plaatsen waar kinderen spelen. Deze moeten altijd worden aangevuld met grond van kwaliteit Wonen.
  • - grondwaterwingebieden. Voor de kwaliteit van de aanvulgrond in grondwaterwingebieden wordt verwezen naar de Provinciale Milieu Verordening (PMV), te vinden op de website van de provincie (www.pzh.nl).