Inleiding
Het venster en de deurpartij heeft een interessante technische ontwikkeling doorgemaakt op het gebied van bescherming tegen weersinvloeden en afsluiting. Kozijnen hebben zich ontwikkeld van kruiskozijnen met draaiende luiken of ramen in de vijftiende eeuw tot kozijnen met schuiframen met meer comfort door betere aansluitingen in de zeventiende eeuw. In sommige gevallen werd gebruik gemaakt van bestaande kruiskozijnen, waar simpelweg het kruis werd verwijderd en een kalf met onderschuifraam met bovenlicht werd ingepast. Rond 1700 verdween steeds vaker het kalf en deed het bovenschuifraam haar intrede.
Inherent aan de ontwikkeling van het kozijn is de glasfabricage en de mogelijkheid om steeds grotere ruiten te produceren. Het T-raam, bestaande uit drie grote glasvlakken gevat in raamhout en soms nog een 17e eeuws kozijn, verschijnt aan het einde van de 19e eeuw.
Door de toepassing van houten ramen, deuren en kozijnen krijgen veel gevels extra reliëf en diepte. In de 19e eeuw tot de jaren twintig van deze eeuw werden zij vaak sierlijk bewerkt. Zulke ramen vormen daardoor een essentieel onderdeel van de stijl van de gevel.
Definitie
Venster
Is een opening in een muur of wand van een gebouw, waar men doorheen kan kijken. Onder vensters worden alle delen gerekend die samen het venster vormen, zoals het kozijn, de ramen, de luiken, de blinden en de persiennes, met alle daarbij behorende getimmerten, zoals waterdorpels, architraaflijsten, bekroningen en vensterbanken.
Kozijn
Een kozijn is een raamwerk van steen, hout of ijzer, de omranding van een deur of raam, bestaande uit een boven- en onderdorpel en twee of meer verticale stijlen, om een ingangs- of lichtopening te vormen en een glasraam, een deur of een luik in te bevestigen.
Deur
Een deur is een afsluiting van toegangen tot ruimten, maar ook een verbinding met het interieur en het exterieur; Onder deurpartijen worden de kozijnen verstaan, alsmede de deuren, de bovenlichten en alle daarbij behorende getimmerten, zoals pilasters, basementen, kroonlijsten en aftimmerlijsten.
Raam
Een raam is het gedeelte van het venster waarin het glas is gevat.
In het bijzonder wordt in de bouwkunde met raam het randwerk bedoeld, dat de glazen ruiten omsluit. In het verleden is de term nogal eens niet geheel juist gebruikt. In feite zou men er onder moeten verstaan het kozijn dat glas, raam of deur omsluit.
Vensterluik
Een vensterluik is een houten schot of paneel waarmee een venster aan de meestal geheel, soms gedeeltelijk, kan worden bedekt. Afhankelijk van de wens tot toetreding van zonlicht en de mate van bescherming tegen inkijk of inbraak kan een kleiner of groter gedeelte van een vensterluik van "louvrelatten" zijn voorzien. We onderscheiden:
Binnenluiken zijn vaak schuifluiken die uit de voorzetwand naast het raam te voorschijn komen of klapluiken uit samengestelde scharnierende elementen.
Traditionele houten buitenluiken, afgehangen op duimen.
Rolluiken binnen of buiten
Vensterluiken kunnen een positieve bijdrage leveren aan de energieprestatie. Het gangbaar houden, het opnieuw gangbaar maken van luiken of het opnieuw aanbrengen van luiken die in het verleden zijn verdwenen, kan een goede alternatieve isolerende voorziening zijn.
Voorzetraam
Een voorzetraam is een raamconstructie die men aan de binnen- of buitenzijde voor een kozijnconstructie aanbrengt, voornamelijk om voor warmte- en of geluidsisolatie te zorgen. Het is in principe een vorm van "dubbel glas" door de toepassing van twee ramen. Voorzetramen aan de buitenzijden zijn ontsierende elementen die het beeld van een pand aantasten en daarmee vanuit monumentaal oogpunt onwenselijk. Indien hier gesproken wordt van voorzetramen worden nadrukkelijk de voorzetramen bedoeld die aan de binnenzijde van de bestaande kozijnconstructie zijn geplaatst. Zie 3.3.3 Beglazing
Duurzaamheid
In de regel is de zwakste schakel in de energiehuishouding van woonhuizen de kierdichting. Omdat de zwakste schakel sterk bepalend is voor de totale energieprestatie van een woning moet bij het isoleren allereerst naar de kierdichting worden gekeken. Het effect van andere maatregelen is immers beperkt wanneer de kierdichting niet toereikend is.
Afhankelijk van het type raam kunnen tochtwerende voorzieningen worden aangebracht. Bij sommige ramen zoals draairamen kan dit eenvoudig door het aanbrengen van tochtstrips. Bij schuiframen ligt dit complexer en zal er naar aangepaste oplossingen moeten worden gezocht.
In dit hoofdstuk is ook het voorzetraam (aan de binnenzijde) als oplossing mee genomen. Een voorzetraam heeft naast kierdichting ook voordelen op het gebied van de totale isolatie van ramen. Oplopend in mate van complexiteit van de ingreep en de bijkomende kosten kan globaal een onderscheid worden gemaakt tussen:
permanent dichtzetten of toepassen van tochtstrips
kierdichting door kozijnaanpassing (bijv. infrezen tochtstrips)
voorzetraam
Energietechnisch zijn de verschillende oplossingen, mits goed uitgevoerd, vergelijkbaar. Zo is een raam permanent dichtzetten of de toepassing van kierdichting door kozijnaanpassing qua rendement nagenoeg gelijkwaardig. Het permanent dichtzetten van een raam is een simpele en goedkope oplossing maar daar tegenover staat het nadeel dat het raam niet meer open kan. De keuze tussen de oplossingen is daarom gelegen in de mate van monumentaliteit en het comfort en de gebruikswens van de bewoner. Wanneer isolerende beglazing is toegestaan, kan de keuze van het type kierdichting gekoppeld zijn aan de mogelijkheden die dit glas biedt. Het is dan ook zaak de oplossingen in samenhang te bepalen.
3.3.1 Houten vensters en deurpartijen
Definitie
Verduurzamen
Conserveren of verduurzamen van een materiaal om aantasting te voorkomen. In de bouw is voornamelijk bij hout sprake van verduurzaming. Door biologische verschillen tussen houtsoorten zijn er verschillen in de mate waarin verduurzamingmiddel in het hout kan worden gebracht.
Schimmels
Schimmels (zwammen) zijn vaak het gevolg van overmatige vochtproblemen. Het gaat vaak om bouwkundige of bouwfysische gebreken: onvoldoende of geblokkeerde ventilatie, doorslaand of optrekkend vocht in muren, te hoge grondwaterstand, gaten en scheuren in gevels, als ook lekkende goten, daken, leidingen of rioleringen.
Houtrot
Houtrot is het verweren, vermolmen van hout onder invloed van water en lucht. Rottend hout is de ideale voedingsbodem voor insecten als de bonte knaagkever, die het hout dan makkelijker kan eten en verteren.
Uitgangspunt
De oorspronkelijke vensters en deurpartijen zijn mede bepalend voor de verschijningsvorm van het monument. Bestaande historische vensters en deurpartijen dienen daarom gehandhaafd te worden.
Onderzoek en analyse
Waarom bestaat de wens het raam of de deur te vervangen:
Vanwege slijtage en houtrot?
Vanwege comfortverbetering, tegengaan van tocht en stookkosten
Vanwege geluidsisolatie
Onderhoudsvrij
Afhankelijk van bovenstaande conclusie wordt in het kader van de vergunningverlening afgewogen wat men moet vervangen. Gaat het alleen om de onderdorpel of ook om de stijlen en de bovendorpel. Gaat het alleen om de beglazing of ook om het raam? Bij vervangen of schilderwerk dient in sommige gevallen eerst kleuronderzoek te worden uitgevoerd.
De historische waarde van de verschillende onderdelen is bij het maken van de afweging belangrijk.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Houtrot
Schimmelgroei
Loslaten van delen van het hout
Kromtrekken
Blazen onder en onthechting van de verflaag
Holten en deuken in de langsrichting van het hout
Verkleuring van het onbehandelde hout
Mogelijke oorzaken
Liggende, vooruitstekende onderdelen zoals onderdorpels zijn kwetsbaar voor houtrot
Onvoldoende onderhoud of onvoldoende inspecties
Gebruik van onvoldoende duurzame houtsoorten
Teveel begroeiing doorbomen en struiken in de directe omgeving
Aanwezigheid van vuil en algen
Ondeugdelijke of dampdichte verflagen of verkeerd verfsysteem aan binnen- en / of buitenzijde
Zetting van het gebouw
Onvoldoende ventilatie
Waterinfiltratie door slechte detaillering of profilering of bijvoorbeeld verstopte condensgaatjes
Mechanische belasting
Dichtkitten van openingen en kieren rondom kozijnen
Zeer gesloten pleister- en verfsystemen op de gevel kunnen voor vochttransport naar het kozijn zorgen
Door gebruik van kunststof reparatiemortels in het verleden
Mechanische verwering of winderosie
Aantasting door insecten
Hedendaagse eisen en comfort
Mogelijke oplossingen
Bij voorkeur herstel met behulp van historische demontabele technieken zoals pen- en gatverbinding en het gebruik van toognagels in plaats van verlijming
Frequenter (preventief) onderhoud, reinigen, schilderwerk
Bij schilderwerk aandacht voor binnen- en buitenzijde en juiste type verf. De binnenzijde dient beter beschermd te zijn dan de buitenzijde in verband met het vochttransport van binnen naar buiten.
Herstelwerkzaamheden door middel van aanlassen, aanscherven etc.
Vanwege historische demontabele karakter kunnen beschadigde delen makkelijk worden vervangen
Milieuvriendelijke pillen en capsules tegen houtrot
Kunststof reparatiemortel, met als nadeel dat vocht niet wordt doorgelaten en kans op vervolgschade
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Wanneer vensters of deurpartijen historisch waardevol zijn dienen uitsluitend die onderdelen vervangen te worden die technisch slecht en niet handhaafbaar zijn. Dit dient middels deugdelijk onderzoek aangetoond te worden.
De detaillering en de afmetingen van de nieuwe onderdelen van historische vensters of deurpartijen moet worden aangepast aan de bestaande detaillering en afmetingen en uitgevoerd in dezelfde houtsoort met dezelfde verbindingstechnieken.
Reparaties van gedeelten van een historisch venster of deurpartij moet gebeuren door uitstukken of aanlassen door middel van een schuine liplas met dezelfde houtsoort als het bestaande venster of de deurpartij.
Bij vervangen van een enkel raam moet dit gebeuren door een nieuw exemplaar dat een exacte kopie is van het bestaande raam, inclusief indeling, detaillering, profilering, afmeting en materiaal. De oplossing voor kierdichting is dan overeenkomstig de te handhaven ramen.
Indien vensters of deurpartijen volledig vervangen moeten worden, dient een exacte kopie van de algehele opbouw van het kozijn gemaakt te worden, inclusief indeling, detaillering, profilering, afmeting en materiaal. De nieuwe ramen kunnen hierbij van een optimale kierdichting worden voorzien.
Draai-kiepramen zijn niet toegestaan ter vervanging van historische ramen.
Een aanslagstuk in de vorm van een wellat is bij beschermde monumenten niet toegestaan.
Het vervangen van naaldhout door tropisch hardhout is niet toegestaan.
Het vervangen van houten vensters en deurpartijen door kunststof en aluminium is niet toegestaan, vanwege de afwijkende profilering, detaillering en materialisering. Door de toepassing van kunststof kozijnen ontstaat een vervlakking van het gevelbeeld.
Indien er een duidelijke samenhang is van meerdere panden die als totaliteit ontworpen zijn, kan individuele kozijnvervanging afbreuk doen aan het geheel en is derhalve niet aanvaardbaar.
Indien in het verleden vensters en deurpartijen zijn vervangen door kunststof of aluminium dienen deze in principe bij een vernieuwing teruggebracht te worden in het oorspronkelijke materiaal en op het huidige architectonische gevelbeeld passende wijze. Hierbij dient deugdelijk onderzoek plaats te vinden naar de vroegere situatie door middel van oude foto’s en/ of tekeningen. Het verdient aanbeveling herkenbare nieuwe deuren en vensters te ontwerpen, die zijn geïnspireerd op het bestaande monument en daaraan een nieuwe kwaliteit toevoegen. In zo’n geval moeten voorzieningen ten behoeve van isolatie, zonwering, rolluiken en beveiliging in het ontwerp worden geïntegreerd.
Bij ramen zonder of met een lage monumentale waarde kunnen tochtstrips blind worden gemonteerd. Hiervoor wordt de sponning van het raam uitgefreesd voor de plaatsing van de strip. De ingreep is niet reversibel en daarmee niet toepasbaar bij ramen met een hoge monumentale waarde.
Naden tussen kozijnen en omliggende constructie dienen aan de binnenzijde deugdelijk te worden afgedicht tegen tocht. Aan de buitenzijde mogen ze niet worden afgekit, maar moeten ze door middel van een kalkmortel worden gedicht. Dit om vochtophoping en verstikking te voorkomen.
Bij grotere naden als gevolg van scheefstand is het vullen van de naad met een vulmiddel, bijvoorbeeld een schuimrubberachtig product te prevaleren boven PUR-schuim, omdat dit niet reversibel is aan te brengen. Het schuimrubber kan als rugvulling dienen voor de mortelvoeg aan de buitenzijde en aan de binnenzijde kan een afdeklat worden geplaatst.
In monumentale ramen of ramen met hoge beeldkwaliteit zijn ventilatieroosters in de glassponning niet toegestaan.
In ramen met beperkte monumentale waarden kan in de bovendorpel van het raam of bovenlicht een ventilatievoorziening worden aangebracht in de vorm van een sleuf met een schuifrooster.
Indien het vervangen van de ramen is toegestaan kan een verholen ventilatievoorziening met daar achter evt. een suskast worden aangebracht.
Bij beschermde monumenten en panden die van belang zijn vanwege de beeldkwaliteit mogen alleen luiken worden toegepast als deze er van origine gezeten hebben. De luiken moeten hierbij aansluiten bij de architectonische verschijningsvorm van het pand.
Aangezien de samenhang tussen isolerende maatregelen bepalend is voor de totale isolatiewaarde van de buitenschil, is de meerwaarde van geïsoleerde luiken bij historische constructies relatief beperkt.
Nieuwe voorzieningen ten behoeve van isolatie, zonwering, rolluiken en (doorval)beveiliging moeten aan de binnenzijde worden aangebracht, tenzij aangetoond kan worden dat deze voorzieningen in de historische situatie aanwezig waren. Zie ook welstandsnota, gebiedsgerichte deel, Hoofdstuk 11, Bijzondere gebieden, objecten en ensembles, buitenzonwering, pagina 109 en 110, http://www.maastricht.nl/maastricht/show/id=146254
Het aanbrengen van rolluiken aan de buitenzijde is niet toegestaan omdat dit afbreuk doet aan het architectonisch ontwerp. Bestaande rolluiken die niet bij het oorspronkelijk ontwerp horen mogen in principe niet vervangen worden. Zie ook welstandsnota, Hoofdstuk 11, gebiedsgerichte deel, Bijzondere gebieden, objecten en ensembles, buitenbeveiliging, pagina 110, http://www.maastricht.nl/maastricht/show/id=146254
Uitvoeringsvoorschriften
Ten behoeve van tochtwering kunnen aan de binnenzijde kunnen tochtstrips op het kozijn of raam gemonteerd waardoor geen ingreep in het kozijn of raamhout nodig is. Een nadeel is dat de strips bij interieurwaarden mogelijk hinderlijk zichtbaar zijn.
Door het aanbrengen van deurdrangers sluit een deur automatisch waardoor tocht en warmteverlies wordt voorkomen. Bij deuren met een monumentale waarde kunnen echter problemen ontstaan. Plaatsing van een deurdranger met een opdekplaat en glijarm is meestal niet mogelijk wanneer een deur bijvoorbeeld een geprofileerde kozijnlijst bevat.
Nadere informatie
Het conserveren en repareren van historische houten vensters en deurpartijen:
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_14-2004.pdf
Instandhouding van historische houten vensters:
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_07-2004.pdf
Onderhoud van buitenschrijnwerk:
http://www.monumentenwacht.be/nl/uploads/b128.pdf
Biologische aantastingen in hout:
http://www.monumentenwacht.be/nl/uploads/b82.pdf
3.3.2 Stalen vensters en deurpartijen
Definitie
Begin van de 20e eeuw maakte de architectuur verschillende vernieuwingen door, waaronder het gebruik van stalen ramen. Geheel nieuw was dit niet, want al vanaf de zestiende eeuw werden ook gietijzeren ramen toegepast. Het toenemende gebruik van stalen ramen, deuren en kozijnen kan verklaard worden door de ontwikkeling van het gewalste profiel, waardoor kwalitatieve en goedkope productie binnen handbereik kwam. Stalen gevelkozijnen kwamen voornamelijk voor in de periode tussen 1920 en 1970. Het stalen kozijn werd veelvuldig toegepast in architectonische ontwerpen van de architectuurstromingen het ‘Nieuwe Bouwen’ en ‘de Stijl’.
Uitgangspunt
Stalen vensters en deurpartijen mogen alleen worden vervangen indien herstel niet mogelijk is.
Onderzoek en analyse
Waarom bestaat de wens het raam of de deur te vervangen:
Vanwege slijtage corrosie
Vanwege comfortverbetering, tegengaan van tocht en stookkosten
Vanwege geluidsisolatie
Onderhoudsvrij
Afhankelijk van bovenstaande conclusie wordt in het kader van de vergunningverlening afgewogen wat men moet vervangen. Gaat het alleen om de onderdorpel of ook om de stijlen en de bovendorpel. Gaat het alleen om de beglazing of ook om het kozijn? Bij vervangen of schilderwerk dient in sommige gevallen eerst kleuronderzoek te worden uitgevoerd. Ook bij reparaties van het stalen kozijn dient goed kleuronderzoek te worden uitgevoerd aangezien de ondergrond meestal wordt gestraald. De historische waarde van de verschillende onderdelen is bij het maken van de afweging belangrijk.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Corrosie
Kromtrekken
Uitzakken
Vervolgschade aan glas, door roestvorming en volumevergroting
Mogelijke oorzaken
Corrosie of roestvorming door aanwezigheid van water en zuurstof bij een ijzeren element
Locaties waar langdurig water kan blijven staan
Extreme spanning of overbelasting in het materiaal
Zetting van het gebouw
Achterstallig onderhoud aan schilderwerk, kit of stopverf
Via scheurtjes in stopverf kan gemakkelijk vocht binnendringen
Onbehandeld oppervlak
Slijtage van de scharnieren veroorzaakt kromtrekken of scheefzakken
Slechte aansluiting stalen kozijn met het muurwerk
Mogelijk oplossingen
Frequent onderhoud van schilderwerk, kit en stopverf
Scharnieren regelmatig oliën
Verzorgen van een goede afwatering
Condensgaatjes regelmatig controleren en openhouden
Hergebruik van kozijnen en ramen, bijvoorbeeld door kozijnen van een minder belangrijke achtergevel te verplaatsen naar de voorgevel
Plaatsen die gevoelig zijn voor corrosie extra inspecteren en behandelen
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Stalen ramen of kozijnen worden alleen vervangen indien aangetoond is dat deze onderdelen technisch slecht of niet handhaafbaar zijn.
In geval van vervanging dient rekening te worden gehouden met de verfijnde detaillering en profilering in het bestaande gevelbeeld. Te vervangen stalen ramen dienen derhalve in staal worden uitgevoerd. Aluminium profielen zijn zwaarder dan de rankere staalprofielen en doen daarmee afbreuk aan de architectonische verschijningsvorm.
Bij integrale vervanging van stalen ramen en/of deuren, kunnen in de nieuwe ramen en deuren tochtdichting en koudebrug onderbreking worden gerealiseerd. Hierbij dient de uiterlijke verschijningsvorm van de bestaande ramen zo veel mogelijk te worden benaderd.
Bij stalen ramen, welke van belang zijn voor de beeldkwaliteit zijn ventilatieroosters in de glassponning niet toegestaan. Er zijn geen mogelijkheden om ventilatievoorzieningen aan te brengen.
Uitvoeringsvoorschriften
Stalen ramen of kozijnen ontroesten en behandelen tegen corrosie.
In draaiende delen van stalen ramen kan een tochtstrip worden geplakt. Bij ramen of deuren met grote speling behoort plaatsing van dichtingsband tot de mogelijkheden.
Nadere informatie
Stalen ramen en deuren
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/racm_brochure_techniek_48.pdf
Onderhoud van stalen schrijnwerk:
http://www.monumentenwacht.be/nl/uploads/b130.pdf
3.3.3 Beglazing
Inleiding
In de twintigste eeuw ontstaan verschillende toepassingen van vensterglas, waaronder gelamineerd glas, dubbel glas, gehard glas. Het dubbelglas “Thermopaneglas” is in de jaren ’30 in Amerika ontwikkeld. In 1948 wordt dubbele beglazing voor het eerst in Nederland geïntroduceerd en is sinds de oliecrisis in de jaren ’70 veelvuldig hier toegepast. Tegenwoordig wordt bij nieuwbouw en renovatie veel HR+ glas toegepast met hoog rendement, waarbij de stelregel geldt: hoe breder de luchtspouw des te beter de isolatie van het glas.
In oude monumentale gebouwen wordt van oudsher enkel glas toegepast en hierop zijn veelal ook de kozijnen en bijhorende raamvleugels afgestemd. Oud historische glas is, afhankelijk van het type, te herkennen aan de hierboven omschreven kenmerken als ronde of rechte trekstrepen, de fijne brekingsindex en speels karakter.
De detaillering van ramen is sterk bepalend voor de uitstraling van een cultuurhistorisch waardevol pand. Veel oude ramen zijn te rank gedetailleerd voor het dubbel glas dat tegenwoordig in de handel is. Om Hr++ glas te kunnen plaatsen moeten ramen overwegend worden vervangen. Naast dat het bij monumenten ten kosten kan gaan van een historisch waardevol raam hebben de voor het standaard dubbel glas noodzakelijke, zwaardere profielen een andere uitstraling van het pand tot gevolg.
Er zijn echter alternatieve beglazingssystemen in de handel die in veel gevallen wel verenigbaar zijn met de historische detaillering of er kan gekozen worden voor een achterzetraamsysteem. De verschillende oplossingen verschillen niet alleen in kosten maar ook in rendement.
Een punt van aandacht bij beglazing is de spiegeling. Het ouderwetse getrokken glas spiegelt veel minder dan het moderne floatglas. Bij dubbel glas is deze spiegeling hoger door de dubbele breking van het licht (twee ruiten). Zo kan het zijn dat omwille van het monumentale karakter of de beeldkwaliteit, een hogere spiegeling als ongewenst wordt beschouwd.
Het is aan te bevelen om per gevel of pand eenzelfde beglazingssysteem te kiezen omwille van de uniformiteit. Verschillende soorten glas kunnen immers een verschil in spiegeling en kleur opleveren.
Definitie
Binnen vensterglas onderscheiden we de volgende types en historische ontwikkeling:
Schijvenglas en Kroonglas
Dit type glas is toegepast vanaf de zevende eeuw tot het begin van de twintigste eeuw. Door een klomp vloeibaar glas aan een stok onder grote snelheid in de lengterichting van de stok te laten roteren transformeerde het glas in een ronde schijf. Na afkoeling werd de schijf in ruitvormige stukjes verdeeld, zodat er zo min mogelijk restafval ontstond. Opvallend aan schijvenglas zijn de rondlopende strepen, die ontstaan tijdens het draaien. Wanneer in plaats van een stok een blaaspijp wordt gebruikt ontstaat in plaats van een schijf een platte bol. Nadat de bol op een pontilijzer wordt geplaatst kan de blaaspijp worden losgesneden. Door het ijzer rond te draaien en het gat te vergroten ontstaat een grotere en dunnere schijf glas.
Cilinderglas
In de elfde eeuw lukt het om met een blaaspijp een druppel glas langzaam op te blazen en deze heen en weer te slingeren, totdat er een lange holle cilinder van glas ontstaat. Door de cilinder aan de uiteinden en in het vlak open te snijden en vervolgens in een strekoven uit te rollen, ontstaat een vlakke glasplaat met de kenmerkende fijne lichtbreking en het speelse karakter. Cilinderglas werd in gebouwen tot 1915 veelvuldig toegepast. Na 1915 wordt plaats geruimd voor het ‘getrokken glas’ in de vorm van enkele beglazing.
Getrokken glas
Al vanaf midden negentiende eeuw wordt gezocht naar een alternatief voor het cilinderglas. Experimenten zijn er op gericht om uit met vloeibaar glas gevulde baden brede en langgerekte banen te trekken met minder spanning en trekstrepen en waarmee grotere glasoppervlakken konden worden gerealiseerd. Voor een hoge kwaliteit blijkt luchttoevoer noodzakelijk en een balk die in het bad vlak onder het oppervlak van het vloeibaar glas wordt aangebracht.
Floatglas
In 1959 wordt een nieuw productieproces ontdekt, waarbij vloeibaar glas wordt uitgegoten over een bad met vloeibaar tin, waar het op blijft drijven. Door de eigenschappen van tin en het vloeibaar glas wordt menging voorkomen en ontstaan aan de onderzijde van de glasplaat een glad oppervlak. Door verhitting van bovenaf ontstaat ook aan de bovenzijde een glad oppervlak. De snelheid waarmee het glas over de tin wordt voortgeduwd bepaalt de dikte van het glas.
Monumentenglas
Onder monumentenglas wordt verstaan glas met een beperkte dikte en met een "oude" uitstraling. Het wordt toegepast in monumentale gebouwen waar de bestaande kozijnen, met de smalle glassponningen, gehandhaafd moeten blijven. Het is ontwikkeld om een hogere isolatiewaarde te bereiken in monumenten en historisch waardevolle gebouwen. Monumentenglas kan bestaan uit dubbelglas met een hele kleine spouw, gevuld met hoogwaardig gas, of uit gelaagd glas met een laag folie tussen de bladen.
De isolatiewaarde van een raam met monumentenglas past goed bij een monumentaal gebouw. Het is van groot belang op de isolatiewaarden van de verschillende uitwendige scheidingsconstructies op elkaar af te stemmen om ongewenste vocht- of schimmelproblemen te voorkomen, door te hoge isolatiewaarde van een van de onderdelen..
Monumentenglas kan worden uitgevoerd in getrokken glas, waardoor men de zachte, onregelmatige spiegeling behoudt die juist zo karakteristiek is voor gevels in historische gebouwen en monumenten.
Uitgangspunt
Glas is een van meest in het oog springende bestanddelen van een gevel of façade. De reflectie en de structuur van het glas bepaalt vaak de vormgeving en van gevel- en straatbeeld en is bepalend voor de karakteristiek en belevingswaarde van gevel(s).
Historisch glas dient zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven.
Met het vernieuwen van dit historische glas gaat een waardevolle substantie verloren.
Onderzoek en analyse
Waarom bestaat de wens het glas te vervangen:
Vanwege breukvorming
Vanwege comfortverbetering, tegengaan van tocht, condensvorming en stookkosten
Vanwege geluidsisolatie
Er dient middels deugdelijk onderzoek t worden geanalyseerd hoe authentiek het glas is. Over het algemeen kan gesteld worden hoe kleiner de ruiten en hoe meer roeden, hoe ouder het glas.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Breuk
Mogelijke oorzaken
Ongeluk
Vandalisme
Corrosie
Spanning door kromtrekken houten raam
Mogelijke oplossingen
Vervangen
In uitzonderlijke gevallen lijmen
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Indien isolatie of comfortverbetering gewenst is dient eerst middels deugdelijk onderzoek te worden vastgesteld hoe authentiek de kozijnen, de ramen en het glas zijn.
Indien de ramen en het glas historisch waardevol zijn dienen aan de binnenzijde voorzetramen, houten zomerblinden, luiken of markiezen toegepast te worden ten behoeve van isolatie of comfortverbetering. Hierbij is het van belang dat de isolatiemethoden van glas, kozijn en gevel op elkaar afgestemd worden.
Een voorzetraam kan voorzien worden van hoog rendementsglas en een hoogwaardige kierdichting. In geval van een monumentaal interieur kan een voorzetraamconstructie aan de binnenzijde onwenselijk zijn.
Voorzetramen mogen geen afbreuk doen aan de waarde van het interieur en dienen zo min mogelijk roeden te bevatten. Indien dit niet mogelijk is dienen de roeden donker geschilderd te worden en dezelfde raamindeling te hebben als de buitenramen. Een zorgvuldige plaatsing in de negge en zorgvuldige detaillering en profilering met betrekking tot kozijnen, aftimmering van de dagkant en aftimmerlatten is hierbij van belang.
Gezien de rankheid van stalen ramen is het van belang dat de voorzetramen zo slank mogelijk zijn gedimensioneerd en verdekt worden geplaatst om hinderlijke zichtbaarheid vanaf de buitenzijde te voorkomen
Indien een voorzetraam wordt geplaatst moet het kozijn kiervrij aansluiten op de bestaande constructie om te voorkomen dat er binnenlucht in de ruimte tussen het nieuwe en het bestaande raam komt. Wanneer de aansluiting niet naadloos is kan tussen de ramen condensvorming optreden.
Bij het toepassen van voorzetramen dient de gecreëerde luchtspouw licht geventileerd te worden met buitenlucht.
Indien voorzetramen technisch of esthetisch niet mogelijk blijken, kan gekozen worden voor monumentenglas.
Indien het glas niet historisch waardevol is kan gekozen worden voor de toepassing van monumentenglas.
Het monumentenglas dient zo dun mogelijk te zijn. Dubbel glas met een luchtspouw geeft een dubbele spiegeling en dient daarom te worden vermeden. Behoud van de bestaande kozijnen en raamvleugels is daarbij het uitgangspunt. Het is afhankelijk van de kozijnprofilering of monumentenglas toepasbaar is. Dit wil zeggen dat het vervangen van het glas niet de reden mag zijn om in goede staat verkerende kozijnen en ramen te vervangen vanwege de beperkte sponningbreedte.
Spiegelend en ondoorzichtig glas doen vaak afbreuk aan het uiterlijk van een pand en zijn daarom in monumenten niet toegestaan.
Het toepassen van dubbele beglazing is alleen mogelijk bij nieuw toegevoegde raamopeningen en nieuw toegevoegde voorzetramen. Hierbij is het een optie vanwege de zichtbaarheid de afstandsprofielen uit te voeren in een donkere kleur of met een zwarte rubberkern in plaats van metaal.
Uitvoeringsvoorschriften
Indien het glas vervangen moet worden vanwege technische redenen dient hetzelfde type glas en dikte gebruikt te worden indien dit verkrijgbaar is. Getrokken glas heeft de voorkeur ten opzichte van floatglas. Dit glas is verkrijgbaar tot een maximale handelsmaat van 1240 x 1860 mm met een dikte van 3-4 mm. Het kan voorkomen dat sommige glassoorten niet meer geproduceerd worden.
Enkel glas of monumentenglas dient door het toepassen van stopverf geplaatst te worden.
Nadere informatie
Vensterglas
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_43-2005.pdf
Bouwglas
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/racm_brochure_techniek_46.pdf
3.3.4 Glas-in-lood
Definitie
Glas-in-lood
De term glas-in-lood wordt gebruikt voor een raamwerk met H-vormige loodstrippen of -lijsten waarin een groot aantal, vaak gekleurde, ruiten is aangebracht. Het raam wordt vervolgens gekit om het wind- en waterdicht te maken en het te verstevigen. Bij grotere ramen worden ondersteunende brugstaven aangebracht om de ramen te dragen.Vooral in kerken, oude herenhuizen of gebouwen van begin twintigste eeuw werd het materiaal veelvuldig toegepast. Glas-in-lood is zeer gevoelig voor vandalisme of weersinvloeden.
Gebrandschilderd glas
Op blank of gekleurd glas kunnen kleuren of schilderingen worden aangebracht. Bij temperaturen van ca. 610 graden Celcius branden deze kleuren of voorstellingen in het glas. Voor het inbranden werd in de middeleeuwen bruin vloeiglaspoeder gebruikt. Later werden zilververbindingen of metaaloxiden gebruikt of werden gekleurde glasscherven als email ingebrand. Een glas-in-lood raam kan dus bestaan uit gebrandschilderde ruitjes.
Uitgangspunt
Glas-in-lood en gebrandschilderd glas zijn in het oog springende bestanddelen van een gevel of façade en zijn bepalend voor de karakteristiek en belevingswaarde van gevel(s). Historisch glas-in-lood en gebrandschilderd glas dienen zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven. Met het vernieuwen van dit historische glas gaat een belangrijke en waardevolle substantie verloren.
Er kan, afhankelijk van de omvang van het raam, een aantal oplossingen worden toegepast om de warmte-isolatie met behoud van de ramen, te verbeteren: Het voorzetraam aan de buitenzijde; het voorzetraam aan de binnenzijde, het opnemen in een dubbele beglazing en de museale opstelling. Welke methode gekozen wordt is afhankelijk van de situatie en bijkomende factoren.
Onderzoek en analyse
Deugdelijk onderzoek is noodzakelijk. Het dient gericht te zijn op aanwezigheid van vocht, conditie van mortel rondom het venster, conditie van brugstaven en loodnet, glas.
Waarom bestaat de wens het glas te vervangen:
Vanwege breukvorming
Vanwege comfortverbetering, tegengaan van tocht, condensvorming en stookkosten
Vanwege geluidsisolatie
Cultuurhistorisch onderzoek kan behulpzaam zijn bij de analyse naar de authenticiteit het glas is. Analyseer hoe authentiek het glas is. Hierbij kan cultuurhistorisch onderzoek helpen.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Uitzakken, uitvallen, uitbuiken
Mechanische schade
Breuk
Uitloging van glas aan binnen- of buitenzijde
Aantasting van grisailles en contouren bij gebrandschilderd glas
Verpoederen of wegvloeien van de verf bij gebrandschilderde ramen
Roetafzet van kaarsen aan de binnenzijde van het glas-in-lood raam
Mogelijke oorzaken
Windstoten, mist, hagel, slagregen, lekkage, felle zon
Vandalisme
Condenswater, vocht
Warmte, door geleiding van warmte koelt lood snel af en kan condens ontstaan op het lood, wat vervolgens tussen het lood en glas penetreert.
Spanningsverschillen door zonlicht tussen verschillende kleuren verf of tussen verf en glas bij gebrandschilderd glas
Te grondig of onzorgvuldig reinigen, bijvoorbeeld met ruwe ragebol waardoor krassen ontstaan of met de verkeerde (alkalische) reinigingsmiddelen
Verzakking van het gebouw
Gedrag van de materialen onderling
Eigenschappen en samenstelling van het materiaal zelf (bijvoorbeeld hoeveelheid kleur- en vloeimiddelen)
Onzorgvuldige uitname van glas
Gebruik van verkeerde kit of kitwerkzaamheden verkeerd uitgevoerd
Scheurgevoeligheid op soldeerpunten
Oppervlakkig solderen, waardoor alleen de bovenzijde is gesoldeerd
Oude loodstrips zijn vaak te zacht waardoor uitzakking of mechanische schade kan optreden.
Plaatsen van voorzetramen aan de buitenzijde zonder de werkelijke bedreiging te hebben verholpen
Verkeerd geplaatste voorzetramen, bijvoorbeeld te dicht op het glas-in-lood
Glas-in-lood geplaatst tussen dubbel glas, waardoor het niet mogelijk is om te ventileren.
Uitlogen van de buitenste gellaag door vocht
Verkeerde glasverf gebruikt
Mogelijke oplossingen
Regelmatig onderhoud
Gebrandschilderd glas alleen reinigen met schone doek, gedestilleerd water en eventueel niet-iogene zeep
In kerken een basistemperatuur van 8-12 graden Celsius aanhouden
Voldoende ventilatie om condens te voorkomen
Afhankelijk van de situatie plaatsen van voorzetramen van (gehard) glas (geen polycarbonaat in verband met krasgevoeligheid en vuilaantrekking)
Openhouden van condensgaatjes
Verwijderen van begroeiing en takken rondom de vensters
Plaatsen van (bronzen of kunststof) gaas om vandalisme of schade door vogels te voorkomen
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
De hoeveelheid schade en de risico’s van het uitnemen moeten worden afgezet tegen de beperkingen van het in situ restaureren.
Verdwenen delen van een voorstelling of decoratie bij gebrandschilderd glas kunnen ‘koud’ worden ingeschilderd, op de buitenzijde van het glas, de niet-beschilderde zijde. Dit wordt een koude retouche genoemd.
Het toepassen van een voorzetraam aan de buitenzijde heeft bij glas in lood de voorkeur daar het waardevolle glas in lood tevens tegen weersinvloeden en vandalisme wordt beschermd. Bij een voorzetraam aan de buitenzijde wordt een plaat veelal gehard glas of isolerende beglazing voor het glas in lood geplaatst waarbij het glas in lood op zijn oorspronkelijke plek blijft.
Museale opstelling; Deze opstelling wordt toegepast met glas in loodramen die een hoge kunsthistorische waarde hebben en is bedoeld om het glas te beschermen. Op de plaats van het glas in lood wordt nieuw al dan niet geïsoleerd glas geplaatst en het glas in lood wordt in een nieuw frame achter (aan de binnenzijde) dit glas geplaatst.
Bij een voorzetraam aan de binnenzijde wordt een plaat glas of isolerend glas achter het glas in lood geplaatst, waarbij het glas in lood op zijn oorspronkelijke positie blijft. Het plaatsen van ongeïsoleerd enkel glas heeft energetisch relatief een beperkt effect en kan condensvorming aan de binnenzijde veroorzaken. Het is derhalve minder geshikt bij monuemntaal glas in lood.
Opnemen in dubbel glas; Het glas in lood wordt uitgenomen en tussen twee glasplaten in een nieuwe loodsponning aangebracht. Bij beschermde monumenten is het opnemen van glas in lood in dubbel glas niet toegestaan.
Uitvoeringsvoorschriften
Bolle of uitbuikende glaspaneeltjes nooit in situ proberen vlak te drukken.
Nadere informatie
Bescherming van glas-in-lood
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_41-2004.pdf
Onderhoud en restauratie van glas-in-lood
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_42-2004.pdf
Aantasting van gebrandschilderd glas en glas-in-lood
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_31-2002.pdf
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3