Naar hoofdinhoud
3.4.1 Gevel isoleren Definitie Via de gevel, muur of wand die grenst aan de buitenlucht of aan een onverwarmde ruimte kan veel warmte verloren gaan of geluid of koude binnendringen. Om verlies of indringing van warmte of koude of geluidsoverlast tegen te gaan kan aan de binnen- of buitenzijde isolatie worden aangebracht. Het isoleren van buitenmuren levert bij oude gebouwen relatief de meeste problemen op. Oudere gebouwen zijn zodanig gebouwd dat gevelisolatie aan de binnenzijde niet overal kan worden doorgezet. Op de koudere plekken die hierdoor ontstaan, koudebruggen genaamd, kan condens optreden die tot vochtplekken en schimmelvorming kunnen leiden. Ook ontstaat het risico tot inwendige condensatie. Plaatselijk kan de constructie hierdoor erg nat worden hetgeen tot bijvoorbeeld rottende houten balken en roestende ijzeren gevelankers leidt. Zo kan een gebouw, dat misschien al honderden jaren in een prima conditie verkeert, in enkele jaren kapot gaan. De gebouwen worden ‘thermisch lek’ waardoor koudebruggen bijna niet zijn te voorkomen en zal het isolatieniveau wat lager moeten worden gehouden. De toepassing van een luchtspouw is vaak nog lastiger te realiseren dan de isolatie rechtstreeks tegen de buitenmuur. Dit maakt dat het aanbrengen van isolatiemateriaal aan de binnenzijde voor een gemiddelde woning een energieverbetering betekent van slechts 8%. De investering heeft dus in verhouding een beperkt rendement. Panden van vóór 1900 zijn doorgaans uitgevoerd met massieve muren. Vanaf de eeuwwisseling wordt de spouwmuurconstructie geleidelijk aan toegepast. Vanaf de jaren ’30 van de twintigste eeuw voert de spouwmuur de boventoon en vanaf de jaren ’40 worden alleen nog maar spouwmuurconstructies toegepast. Tot de jaren ’70 zijn spouwmuren in de regel ongeïsoleerd uitgevoerd. Wanneer in een gebouw spouwmuren aanwezig zijn kan het isolatiemateriaal van buitenaf in de spouw worden aangebracht. Bij het toepassen van gevelisolatie aan de buitenzijde worden harde kunststof isolatieplaten op de gevels bevestigd. Vervolgens wordt een dunne sierpleisterlaag aangebracht die voorzien is van een glasvezelwapening. De pleisterlaag wordt doorgaans uitgevoerd in lichte kleuren omdat donkere kleuren meer thermische spanningen oproepen. Een nadeel is dat het uiterlijk van het pand volledig wijzigt, en dus voor monumenten niet toepasbaar. Uitgangspunt Het nemen van milieubewuste en energiezuinige maatregelen wordt gestimuleerd indien de aanwezige monumentale waarden, alsmede de technische en fysische condities niet worden aangetast. Een zorgvuldige afweging dient, aan de hand van de specifieke omstandigheden, in het kader van de vergunningverlening te geschieden. Onderzoek en analyse De isolatiemaatregel dient aantoonbaar resultaat op te leveren voor de isolatiewaarde van de totale gevel. De isolatiemaatregel zal moeten worden afgestemd op het totale pakket van isolatievoorzieningen, vanwege het feit dat deze in combinatie met elkaar de thermische of fysische balans kunnen verstoren en daarmee schade kunnen veroorzaken. Schades, oorzaken en oplossingen Mogelijke schades Schimmelgroei Vocht- en vorstschade Isolatievoorzieningen kunnen de vochthuishouding van een gevel ernstig verstoren , met schade aan de buitenzijde als gevolg Mogelijke oorzaken Onvoldoende ventilatie Dampwerende folie aan de verkeerde kant van het pakket Geen dilataties tussen de isolatiepanelen De gevelisolatie is niet afgestemd op de beglazing of vice versa Mogelijke oplossingen Ventilatie aanbrengen Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria Isolatievoorzieningen zijn alleen mogelijk als de waarde van het monument niet wordt aangetast of geen vervolgschade veroorzaakt wordt door het wijzigen van de technische of fysische conditie van het monument. Het aanbrengen van buitengevelisolatie is niet toegestaan, vanwege het verstoren van het gevelbeeld. Binnenisolatiesystemen en voorzetwanden kunnen alleen worden toegepast als er geen monumentale interieuronderdelen verwijderd of aan het zicht onttrokken worden, zoals lambriseringen, wandbespanning en monumentale plafonds. Het aanbrengen van binnenisolatie en de dikte hiervan moet afgestemd zijn op het bestaande aftimmerwerk van venster- en deuropeningen en op de bestaande dagkanten en vensterbanken. Het is van belang dat de verschillende isolatiemethoden van glas, kozijn en gevel op elkaar afgestemd worden, vanwege het beoogde rendement. Indien de isolatievoorziening niet langs de gevel kan worden doorgezet, vanwege monumentale plafonds of de beperkte ruimte tussen de gevel en het constructieonderdeel, kan het beoogde rendement niet behaald worden en moet worden afgezien van de ingreep. Bij het toepassen van binnenisolatie moeten koudebruggen worden vermeden. Doordat de warme lucht afkoelt, kan inwendige condensatie optreden wat tot ernstige schade leidt. Het aanbrengen van een dampwerende folie aan de binnenkant van het isolatiepakket (warme kant) is hierbij noodzakelijk. Goed ventileren is belangrijk om schade door vocht te voorkomen. Bij strijkbalken moet tussen de muur en de balk minimaal 25 mm isolatiemateriaal kunnen worden aangebracht om condensatieproblemen te voorkomen. De binnenisolatie dient niet over een strijkbalk of strijkspant (de eerste balk / spant evenwijdig aan de gevel) aangebracht te worden. De strijkbalk of strijkspant mag niet verplaatst worden, tenzij de monumentale waarden niet worden aangetast. Zie ook kapspant Bij gevels met een groot en breed oppervlak die geïsoleerd worden dienen dilataties te worden aangebracht om mogelijke scheurvorming te voorkomen. Bij binnenwanden die aansluiten op een massieve buitenmuur, kan ter voorkoming van koudebruggen het isolatiemateriaal tegen de binnenwand worden omgezet. In de regel is 500 mm isolatiemateriaal tegen de binnenwand afdoende. Bij lichte, niet dragende, scheidingswanden kan de wand eventueel worden losgehaald van de buitenmuur en het isolatiemateriaal worden doorgezet. Nadere informatie http://www.monumenten.nl/site/nl-nl/Themas/Energiebesparing+in+monumenten.htm 3.4.2 Impregneren Definitie Impregneren is het doordrenken van een poreuze vaste stof met een product om deze te verduurzamen, vochtwerend te maken of onbrandbaar te maken. Hout kan worden verduurzaamd door onder druk een schimmelwerend product in het hout aan te brengen. Het waterafstotend maken van een gevel of voorkomen van vochtdoorslag door middel van een impregneermiddel wordt hydrofoberen genoemd. Uitgangspunt Impregneren is niet mogelijk. Onderzoek en analyse Onderzocht moet worden of impregneren noodzakelijk is om het beoogde effect te bereiken. Er dient onderzocht te worden welke gevolgen het impregneren heeft op de vochthuishouding van de gevel. Er dient onderzocht te worden waar het vochtprobleem vandaan komt. Hydrofoberen is alleen toegestaan in uitzonderlijke gevallen en alleen na uitgebreid onderzoek van deskundigen. Schades, oorzaken en oplossingen Mogelijke schades afschilferen van de gehydrofobeerde zone door crypto-efflorescentie: uitbloeien van zouten onder het oppervlak verkleuring / glimmende glanslaag scheurvorming uiteenvallende stenen afzanden afpoederen verkruimelen, afbrokkelen verlies van cultuurhistorische waarde van de gevel door de niet reversibele ingreep Mogelijke oorzaken Bevriezing van vocht Belemmering van vochttransport / waterhuishouding door de waterwerende laag, ook wanden van capillaire en poriën, waar het vocht langs voortbeweegt, worden waterafstotend gemaakt Kristalliseren van zouten onder het oppervlak doordat natuurlijke verdamping van vocht en afzetten van zouten op het oppervlak niet mogelijk wordt gemaakt door de waterwerende laag Herstelwerk van metsel- of voegwerk kan belemmerd worden door reeds aangebrachte hydrofobeerlaag Mogelijke oplossingen Goed onderhoud Bomen behouden of bomen planten als barrière tegen hemelwater Regelmatig en verantwoord repareren van metsel- en voegwerk Bouwkundige maatregelen om vochtoverlast te beperken zoals oliën, witten of pleisteren van de gevel Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria In uitzonderlijke gevallen is het hydrofoberen van gevels na zorgvuldig vooronderzoek door deskundigen toegestaan. Nadere informatie Hydrofoberen van gevels: http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/racm_brochure_techniek%201.pdf 3.4.3 Pleisterwerk Definitie In de tegenwoordige restauratiepraktijk worden decoratieve en geornamenteerde afwerklagen op wanden en plafonds met stucwerk aangeduid, terwijl de term pleisterwerk wordt gehanteerd voor vlakke lagen op gevels en binnenmuren. Pleisterwerk is een stucmethode, waarbij een dunne laag specie van kalk en/of cement en gips met zand van enkele millimeters tot enkele centimeters dik vlak op de muur wordt aangebracht. We onderscheiden verschillende typen pleisterwerk: mineraalgebonden mortels; cementgebonden mortels (eventueel met kunststof gemodificeerd); kunstharsgebonden mortels; epoxyharsmortels. Afhankelijk van locatie, functie en stijlperiode is het oppervlak van pleisterwerk op verschillende wijze behandeld of afgewerkt:ruw, glad, geschuurd, waaiervorm, gekamd, boerenpleister, ornamenten waarbij de verscheidene stijlperioden herkenbaar en van belang zijn! Verven en behandelen van pleisterwerken m.b.v. witkalk en/of in ieder geval altijd een verf op basis van mineralen. Ook natuursteenimitatie, blokpleister en sgraffito (figuratie in twee lagen stucwerk in verschillende kleur) zijn vormen van pleister- of stucwerk die voorkomen in Maastricht. Voor stucwerk en natuursteenimitatie zie ook Interieur > plafond- en wandafwerkingen Uitgangspunt Pleister- en stucwerk werd aangebracht om gevels te beschermen en te verfraaien. Behoud van historisch pleister- en stucwerk staat voorop. Onderzoek en analyse Indien er schade aan het pleister- en stucwerk is geconstateerd, dient deugdelijk onderzocht te worden wat de oorzaak is. De samenstelling van het bestaande pleister- en stucwerk dient onderzocht te worden. Van belang is de aanwezigheid van zouten en vocht. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient daarnaast een deugdelijk onderzoek naar historische afwerklagen en kleurlagen in de ondergrond plaats te vinden. Schades, oorzaken en oplossingen Mogelijke schades Scheurvorming overbelasting door vocht loszittend pleisterwerk zoutuitbloei schimmels Verzanden door verlies van samenhang Mogelijke oorzaken dikte van het desbetreffend stucwerk doorslaand vocht optrekkend vocht zakkend vocht condens vocht indirect optrekkend vocht Mogelijke oplossingen plaatselijk herstel van pleisterlagen schilderen pleisterwerk Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria Het opnieuw aanbrengen van pleister- en stucwerk op de gehele gevel is slechts toegestaan indien plaatselijk herstel van het pleister- en stucwerk niet meer mogelijk is. Op gevels mogen alleen pleisterlagen worden aangebracht als deze al aanwezig zijn of als dit historisch verantwoord is. De toe te passen pleisters moeten damp-open zijn. Dit is van belang omdat het afsluiten van het oppervlak ernstige gevolgen kan hebben voor gevel, constructie, balken of kozijnen. Inwendige condensatie kan verrotting en verval veroorzaken. Uitvoeringsvoorschriften De toe te passen pleisters moeten wat betreft samenstelling aangepast worden aan de ondergrond in verband met de hechting en vochthuishouding. Op historisch pleisterwerk mag geen minerale verf worden aangebracht maar moet gewerkt worden met siliconenhars-emulsieverf. Minerale verven gaan namelijk een reactie aan met het pleisterwerk waardoor de verf niet meer verwijderbaar is. Het aanbrengen van een minerale verf op pleisterwerk mag alleen indien hier reeds een minerale verf aanwezig was en deze als zodanig niet als laag gehandhaafd hoeft te blijven. Op nieuw aangebracht pleisterwerk moet daarentegen een minerale verf gebruikt worden. Nadere informatie Monumenten verdienen onze zorg: gevelafwerking http://www.monumentenwacht.be/nl/uploads/b135.pdf 3.4.4 Schilderwerk Definitie Bij restauratie of onderhoud kunnen verflagen worden aangebracht op onderdelen van de architectuur omwille van beschermende factoren tegen externe en interne invloeden of esthetische factoren (mits historisch verantwoord). We spreken van ‘historische’ verflagen als het gaat om schilderwerk dat in het verleden is aangebracht omwille van esthetische, decoratieve of functionele redenen en waarbij gebruik is gemaakt van traditionele technieken en materialen. Uitgangspunt Het kleurgebruik vormt een wezenlijk onderdeel van de uitstraling van een monument waardoor toepassing ervan dient aan te sluiten bij de historie en de karakteristiek van het pand of object. Behoud van de historische verflagen en bestaande kleurstelling staan voorop. Bij het wijzigen van de kleur vormt de nota ‘Maastricht in Kleur’ uit 1996 het uitgangspunt. Onderzoek en analyse Bij het wijzigen van kleur van gevel of houtwerk dient een historisch kleurenonderzoek de wijziging te motiveren. Een dergelijk onderzoek kan zich zowel richten op een onderzoek ter plekke naar de oorspronkelijke afwerkingslagen of een archiefonderzoek via bronnen of fotomateriaal. Advies van een gespecialiseerde kleurendeskundige is hierbij aan te raden. (via Stichting Kleur Buiten www.kleurbuiten.nl of Restauratie Atelier Limburg). Schades, oorzaken en oplossingen Mogelijke schades Afpoedering Scheur- en barstvorming Blaasvorming Afbladdering Verkleuring Uiteenvalling van de verflaag Vorming van gipskorsten Schimmel- en biologische groei, biodegradatie Verzeping van de verflaag Dichtschildering van profileringen en detailleringen Mogelijke oorzaken Aanbod van vocht, optrekkend vocht, bevriezing van vocht etc. Aanbod van vocht als bron voor schimmelgroei en biologische groei, Aanbod van zout, kristallisatie van zouten op of onder het verfoppervlak Reactie van kalk, in kalkverf, met sulfaten in hemelwater tot gipskorsten Te weinig onderhoud Schilderwerk op verkeerde wijze en met verkeerde producten uitgevoerd Spanningsverschillen tussen verflagen onderling of tussen verflaag en ondergrond Uitbloeden van inhoudsstoffen, uitlogen, alkaliën Aanwezigheid van inhoudsstoffen, bijvoorbeeld chloriden in beton Verdwijnen van bindmiddel verf door bijvoorbeeld UV straling Verfsysteem binnenzijde niet afgestemd op verfsysteem buitenzijde gevelkozijnen Verkeerde wijze van isolatie Verkeerd verfsysteem, bijvoorbeeld dampdicht in plaats van waterdampdoorlatend te snelle absorptie van bindmiddel in de ondergrond zodat verfproduct niet afdoende kan drogen of uitharden Mogelijke oplossingen Frequent onderhoud van verfsysteem Frequente reiniging van verfwerk Vocht-en zoutaanbod verhinderen Wachten met schilderen totdat uitlogen of uitbloeden van inhoudsstoffen is gestopt Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria Bij wijziging van de kleurstelling dient de gekozen kleur te passen in de stedenbouwkundige context en bij het oorspronkelijke architectuurconcept conform de uitgangspunten van de nota ‘Maastricht in Kleur’. Wijziging van kleur dient altijd te worden beoordeeld in het kader van de vergunningverlening Vanwege de beperkte diversiteit van de kleurtonen wordt aanbevolen geen RAL-nummers toe te passen voor het buitenschilderwerk. Onbeschilderde gevels mogen alleen geschilderd worden als dit door middel van een historisch kleuronderzoek verantwoord kan worden. Natuursteen komt zowel beschilderd als onbeschilderd voor in Maastricht. Het beschilderen van onbeschilderde natuursteen is slechts mogelijk indien de natuursteen in slechte conditie verkeert en middels onderzoek aangetoond is dat het vanwege esthetische redenen verantwoord is. Uitvoeringsvoorschriften Beschilderde gevels kunnen in de bestaande kleurstelling worden overgeschilderd. Voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden dient de kleur en verfsoort via een kleurenvoorstel met kleurencodering en eventueel via proefvlakken ( van circa 50 bij 50 cm groot en op een aan de achterzijde of niet zichtbare plek) in overleg met de vergunningverlener/bouwinspecteur van de gemeente Maastricht worden bepaald. Gevels moeten met een damp-open product worden geschilderd en niet film-vormend (folievorming). Dit kan met een minerale verf, olieverf of eventueel met een zuivere siliconenhars-emulsieverf. Dit is van belang omdat het afsluiten van een constructie ernstige gevolgen kan hebben voor gevels, balken of kozijnen. Inwendige condensatie kan verrotting en verval veroorzaken. Het gebruik van glanzende emulsieverven is op (bak)stenen ondergronden niet toegestaan omdat de textuur van het materiaal verloren gaat en daarnaast de verf onvoldoende vochtdoorlatend is waardoor er schade aan de steen ontstaat of de verf gaat afbladderen. Het is niet toegestaan om openingen tussen kozijn en muur met kit af te dichten. De naden tussen kozijn en gevel kunnen met een damp-open voeg van kalkspecie worden afgedicht. Door kit als materiaal te gebruiken op oude houten constructies kan de mogelijkheid tot uittreding van vocht worden geblokkeerd. Reparatiemortels op kunststofbasis kunnen alleen voor gaten in houten kozijnen kleiner dan 10 cm³ worden toegepast. Indien de gaten groter zijn dienen deze met hout gerepareerd te worden. Oude verflagen moeten niet volledig worden verwijderd maar overgeschilderd in verband met toekomstig kleuronderzoek, tenzij de diverse aanwezige verflagen gezamenlijk dermate dampdicht zijn dat in de aanwezige condities vochtproblemen te verwachten zijn. Nadere informatie Zie de nota “Maastricht in kleur” uit 1996 http://www.maastricht.nl/web/Beleid/Beleid/Stadsontwikkeling/Stadsontwikkeling/B_e_l_e_i_d_s_t_a_d_s_o_n_t_w-tonenop/Cultureel-erfgoed.htm Kleuronderzoek http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_25-2005.pdf Monumenten verdienen onze zorg: gevelafwerking http://www.monumentenwacht.be/nl/uploads/b135.pdf 3.4.5 Reinigen Definitie Reinigen is een handeling om materiaal (vuil, stof, verf etc. ) te verwijderen dat zich op een verkeerde plaats bevindt. Dit materiaal maakte oorspronkelijk geen onderdeel uit van de ondergrond, maar heeft zich daar mee gemengd of op afgezet. Vuil is vaak een product dat zich afzet op een materiaal en daardoor het oppervlak aantast of verandert of is een residu van een chemische reactie of chemisch proces tussen het oorspronkelijke materiaal and chemische stoffen uit de omgeving. Reinigen is in feite het wegnemen van materiaal om de chemische stabiliteit te verbeteren en maakt daardoor onderdeel uit van een stabilisatieproces. We onderscheiden mechanisch, chemisch en op waterbasis reinigen, waarin een onderverdeling gemaakt kan worden tussen nat- en droog reinigen. Voorbeelden van reinigingsmethoden zijn droog afborstelen met een zachte borstel, afborstelen met een zachte borstel en lauw water, reinigen onder lage of hoge druk of met stoom, reinigen met lasers, reinigen door te stralen, mechanische reinigen door middel van speciale borstels, beitels of schuurmachines, zelfreinigende verfsystemen, verfafbijt, enz. Uitgangspunt Het reinigen van gevels dient altijd zeer terughoudend te worden uitge¬voerd om aantasting van het historische materiaal te voorkomen en historisch beeld te handhaven. Reinigen van gevels is slechts toegestaan indien de verontreiniging schade kan veroorzaken aan de gevel of een gevel dermate vervuild is dat de architectonische expressie volledig verloren gaat. Het behoud van de bestaande huid en patinalaag is altijd van belang. Onderzoek en analyse Er dient aangetoond te worden dat het reinigen noodzakelijk is vanwege technische redenen of omdat de huidige toestand afbreuk doet aan het ontwerp. Er dient daarbij onderzoek plaats te vinden naar het materiaal en de oorzaak van de vervuiling om de juiste reinigingsmethode te kunnen kiezen. Is het de oorspronkelijke patina of vervuiling lucht, verkeer of industrie, enz.? Wat zijn de kenmerken van het materiaal, wat is het karakter, hoe kwetsbaar is alles, hoe is de muur geconstrueerd, is hij massief of voorzien van spouw, zijn er roestende ankers aanwezig enz.? Schades, oorzaken en oplossingen Mogelijke schades Afzanden van de ondergrond Verpoederen van de ondergrond Schilderen en afbrokkelen van de ondergrond, bijvoorbeeld door bevriezing van vocht Verwijderen van gepolychromeerde afwerkingen, bijvoorbeeld verf op geschilderde beelden Veroorzaken van krassen, bijvoorbeeld op glas, glas-in-lood, of koperen elementen Originele oppervlak of textuur verdwijnt Origineel patina of afwerking verdwijnt Mogelijke oorzaken Reinigen met hoge druk of met een te geringe afstand Reinigen door middel van stralen Reinigen met behulp van het verkeerde chemische middel Nat reinigen waar droog reinigen gewenst is Mogelijke oplossingen Reinigen van kwetsbare onderdelen als glas-in-lood met een schone doek of gedestilleerd water Mos- en algen reinigen met droge zachte borstel in plaats van met hoge druk Verontreiniging, vuil, patina accepteren Vuil of verontreiniging gedeeltelijk reinigen, zodat een buffer behouden blijft en het originele materiaal beschermd blijft. Verontreinigd metselwerk reinigen met lauw water en zachte borstel in plaats van met hoge druk Milieuvriendelijke watergedragen verfafbijt Wat voor de ene gevel en/of materiaal een geschikte reinigingsmethode is, kan een andere gevel of materiaal ernstig beschadigen. Het is derhalve onmogelijk om een uniforme reinigingsmethode aan te geven. In het kader van de vergunning aanvraag zal, aan de hand van de specifieke omstandigheden, beoordeeld worden of en middels welke methode van reiniging kan worden toegepast. Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria In veel gevallen van natuurlijke gevelverontreiniging volstaat een behandeling door middel van lauw water met een zachte borstel of stoomtechniek. Indien gevels of ornamenten sterker verontreinigd zijn wordt het reinigen met laserbehandeling aanbevolen, omdat deze methode de ondergrond niet aantast. De warmte-energie van de laserstraal wordt in de vuile aanslag opgenomen, waarna deze door oververhitting verpulvert. Het (grit)stralen van baksteen muurvlakken en het gebruik van water onder hoge druk is niet toegestaan. Het beschadigt de opperhuid van de stenen, waardoor de poriën van de steen worden blootgelegd. Deze beschadigingen leiden hierdoor tot ongewenst vocht- en zouttransport. Bovendien kunnen er beschadigingen aan het voegwerk optreden. Hardstenen en zandstenen onderdelen verliezen door het gritten de karakteristieke oppervlaktebewerking (bouchardeerslag of frijnslag) en het natuurlijke patina. Het gebruik van staalborstels en mechanisch reiniging met schuurmachines, beitels, trilnaalden of slijptollen is niet toegestaan, omdat deze methode de opperhuid van het materiaal aantast. Het gebruik van afbijtmiddelen is vanwege de milieubelasting niet toegestaan. Bovendien kan het afbijtmiddel door een mogelijke chemische reactie het materiaal aantasten. Milieuvriendelijke watergedragen afbijtmiddel is wel toegestaan. Antigraffitilagen zijn toegestaan bij een spouwmuurconstructie indien deze kleurloos (niet glanzend) en dampdoorlatend is. Indien er geen sprake is van een spouwmuur mag een antigraffitilaag alleen toegepast worden indien het gebouw aantoonbaar geen fysische schade van de beschermlaag ondervindt. Er zijn uitsluitend ‘zelfopofferende’ systemen (bv. bijenwas-emulsie) toegestaan, omdat deze de eigenschap hebben dat bij het verwijderen niet alleen de graffiti maar ook de onderliggende beschermlaag volledig mee verdwijnt en dus reversibel is. Uitvoeringsvoorschriften Voorafgaand aan de uitvoering van het reinigen dient een proefvlak van circa 50 x 50 cm geplaatst te worden ter goedkeuring van de vergunningverlener/bouwinspecteur van de gemeente Maastricht. Het proefvlak dient op een niet zichtbare plek aangebracht te worden. Indien een monumentale gevel met graffiti is beklad, moet eerst worden vastgesteld welk type verf is gebruikt. Vervolgens kan de reinigingstechniek worden bepaald, waarbij rekening moet worden gehouden met de schade die de reinigingsmethode kan aanrichten. De reiniging dient bij voorkeur binnen 24 uur plaats te vinden. Als het gaat om graffiti op een klein oppervlakte (minder dan 5m²) dan kan de gemeente helpen bij de verwijdering, via het meldpunt 043-3504000. Er wordt dan een offerte gemaakt. De graffiti kan natuurlijk ook verwijderd worden door een gevelreinigings- of schildersbedrijf. Nadere informatie Graffiti op monumenten: http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_39-2004.pdf Het reinigen van gevels: http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/rdmz_info_rb_17-2001.pdf graffiti meldpunt: http://www.maastricht.nl/web/GemeenteLoket/Alle-producten-en-diensten/Productpagina.htm?dbid=1153&typeofpage=79906 Zie ook: R.P.J. van Hees, L.J.A.R. Klugt van der, Het voorkomen en bestrijden van gevelbekladding, uitgave van Stichting Bouwresearch, (Rotterdam 1991)

Rechtspraak bij dit artikel