3.5.1 Houten kapconstructies
Definitie
Het geheel van dragende houten bouwelementen van een dak wordt de kapconstructie genoemd. Op basis van de wijze van ontstaan en ondersteuningswijze zijn in de schuine kap de volgende kappen te onderscheiden: een sporenkap, een gordingenkap en een stijlenkap. Aan het eind van de negentiende eeuw komt ook de mansardekap voor. Deze werd gemaakt om extra ruimte te winnen.
In Maastricht komt vooral de Maaslandse kap voor. Bij deze kap, die doorgaans parallel loopt aan de straat, zijn de gordingen in het dakvlak verbonden door diagonale stijlen.
Uitgangspunt
Behoud en herstel van de bestaande constructie is het uitgangspunt. Zoveel mogelijk houtwerk dient gehandhaafd te worden.
Kapconstructies dienen goed geventileerd te blijven. Het afdichten met bijvoorbeeld PUR-schuim verstoort de ventilatie en kan tot verstikking en houtrot leiden. Eventuele kierdichting moet in samenhang met het isoleren van de kap worden aangebracht.
Onderzoek en analyse
Bij het zichtbaar aanwezig zijn van houtaantasting of het vermoeden van onvoldoende draagvermogen dient door middel van een berekening of deugdelijke onderzoek te worden aangetoond dat een constructie niet toereikend is. Een constructeur en/ of een ongediertebestrijder kan dit onderzoeken.
Opleggingen in muren en/of de verbindingen van balken en constructies dienen goed op gebreken gecontroleerd te worden. Deze zijn niet altijd bereikbaar en zichtbaar.
Voorafgaand aan de werkzaamheden dient te worden aangetoond welke onderdelen van de houtconstructie vervangen moeten worden. Dit dient op tekening met een kleuraanduiding inzichtelijk te worden gemaakt.
Bouwhistorisch onderzoek zou kunnen uitwijzen hoe de kapconstructie is opgebouwd en ontstaan. Hierbij dient gelet te worden op tel- en andere merktekens, ornamenten aan balken, type verbindingen en lassen, bijv. houten toognagels, gesmede spijkers en andere ijzeren hulpmiddelen.
Dendrochronologisch onderzoek kan uitsluitsel geven over de datering van de constructie.
Onderzoek of insecten of schimmels aanwezig zijn in het hout kan door middel van zaagselcontrole op witte vellen papier of het plaatselijk dichtplakken van de balken.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Instabiliteit
Houtrot
Schimmels- en zwamvorming
Vermolming
Mogelijke oorzaken
Verzakking
Verstikking door verkeerd isoleren
Houtborende insecten
Lekkages
Mogelijke oplossingen
Verhelpen van lekkages
Ventileren
Stabiliseren door middel van reparatie
Stabiliseren door het aanbrengen van stalen hulpconstructie of trekstangen
Chemische behandeling tegen houtborende insecten
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Indien de bestaande constructie niet toereikend is, dient eerst deugdelijk onderzocht te worden of plaatselijk en incidenteel herstel mogelijk is door plaatselijk vervangen of aanhelen van onderdelen.
Bij aangetaste balken is niet de bedoeling de balk in zijn geheel te vervangen. De balk dient te worden afgezaagd enkele centimeters voorbij het aangetaste hout en aangelast te worden met een schuine lip- of haaklas in dezelfde houtsoort van hetzelfde formaat.
Indien vervanging in hetzelfde materiaal niet mogelijk blijkt, kan gebruik gemaakt worden van epoxyharsen, bijvoorbeeld ter vervanging van balkkoppen. De aanheling moet zo klein mogelijk zijn tot maximaal één vijfde van de overspanning met een maximum van 1,20 meter.
Bij herstel dienen historische constructies zoals pen- en gatverbindingen gehandhaafd te blijven en terug aangebracht te worden
Indien aangetoond kan worden dat het herstel en restauratiewerkzaamheden niet voldoen, kunnen noodzakelijke versterkingen of stabiliteitsvoorzieningen permanent worden aangebracht. Bij het hanteren van staal moet onderzocht worden of dit negatieve consequenties heeft voor het bestaande houtwerk doordat staal een andere werking heeft. Hierbij moeten overbodig geraakte historische delen van de constructie gehandhaafd blijven. Een en ander dient te worden beoordeeld in het kader van de vergunningaanvraag.
Insecten- of schimmelbestrijding dient alleen te worden toegepast als middels deugdelijk onderzoek aangetoond kan worden dat de constructie door insecten of schimmel verslechterd en deze nog actief in het hout aanwezig zijn.
Bij insecten- of schimmelbestrijding dient een methode gekozen te worden die het houtwerk niet of zo min mogelijk aantast. Vergassen of oppervlaktebehandeling heeft de voorkeur. Injectiegaten tasten het oorspronkelijke materiaal in grote mate aan en zijn daarom slechts in zeer uitzonderlijke gevallen toegestaan. Geadviseerd wordt om een erkend bedrijf hierbij in te schakelen.
Indien er vakwerkvullingen in de kapconstructie aanwezig zijn, zie ook de richtlijnen onder vakwerkgevels.
Uitvoeringsvoorschriften.
Bij demontage van onderdelen van een constructie moet de stabiliteit van het geheel gewaarborgd zijn.
Vooruitlopend op de restauratiewerkzaamheden kunnen noodzakelijke versterkingen of stabiliteitsvoorzieningen worden aangebracht die tijdelijk en reversibel zijn zonder de bestaande constructie aan te tasten.
Nadere informatie
Preventieve bestrijding van insecten in hout:
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/racm_brochure_techniek_47.pdf
Schimmels in hout:
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/racm_brochure_techniek_21.pdf
Insecten in hout:
http://www.cultureelerfgoed.nl/sites/default/files/u4/racm_brochure_techniek_22.pdf
Biologische aantastingen in hout:
http://www.monumentenwacht.be/nl/uploads/b82.pdf
3.5.2 IJzer en stalen kapconstructies
Definitie
Een ijzeren of stalen kapconstructie is het samenstel van gietijzeren, smeedijzeren of stalen onderdelen die de dakbedekking draagt. Vooral in de negentiende eeuw werd gietijzer toegepast voor kaponderdelen. Het materiaal gietijzer raakte langzaam weer in onbruik vanwege het brosse karakter van het materiaal en de relatief lage trekbelasting die het materiaal aan kan.
Een illustratief voorbeeld van een ijzeren kapconstructie is het franse spant ofwel Polonceauspant. Dit spant is ontworpen voor stationsoverkappingen of markthallen om grote afstanden te kunnen overspannen en is in staat om druk- en trekkrachten op te vangen doordat het is opgebouwd uit driehoeken. Andere typen spanten zijn Belgische, Duitse of Engelse spant. In de twintigste eeuw neemt de staalconstructie een toevlucht in vooral de utiliteitsbouw.
Uitgangspunt
Waardevolle constructieve ijzeren of stalen onderdelen dienen te worden gehandhaafd en indien nodig hersteld, tenzij aantoonbaar is dat herstel niet mogelijk is.
Onderzoek en analyse
Indien onderdelen van de staal- of ijzerconstructie niet meer voldoen dient te worden aangetoond dat deze constructief niet meer voldoen.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Corrosie
Instabiliteit
Uiteenvallen van het oppervlak
Uitzakken
Kromtrekken
Mogelijke oorzaken
Corrosie of roestvorming door aanwezigheid van water en zuurstof bij een ijzeren element
Extreme spanning of overbelasting in het materiaal
Lekkages
Zetting van het gebouw
Achterstallig onderhoud aan schilderwerk
Onbehandeld oppervlak
Mogelijk oplossingen
Frequent onderhoud van bouten en andere bevestigingsmiddelen
Frequent onderhoud van schilderwerk
Verzakkingen of bouwkundige mankementen verhelpen
Plaatsen die gevoelig zijn voor corrosie extra inspecteren en behandelen
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Indien de bestaande constructie niet toereikend is, dient eerst deugdelijk onderzocht te worden of plaatselijk en incidenteel herstel mogelijk is door plaatselijk vervangen of aanhelen van onderdelen.
Bij herstel dienen historische constructies met klinknagels gehandhaafd te blijven en terug aangebracht te worden.
Uitvoeringsvoorschriften.
In geval van vervanging of toevoeging van stalen onderdelen moet men rekening houden met de mogelijke legeringsverschillen tussen de oude en nieuwe onderdelen in verband met contactcorrosie.
Aan een historische en waardevolle ijzer- of staalconstructie mag niet gelast worden. Lassen is niet reversibel.
In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij moeilijk bereikbare plaatsen, is lassen noodzakelijk. Dit dient afgestemd te worden met de vergunningverlener/bouwinspecteur van de gemeente Maastricht.
Nadere informatie
http://www.joostdevree.nl/shtmls/polonceau_spant.shtml
3.5.3 Dakvorm
Definitie
Een dak is een overdekking van een gebouw of onderdeel er van, bestaande uit een of meer hellende vlakken (schilden) of uit één horizontaal vlak, ten behoeve van bescherming van het interieur tegen zon, regen en andere schadelijke weersinvloeden. Een veel voorkomende dakvorm is het zadeldak met twee tegen elkaar geplaatste hellende schilden. Andere bekenden dakvormen zijn het lessenaarsdak met één hellend dakvlak, het tentdak met in één punt samenkomende driehoekige schilden, het wolfdak, het mansardedak, het sheddak, koepeldak enz.
De kappen lopen bij Maastrichtse panden bijna altijd parallel aan de straat met een grote overstek. Deze dakconstructie zorgt voor een goede regenwater-afvoer.
In Maastricht komen hoofdzakelijk zadeldaken voor. Bij woonhuizen in de binnenstad komen vanaf eind achttiende / begin negentiende eeuw ook mansardekappen voor.
Uitgangspunt
De bestaande dakvorm dient gehandhaafd te blijven en dient een gesloten karakter te hebben.
Onderzoek en analyse
Wanneer meer daglichttoetreding in de kap is gewenst dient de noodzaak te worden gemotiveerd. Functiewijziging alleen is hierbij geen garantie voor toestemming. Soms is een dak dermate waardevol dat er geen openingen mogelijk zijn.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Open maken van de kap door het plaatsen van dakramen en daklichten
Mogelijke oorzaken
Toenemend gebruik van zolders als woon- en werkruimte
Mogelijke oplossingen
Gebruik van daglicht lampen
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Dakvormen van bestaande gebouwen moeten gehandhaafd blijven. Door het wijzigen of verhogen van het dak wordt de proportie en verhouding van het monument aangetast.
Dakterrassen en loggia’s zijn doorgaans een te grote aantasting van het dakvlak en zijn daarom niet toegestaan op monumenten. Op niet waardevolle bijgebouwen met platte daken zijn dakterrassen slechts toegestaan indien deze niet zichtbaar zijn vanaf de openbare weg.
Voor daglichttoetreding zie de richtlijnen van dakramen en dakkapellen
De bestaande dakglooiing dient bij herstel zoveel mogelijk gehandhaafd te blijven. Het uitvlakken is slechts toegestaan indien een technische noodzaak hiervan aangetoond kan worden.
Nadere informatie
Toegankelijkheid van zolders, kapruimtes, daken en goten:
http://www.monumentenwacht.be/nl/uploads/b83.pdf
3.5.4 Dakbeschot en dakisolatie
Definitie
dakbeschot
Een dakbebording of dakbeschot is een bedekking van een kap, bestaande uit over de gordingen of de daksparren aangebrachte planken of delen (vroeger borden). Deze worden meestal in verticale richting gelegd bij een pannendak (staande bebording), in horizontale richting bij leibedekking (liggende bebording).
dakisolatie
Via het dak dat de barrière is tussen de buitenlucht en een verwarmde ruimte kan veel warmte verloren gaan of koude binnendringen. Voor het na-isoleren van daken bestaan verschillende oplossingen. De keuze ervan hangt af van het type dak, de aansluitingen op goten en gevels en het type dakbedekking.
Het aanbrengen van isolatiemateriaal bij daken kan van buiten af, een zogenaamd warm dak, of van binnen uit, een zogenaamd koud dak. Technisch gezien is een warm dak te verkiezen boven een koud dak, omdat de kans op vochtproblemen bij een koud dakconstructie groter zijn dan bij een warm dak. Aan een warm dakconstructie daarentegen kleven een aantal nadelen. Het heeft grote gevolgen voor de aansluitingsdetails, wat veelal vanuit monumentenoogpunt niet wenselijk is. Bij een koud dak kan onder en tussen de gordingen en sporen worden geïsoleerd of op de gordingen en sporen.
Uitgangspunt
Het bestaande dakbeschot dient gehandhaafd te blijven.
Onderzoek en analyse
Indien de kap geïsoleerd gaat worden dient de noodzaak aangetoond te worden en de wijze van isolatie te worden gemotiveerd.
Schades, oorzaken en oplossingen
Mogelijke schades
Vochtschade
Instabiliteit
Houtrot
Schimmels- en zwamvorming
Vermolming
Mogelijke oorzaken
Onvoldoende ventilatie
Dampwerende folie aan de verkeerde kant van het pakket
Verstikking door verkeerd isoleren
Houtborende insecten
Lekkages
Mogelijke oplossingen
Ventilatie aanbrengen
Isolatie vervangen of andere wijze van isoleren toepassen
Specifieke richtlijnen en toetsingscriteria
Het is mogelijk onbeschoten daken te beschieten.
Aan de buitenzijde van het dakbeschot kan een dampdoorlatende folie worden aangebracht.
Indien het bestaande dakbeschot aantoonbaar slecht is en vervangen moet worden, dient dit per onderdeel hersteld te worden in hout van dezelfde soort en afmetingen conform de bestaande toestand.
Indien middels deugdelijk onderzoek aangetoond kan worden dat het bestaande dakbeschot geen monumentale waarden vertegenwoordigt, kan het materiaal vervangen worden.
Het is niet toegestaan het monumentaal dakbeschot te vervangen om de kap te isoleren.
Bij een historische kap dient de isolatie tussen de sporen of gordingen te worden aangebracht, een zogenaamde binnenisolatie (‘koud-dak constructie’).
Isolatie van de kap via de buitenzijde (‘warm-dak constructie’), mag alleen worden toegepast indien voldoende ruimte onder de bovenrand van de topgevel of brandgevel aanwezig is. Bij weinig ruimte kan eventueel gewerkt worden met een verholen goot. Bij een met leien gedekt dak zijn verholen goten echter niet toegestaan.
Het toepassen van een warm dak constructie bij een met leien gedekte kap is alleen toegestaan wanneer de bestaande leien aan vervanging toe zijn.
Bij toepassen van een warm dak constructie moet de denkbeeldige lijn die men van het dakvlak doortrekt in de goot liggen. Een handige maatstaaf is wanneer een ladder vlak op het dak wordt geplaatst (t.b.v. onderhoud, schoorsteenvegen etc.) deze nog in op de gootbodem kan rusten. Het veranderen of aanpassen van de gootdetails vanwege het toepassen van buitenisolatie is niet toegestaan.
Bij meerdere panden onder één dak is het sterk aan te bevelen om het aanbrengen van het isolatiemateriaal bij een warm dak constructie collectief te laten plaats vinden. Immers wanneer het ene pand een dikker dakpakket krijgt en het andere niet, ontstaan er sprongen in het dak. Bij beschermde monumenten is afzonderlijke isolatie vanaf de buitenzijde van dakvlakken die deel uitmaken van een doorlopend dakvlak niet toegestaan.
Voor zolders kan in het dakbeschot een ventilatierooster worden aangebracht; bij een pannendak kan dit middels een ventilatiepan.
Uitvoeringsvoorschriften
Bij isolatie met een geventileerde spouw dient deze minimaal 30 mm tussen het beschot en het isolatiemateriaal te zijn. Deze luchtspouw dient geventileerd te worden met buitenlucht. Het is van belang dat deze ventilatie goed gewaarborgd is omdat anders vochtproblemen kunnen ontstaan die leiden tot een rottende dakconstructie. Ook moet een dampremmende laag moet aan de binnenzijde worden aangebracht en naadloos doorlopen. In de praktijk is gebleken dat het boren van een paar gaten onder en boven in het dakbeschot op termijn ontoereikend is. De gaten kunnen door o.a. vuil en stof dicht slibben. Het is derhalve aan te bevelen voldoende ventilatieroosters aan te brengen.
Bij beschjoten daken bgedekt met leien moet tussen het beschot en het isolatiemateriaal een goed met buitenlucht geventileerde spouw van minimaal 30 mm worden aangebracht. Rechtstreeks het isolatiemateriaal tegen het beschot aanbrengen leidt tot verstikking hiervan.
Bij isolatie rechtstreeks tegen het dakbeschot dient het isolatiemateriaal naadloos aan te sluiten op het dakbeschot en geen luchtruimtes bevatten. Ook moet de dampremmende laag moet aan de binnenzijde worden aangebracht en naadloos doorlopen. Wanneer dit niet het geval is kunnen er vochtophopingen ontstaan waardoor het dakbeschot of de dakconstructie kan gaan rotten. Vaak ontstaan in de praktijk bij deze oplossing veel problemen door een onzorgvuldige uitvoering of het niet volledig vlak zijn van het beschot en het uitzakken van het isolatiemateriaal.
Historische kappen dienen voldoende te worden geventileerd. Afdichtingsmiddelen als kit en PUR-schuim zijn niet toegestaan.
Nadere informatie
N.v.t.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.5