In het kort
Het duurt vaak jaren voordat een groot duurzaam energieproject gereed is. Daardoor is men al snel het overzicht kwijt: waar staan we nu in het proces en welke participatiemogelijkheden komen er nog? De routekaart in dit hoofdstuk geeft aan welke dit zijn. Daarna komt aan de orde wie welke hoofdrol heeft per fase. Verschillende van die fasen staan uitgewerkt in de hoofdstukken 3, 4, 5 en 6.
Routekaart
Een routekaart wijst de weg. In dit geval: de participatieroute die alle fasen van een duurzaam energieproject omvat. Deze routekaart is bedoeld om duidelijkheid en overzicht te geven voor inwoners en anderen. De routekaart geeft ook richting aan initiatiefnemers.
De routekaart op de volgende pagina en de uitwerking daarvan in de volgende hoofdstukken is voor een belangrijk deel gebaseerd op de volgende informatie:
Gedragscode MWEA (Nederlandse Wind Energie Associatie);
Gedragscode NLVOW (Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines);
Gedragscode Zon op Land;
Voorbeelden uit diverse gemeenten zoals Neder-Betuwe en Overbetuwe, Nijmegen, Renswoude, Reusel, Wieringermeer, Zeewolde en Utrecht.
De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA, branchevereniging van de windsector) heeft een ‘Handreiking windenergie op land’ opgesteld. Daarin staat hoe participatie in verschillende fasen van de ontwikkeling van een windpark kan worden opgezet. NWEA onderscheidt vijf projectfasen: beleidsvorming, vergunningverlening, contractering, bouw en exploitatie.
Het volgende schema geeft een ‘routekaart’ van verschillende ‘etappes’ of fasen die belangrijk zijn voor participatie in de gemeente Buren. Daarbij is bovenstaande fasering van de NWEA op basis van de werkwijze van een aantal andere gemeenten iets verder uitgewerkt.
De routekaart bestaat uit zeven fasen die elkaar in de tijd opvolgen. De fase staat in de eerste kolom met een verwijzing naar de uitwerking in de volgende hoofdstukken. De tweede kolom bevat een aantal belangrijke deelonderwerpen per fase. De derde kolom geeft aan welke participatie mogelijk is.
ROUTEKAART PARTICIPATIE BUREN
Fase
Deelonderwerpen
Participatiemogelijkheden
1. Beleidskaders opstellen
- Ambitie duurzame energie (RES1.0), ‘Beleid zon en wind’
- Participatiekader duurzame energie
- Bijeenkomsten samenleving voor zon- en windbeleid en participatie-kader
- Inspraak besluitvorming beleid
2. Vooronderzoek
(zie hoofdstuk 4)
- Contact met meest relevante stakeholders
- Locatieonderzoek
- Projectplan met eerste ontwerp
- Overleg grondeigenaren
- Participatieplan initiatiefnemer (inhoud, proces, financieel, ev. samenwerkingsconvenant)
> 15 MegaWatt (wind): m.e.r.-beoordelingsplicht/MER
- Belangen en wensen inbrengen bij initiatiefnemer, zoals inpassing in de omgeving
- Bijdragen aan participatie- plan initiatiefnemer (gebiedstafel/gebiedsraad)
- Voorwaarden participatieplan: ‘gedragscode-plus’
3. Juridische procedures en vergunningverlening
(zie hoofdstuk 5)
- Anterieure overeenkomst
- Bestemmingsplanprocedure (structuurvisie/inpassingsplan)
- Omgevingsvergunningen
- ev. Coördinatieregeling gebruiken
- Privaatrechtelijke toestemmingen
- Financiële participatie vastleggen, vergoedingen, overeenstemming grondeigenaren
Zienswijze / inspraak-reactie:
- MER
- ruimtelijke plannen
- vergunningen
- Extra participatie: communicatie, overleg en verantwoording
4. Besluitvorming
(regierol: volgende paragraaf)
Regierol gemeente:
- Bestemmingsplan/Inpassingsplan provincie
- Omgevingsvergunning
- Overige vergunningen/procedures
- Bezwaar
- Inspreken
- Beroep
5. Bouwfase
- Contractering (incl. financiering en bouwcontracten)
- Bouw
- Klankbordgroep
- Klachtenlijn voor overlast
6. Exploitatiefase
(zie hoofdstuk 6)
- Informatievoorziening
- Toetsen nakomen afspraken
Lokaal rendement:
- Financieel profiteren
- Vergoedingen
- Omgevingsfonds
7. Beëindiging project
- Duidelijkheid over activiteiten
- Afspraken over omgaan met hinder en eventuele schade
- Nakomen afspraken
- Klachtenlijn
- Inspraak herinrichting
Rolverdeling
Belangrijke partijen die (kunnen) participeren op verschillende ruimtelijke schaalniveaus staan in onderstaand schema samengevat.
Schaalniveau
Belangrijke partijen voor participatie
Gebied opwekking duurzame energie
- Grondeigenaren en pachters
- Inwoners/omwonenden
Omliggend gebied
- Omwonenden, ondernemers/organisaties en grondeigenaren (samenwerking in gebiedstafel/gebiedsraad)
Gemeente Buren
- Alle inwoners, ondernemers en organisaties in gemeente Buren
- Bevoegde gezagen (ambtelijk en bestuurlijk), initiatiefnemer
Hoe worden al deze mensen en organisaties op een goede manier betrokken bij een duurzaam energieproject? Daarvoor is het belangrijk dat er een duidelijke rolverdeling is: wie doet wat? Een initiatiefnemer van een duurzaam energieproject is in diverse fasen de belangrijkste partij om de participatie te organiseren. Maar de gemeente heeft ook een hoofdrol.
In hoofdlijn is de volgende rolverdeling van toepassing op participatie:
1. De rol van de gemeente als ‘regisseur’ van de participatie is meervoudig:
Vaststellen van dit participatiekader (gemeenteraad);
Afspraak met initiatiefnemer over participatieplan vastleggen (college: anterieure overeenkomst);
Toetsen of een participatieplan van een initiatiefnemer voldoet aan dit kader (college);
Vaststellen van het participatieplan met motivatie indien afwijkend van dit participatiekader (college, ter informatie aan gemeenteraad);
Regierol: bewaken en toetsen dat initiatiefnemers van duurzame energieprojecten de participatie van alle partijen uit de samenleving goed vormgeven en mogelijk maken;
Met als basis de beleidsdoelen voor duurzame energie, een goede en tijdige informatievoorziening ondersteunen op basis van een vastgesteld gemeentelijk communicatieplan met planning, budget en inzet van menskracht (zie bijlage IV);
Informeren van alle inwoners van Buren;
Een goede uitvoering van wettelijke en boven-wettelijke participatiemogelijkheden organiseren, het college informeert de gemeenteraad over vergunningverlening;
Voorbereiden oprichting stichting voor uitvoering Omgevingsfonds (hoofdstuk 6).
2. Initiatiefnemers van grootschalige duurzame energieprojecten zorgen ervoor dat:
Er een participatieplan wordt opgesteld (zie hoofdstuk 4);
Stakeholders (inwoners gebied, omwonenden, ondernemers en organisaties, grondeigenaren, andere overheden e.a.) bij het opstellen van dit plan betrokken worden door het organiseren van een ‘omgevingsdialoog’ (zie tekstkader);
Een breed draagvlak voor de inhoud van het participatieplan wordt nagestreefd;
Afspraken over proces/organisatie en financiën zijn vastgelegd;
Het participatieplan bij de gemeente ingediend wordt voorafgaand aan de fase van juridische procedures (zie routekaart);
Financiële participatie in samenspraak met betrokkenen wordt vormgegeven en uitgevoerd.
Omgevingsdialoog
Een omgevingsdialoog is een overleg tussen een initiatiefnemer met omwonenden en andere belanghebbenden. Dit overleg geeft de initiatiefnemer inzicht in wensen, belangen en bezwaren. Dat kan een beter plan opleveren en tot minder bezwaar en beroep leiden. De gemeente kan bovendien een betere afweging maken om wel of geen medewerking te verlenen, of bepaalde eisen stellen. Voor initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan, kan het zijn dat er een principebesluit nodig is van het college. Een verzoek van een initiatiefnemer tot vooroverleg wordt dan samen met de resultaten van de omgevingsdialoog aan het college als principeverzoek voorgelegd. Zie ook bijlage II.
3. Participanten (inwoners, ondernemers, grondeigenaren en organisaties):
Geven duidelijk aan namens wie zij spreken en handelen;
Zijn zich ervan bewust dat de gemeenteraad uiteindelijk de democratisch gelegitimeerde besluiten neemt;
Realiseren zich dat er wetgeving is en dat er eerder genomen besluiten zijn zoals de opgave om duurzame energie op te wekken. Voor de participatie in projecten is dit een uitgangpunt dat niet opnieuw ter discussie staat.
Hebben een rol die sterk kan variëren per fase en per project: adviseren, bezwaar maken en coproduceren. Ook is er sprake van ‘meebeslissen’ indien zij risicodragend mee-investeren in een project.
Een energiecoöperatie kan een belangrijke rol spelen om inwoners en anderen te betrekken bij en om mee te investeren in duurzame energieprojecten. Afspraken daarover worden vastgelegd in het participatieplan.
4. Alle partijen:
Houden zich aan wet- en regelgeving en de spelregels die in het volgende hoofdstuk staan.
Wat is het niveau van participatie?
De Inspraak- en participatieverordening Buren (zie bijlage II) noemt vijf niveaus van participatie (de ‘participatieladder’): informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren en meebeslissen.
Raadplegen en adviseren zijn belangrijk in dit participatiekader: inwoners en andere partijen in Buren krijgen de gelegenheid en worden actief uitgenodigd om meningen en opvattingen te laten horen en om te adviseren. Een initiatiefnemer krijgt daarnaast ook een belangrijke rol om te informeren. Dat geldt ook voor de gemeente, bijvoorbeeld als het gaat om (boven)wettelijke procedures en vergunningverlening, zie hoofdstuk 5.
Ook coproductie en meebeslissen zijn aan de orde, als partijen uit de samenleving in Buren een duurzaam energieproject mee ontwikkelen. Zie daarvoor hoofdstuk 6 over projectparticipatie (lokaal rendement). Daar gaan we nόg een stap verder, namelijk ‘beslissen’: omwonenden dienen voorstellen in en een stichting met inwoners beslist.
Spelregels en kernwaarden
In het kort
De routekaart in het vorige hoofdstuk geeft overzicht, maar zegt niet hoe we met elkaar omgaan in Buren bij duurzame energieprojecten. Toch is dat heel belangrijk, omdat participatie betekent dat bewoners, gemeente en andere partijen met elkaar omgaan en goed communiceren. Daarom staan hieronder twaalf spelregels en kernwaarden. De gemeente en de ontwikkelaar hebben vaak samen een hoofdrol om zich hier aan te houden. De gemeente toetst als regisseur of dit ook op een goede manier gebeurt. Onderstaande punten zijn daarbij een hulpmiddel. Dit is deels een uitwerking van de rolverdeling op de vorige pagina’s.
Spelregels duurzame energieprojecten
Start participatieproces bekendmaken via diverse media en kaders benoemen.
Bewoners e.a. vroegtijdig betrekken, ook als de opgave nog niet helemaal duidelijk is: wat wordt het traject, wat zijn hun wensen, wat is het participatiedoel?
De gemeente geeft aan dat een initiatiefnemer een participatieplan op moet stellen, voor kleine projecten kan dit door het college worden aangepast (maatwerk).
Duidelijkheid over het onderwerp van het participatieproces, de schaal waarop dit aan de orde is, procedure en doorlooptijd, over samenwerken en over contact houden.
Duidelijke fasering en rolverdeling: wie is in welke fase verantwoordelijk voor de uitvoering van de participatie: rol- en taakverdeling tussen initiatiefnemer, gemeentelijke organisatie, college, raad en participanten.
Wie worden betrokken en op welke manier (treden ‘participatieladder’): informeren, raadplegen, adviseren, co-creëren of meebeslissen.
Oog voor representativiteit van de groep die deelneemt. Extra inzet om lastig te bereiken groepen in de samenleving toch te betrekken, bijvoorbeeld door inzet van online media, door ‘wijkgericht werken’ of via (sport)verenigingen.
Tussentijds wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang van het traject.
Afwijking van de uitkomsten van participatie wordt gemotiveerd. Participanten krijgen ook inzicht wat er gedaan is met hun voorstellen.
Een begroting en dekking van de kosten van het participatieproces.
Voor iedereen is duidelijk wanneer een traject is afgerond.
Evaluatie: Na afloop van ieder project participatie evalueren, om te leren en participatie steeds te verbeteren.
Artikel 2.
Routekaart: het participatieproces en rolverdeling
Onderdeel van Participatiekader Duurzame Energie, Buren, mei 2021