Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2.4

Dorpen

Onderdeel van Welstandsnota gemeente Kampen

De gemeente Kampen heeft naast IJsselmuiden vier kleinere dorpen. Aan de zuidoever van de IJssel (bovenstrooms) is dat het brinkdorp Zalk, op de noordoever het dijkdorp Wilsum. Aan het Ganzendiep ligt het dijk- en vissersdorp Grafhorst en op de grens van het rivierengebied en de Mastenbroekerpolder ligt ´s-Heerenbroek. Elk van deze dorpen vertegenwoordigt een type nederzetting. Door het kunstmatige en natuurlijke reliëf van dijken en stroomruggen, is de relatie tussen bebouwing en landschap zeer specifiek. Laaggelegen en hooggelegen bebouwing wisselen elkaar af en doorkijkjes vanaf de hoger gelegen dorpen en dijken naar het lager gelegen landschap zijn legio. De silhouetten en daklandschappen van de dorpen zijn beeldbepalend en herkenbaar. De voor de IJsseldelta kenmerkende boerderij-typen zijn ook in de dorpen te vinden. De buurtschappen Zuideinde, Hogeweg en De Zande vallen onder het buitengebied. Zalk Het compacte dorp Zalk ligt niet tegen de dijk maar op enige afstand daarachter waardoor het vanaf de dijk goed zichtbaar is. Zowel het ‘dakenlandschap’ als het silhouet met de kerk en de molen, zijn beeldbepalend voor de wijde omgeving. Het onregelmatige stratenpatroon rond de voormalige brinken is al vanaf de negentiende eeuw tamelijk verdicht geraakt, maar van grote uitbreidingen is geen sprake. De blokverkaveling is onregelmatig, met verspringende vrijstaande bebouwing en wisselende kaprichtingen. De oudste boerderijen (met name hallenhuis en dwarshuis) hadden oorspronkelijke een relatie met de brinken maar in de huidige situatie is sprake van een wisselende oriëntatie. De nieuwbouw aan de Kamp en de Van Dijksweg is uniform van karakter, de rijwoningen en half vrijstaande woningen wijken af van de oorspronkelijke agrarische bebouwing, maar zijn geen ingrijpende aantasting van de structuur. De lintbebouwing aan de uitgaande wegen wordt naar buiten toe minder dicht. Aan de randen wisselen boerderijen en nieuwbouwwoningen (qua schaal en maat aansluitend op de oorspronkelijke bebouwing) elkaar af. Vanaf 2009 is aan de hand van een beeldkwaltieitplan aan de noordwest kant van het dorp een klein nieuwbouw plan ontwikkeld met als referentie een boeren erf met woonhuis en schuren. ________________________________________________________________ Uitsnede minuutplan 1818 Uitsnede topografische kaart 2006 met Roodomlijnd de brinken in Zalk hierop aangeven de brinken uit de minuutplan 1818. Wilsum Wilsum is een van origine middeleeuws dijkdorp dat in 1321 stadsrechten ontving. Het gebogen lint wordt gedomineerd door de van veraf zichtbare Hervormde Kerk met aan de voorzijde een pleintje en wat dichtere bebouwing. Het silhouet van het dijkdorp is beeldbepalend voor de weidse omgeving. Ook de relatie met het achterland, door losse plaatsing haaks op de dijk en zicht naar de uiterwaarden tussen de bebouwing door, is kenmerkend. In de tweede helft van de twintigste eeuw vonden benedendijks bescheiden uitbreidingen plaats met eenvoudige korte rijtjes woningen, goeddeels parallel aan de weg geplaatst. De laatste uitbreidingen bevinden zich aan de noordoostkant van het dorp, voornamelijk vrijstaande en half vrijstaande woningen met verschillende hoofdvormen en kappen. Ter plaatse van de voetbalvelden zijn woningen gepland aan de hand van een beeldkwaliteitplan. Grafhorst Het vissersdorp Grafhorst ontving in 1333 stadsrechten maar is net als Wilsum in omvang een dorp gebleven. De lintbebouwing op het rivierduin gaat haaks maar overigens naadloos over in de lintbebouwing aan de Kamperzeedijk. De oude kern, met de parallelle Voor- en Achterstraat (ruggengraat op zandrug) is vlak tegen het Ganzendiep gelegen, en wordt gekenmerkt door smalle straten, los maar dicht op elkaar staande huizen met de kap haaks op de weg. De woningen hebben meestal geen voortuinen maar wel diepe achtertuinen aan het open landschap en het Ganzen-diep. Deze groene, zogenaamde rafelranden, zijn karakteristiek en beeldbepalend voor het dorp. De bebouwing in dit deel is éénlaags, met een zadeldak al dan niet met wolfseinden of een schilddak. Aan de Grafhorsterweg (het lint) is de bebouwing gedifferentieerd en sluit aan op de structuur, alhoewel de woningen uit de jaren ’70 seriematig zijn. Recente uitbreiding heeft benedendijks plaatsgevonden en bestaat uit eenvoudige korte rijtjes en half vrijstaande woningen. Het terrein van de voormalige betonfabriek Prefabo wordt aan de hand van een beeldkwaliteitplan vanaf 2008 ontwikkeld tot twee rijen vrijstaande en geschakelde woningen met als referentie visserswoningen. ‘s-Heerenbroek Aan de zuidelijke rand van de Mastenbroekerpolder, op de grens met het rivierengebied, ligt het dorp ’s-Heerenbroek dat is ontstaan door samenvoeging van de buurtschappen ’s-Heerenbroek en Veecaten. De Zwolseweg doorsnijdt het dorp maar loopt niet over het oude lint van Veecaten dat daardoor een kleinschalig karakter heeft behouden. De verkaveling van dit deel is meer organisch, die van ´s Heerenbroek geometrisch. De bebouwing vertoont langs de oude structuren veel diversiteit doordat tussen de enkele terpboerderijen verdichting heeft plaats gevonden met (half)vrijstaande woningen en kleine rijtjes. Beeldbepalend en van historisch belang zijn o.a. de monumentale stoom-zuivelfabriek met schoorsteen, de directeurswoning van architect Broekema en de zwarte doorrijschuur met rieten kap van de voormalige herberg, op de kruising van de Bisschopswetering en de Zwolseweg. De nieuwbouwwoningen aan de noordkant sluiten qua bebouwingsvorm, lage goten en zadeldaken, aan op de bestaande bebouwing. De laatste woningen van het plan Broekerland worden momenteel aan de hand van een beeldkwaliteitplan ontwikkeld. Karakteristiek Dorpen De dorpen worden gekenmerkt door kleinschalige, veelal heterogene compacte bebouwing in een organisch gegroeide structuur. Daarbij is ieder dorp anders. De relatie met het buitengebied is sterk, mede door de hogere ligging in het landschap en losse plaatsing van de bebouwing. Het silhouet en het dakenlandschap van de dorpen is beeldbepalend voor de wijde omgeving, de zichtlijnen van en naar de dorpen eveneens. Vrijstaande boerderijen binnen de dorpen, vaak op terpen, nemen een belangrijke plek in. Bij nieuwe bebouwing kan met name afwijkende schaal, maat, dakvorm een verstorende werking hebben op het karakter van het dorp. Beleid Binnen de dorpen dienen de bestaande veelal heterogene en kleinschalige structuur en de bebouwingskarakteristieken behouden te blijven en waar mogelijk versterkt. Vernieuwing is mogelijk mits dit geen verstoring maar een aanvulling is op het silhouet en het dakenlandschap van het betreffende dorp en is afgestemd op de omringende bebouwing. Criteria Dorpen Situering De bebouwing is met de voorgevel naar de weg gekeerd; Nieuwe bebouwing voegt zich in de bestaande structuur en sluit aan op de voor het dorp kenmerkende kaprichtingen; Bij de situering van nieuwe bebouwing rekening houden met de beeldbepalende voortuinen en erfafscheidingen van het specifieke dorp. Vormgeving Een nieuw bouwvolume heeft een heldere hoofdvorm, in aansluiting op de belendingen; Nieuwe bebouwing is gerelateerd aan de bestaande maat - schaal en hoog – laag verhoudingen; De plaats en afmetingen van raam- en deuropeningen in de gevels is op elkaar afgestemd; Aan- op- en uitbouwen, waaronder dakkapellen, voegen zich naar het bestaande bouwwerk; Verandering van de functie in een bestaande of (voormalige) boerderij mag niet ten koste gaan van de uiterlijke verschijningsvorm; Het onderscheid tussen woon- en bedrijfsgedeelte dient, indien van toepassing voor een bepaald type boerderij, herkenbaar te blijven; De geleding van de vensteropeningen van (voormalige) boerderijen dient overwegend verticaal te zijn; Dakkapellen op (voormalige) boerderijen zijn onopvallend in het dakvlak geplaatst en terughoudend ontworpen. Detaillering, materiaal en kleur Zorgvuldige en consequente detaillering toepassen; De detaillering, materialen en kleuren van een nieuwe invulling is afgestemd op de omringende bebouwing; Bij verbouwingen en aanbouwen aansluiten op het bestaande (hoofd)gebouw; Bij historische boerderijen, woonhuizen en bijzondere functies, de karakteristieke rijke detaillering handhaven; Kozijnen en windveren in (gebroken) wit of in wit/groen; Geen contrasterende materialen toepassen; Geen felle en contrasterende kleuren toepassen, grote kleurvlakken zijn gedekt; De dakbedekking vertoont een duidelijke textuur, damwandprofielen zijn niet toegestaan. Hallenhuis boerderij

Rechtspraak bij dit artikel