De beslissing om te gaan strooien ligt bij de coördinatoren gladheidbestrijding. De coördinatoren hebben beurtelings dienst en leiden de strooiactie in Barendrecht. De beslissing is gebaseerd op:

  • - Gegevens uit het gladheidmeldsysteem waaraan het meetpunt aan de Leedeweg is gekoppeld. De sensoren op de weg meten de temperatuur van het wegdek en de toestand van het wegdek (droog, nat, zoutgehalte). In het weerkastje wordt de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid gemeten, waarmee het dauwpunt kan worden berekend. Met behulp van deze gegevens voorspelt het systeem de gladheid op het wegdek. De meetpunten in Ridderkerk, Albrandswaard en Rotterdam kunnen ook worden ingezien.
  • - Het advies van de meteoroloog die het meetpunt dag en nacht bewaakt. Bij te verwachten gladheid neemt de meteoroloog telefonisch contact op met de dienstdoende coördinator en geeft specifieke uitleg over de te verwachten gladheid en weersomstandigheden.
  • - Dagelijkse weersvoorspellingen van MeteoGroup.
  • - Dagelijkse weerrapporten van weerexpert Ed Aldus.
  • - Praktijkervaring en waarneming buiten.

Doorgaans kan de strooiactie ½ à ¾ uur na de beslissing starten, afhankelijk van de weersomstandigheden waarin de medewerkers zich naar de zoutloods moeten begeven. Bij preventief strooien zijn de routes binnen 3 uur gestrooid. Sneeuwschuiven (curatieve gladheidbestrijding) kost meer tijd.

Bij twijfel of een preventieve strooiactie nodig is, wordt gekozen om wél te gaan strooien. Veiligheid staat namelijk voorop.