*Wijk 7: Muziekbuurt en Wilhelminapark
Samenvatting
In deze samenvatting gaan we in op de minimapopulatie op 31 december 2020 (huishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm.
De Armoedemonitor brengt de minimahuishoudens in kaart op basis van bestanden van diverse de registraties waarin minima voorkomen. Dit zijn 2.864 huishoudens in de gemeente Rijswijk. Het totaal aantal minimahuishoudens, dus ook degene die niet in beeld zijn bij de gemeente, schatten we op 3.200. Er zijn dus zo’n 336 minimahuishoudens nog niet in beeld bij de gemeente, waarvan het grootste deel AOW’ers zijn. Deze doelgroep maakt dus geen gebruik van voorzieningen vanuit de gemeente. De totale doelgroep minima is dus 12 procent van alle huishoudens in de gemeente en dat ligt in lijn met het gemiddelde aandeel minima van 11 à 12 procent in gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners. Naar schatting heeft 19 procent van de 3.200 minimahuishoudens inkomen uit werk of eigen onderneming. Daarnaast zijn er nog 276 huishoudens die in 2020 een TOZO 2 of 3 uitkering hebben gekregen. Zij zijn niet als minima aangemerkt voor dit onderzoek maar dit is wel een groep die in 2020 ondersteuning vanuit de gemeente nodig had en waarvoor het onzeker is hoe hun inkomen er in de nabije toekomst uitziet.
Tussen 2017 en 2020 is zowel het aantal huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm met enkele tientallen gestegen – van 2.288 naar 2.353 huishoudens - als ook het totaal aantal huishoudens met een inkomen tot 130 procent dat de gemeente in beeld heeft – van 2.770 huishoudens in 2017 naar 2.864 huishoudens in 2020. In beide jaren besloeg de groep minimahuishoudens met een inkomen tot 130 procent Wsm 11 procent van alle huishoudens in de gemeente. Ten opzichte van 2017 hebben in 2020 iets meer minimahuishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet of AOW, en iets minder vanuit een andersoortig inkomen zoals WW of een klein baantje. Ook in de meeste andere gemeenten is het aantal bijstandsgerechtigden in die periode gestegen.
Ook in de meeste andere gemeenten vorm alleenstaanden vaak ruim de helft van de minimapopulatie en is de grootste groep van middelbare leeftijd. Ten opzichte van 2017 is het aantal en aandeel 66-plussers in 2020 iets hoger en zien we een verschuiving bij de herkomst van minima: in 2017 had 53 procent van de minimahuishoudens een Nederlandse achtergrond, in 2020 is dat 40 procent. Het aandeel (en aantal) minimahuishoudens met een migratieachtergrond is juist gestegen. De figuur geeft de verdeling naar kenmerk van de minimahuishoudens weer.
Gemiddeld gezien is 11 procent van alle huishoudens in de gemeente in beeld als minimahuishouden. Onder sommige groepen is dat aandeel een stuk hoger, zoals de figuur laat zien. Ook in 2017 waren deze groepen oververtegenwoordigd, maar het aandeel minima onder huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond was toen nog wat hoger (31 procent tegenover 26 procent nu) en huishoudens tot 45 jaar waren net zo vaak minima als huishoudens tussen de 45 en 66 jaar (nu is het aandeel minima onder die laatste groep iets hoger).
In 2020 heeft 76 procent van de minimapopulatie al drie jaar of langer (‘langdurig’) een inkomen tot 130 procent Wsm. In 2017 was dat aandeel 60 procent. Ook in de meeste andere gemeenten is dit aandeel de laatste jaren toegenomen. Tegelijkertijd is het aantal en aandeel nieuwe minima, de huishoudens die in 2020 zijn ingestroomd in de minimapopulatie, juist iets gedaald (van 14 procent van het totaal naar 11 procent van alle minima).
Sommige huishoudens moeten vaker langdurig van een minimuminkomen rondkomen gemiddeld, zoals onderstaande figuur duidelijk maakt.
De Armoedemonitor brengt de minimahuishoudens en -kinderen in kaart op basis van bestanden van diverse registraties waarin minima voorkomen. Dit zijn 1.696 kinderen tot 18 jaar in de gemeente Rijswijk. Het totaal aantal minimakinderen, dus ook degene die niet in beeld zijn bij de gemeente, schatten we vanuit de Armoede Index op 1.750. Dat is 16 procent van alle huishoudens in de gemeente en dat ligt hoger dan het gemiddelde aandeel minimakinderen van 12 à 13 procent in gemeenten met 50.000 tot 100.000 inwoners.
In 2020 had de gemeente 1.696 kinderen tot 18 jaar die opgroeien in een minimahuishouden in beeld (waarvan 1.370 in een gezin met een inkomen tot 100 procent Wsm). Dat zijn bijna 250 kinderen meer dan in 2017 (toen waren het er 1.457). Toch is het aandeel minimakinderen gelijk gebleven (16 procent). Dit komt omdat ook het totaal aantal kinderen in die jaren in de gemeente Rijswijk flink is gestegen (van 8.972 naar 10.720).
Gemiddeld gezien groeit 16 procent van alle kinderen tot 18 jaar op in een minimahuishouden. Onder sommige groepen is dat aandeel een stuk hoger, zoals de figuur laat zien.
In 2020 hebben 1.758 huishoudens gebruikgemaakt van de kwijtschelding voor de gemeentelijke belastingen. Dit betekent dat 72 procent van de doelgroep gebruik heeft gemaakt van deze regeling. Dit ligt in lijn met het gemiddelde van 70 à 75 procent dat we bij andere gemeenten vinden, maar zowel het gebruik als het bereik van de kwijtschelding ligt lager dan in 2017.
De bijzondere bijstand kent een bereik van 22 procent onder de doelgroep, in de analyseperiode hebben 538 huishoudens een of meerdere keren een verstrekking gekregen vanuit de bijzondere bijstand (333 daarvan kregen bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten en 142 (ook) voor rechtsbijstand). Het gebruik van de bijzondere bijstand is de laatste jaren gestegen. Het bereik ligt nog wel iets lager dan het gemiddelde bereik van 25 procent dat we bij andere gemeenten zien.
In 2020 hebben 830 huishoudens gebruikgemaakt van de individuele inkomenstoeslag en dat leidt tot een bereik van 56 procent. Dat ligt iets boven het gemiddelde van 50 procent dat we in veel andere gemeenten zien. Ten opzichte van 2017 is het gebruik (en bereik) gestegen.
In 2020 hebben 1.281 huishoudens gebruikgemaakt van de collectieve zorgverzekering, een bereik van 40 procent van de doelgroep. In andere gemeenten is een gemiddeld bereik tussen 30 en 40 procent gangbaar. Ongeveer een derde is verzekerd via Menzis en twee derde via Zorg en Zekerheid. Ruim een kwart (27 procent) van de huishoudens die gebruikmaken van de collectieve zorgverzekering krijgen ook ondersteuning vanuit de Wmo.
De Ooievaarspas is in 2020 aan 1.362 verschillende huishoudens verstrekt, 43 procent van de doelgroep. Dat is een stijging ten opzichte van voorgaande jaren. In andere gemeenten is het gemiddelde bereik van een dergelijke pas zo’n 40 à 45 procent.
De schoolspullenpas kent een bereik van 72 procent onder minimakinderen en wordt door 1.018 kinderen gebruikt. Over het algemeen is het bereik van een regeling voor schoolkosten voor kinderen zo’n 60 tot 65 procent.
De computerregeling is in 2020 door 117 kinderen gebruikt. Omdat kinderen één keer (en niet jaarlijks) gebruik kunnen maken van deze regeling kunnen we doelgroep – en daardoor het bereik – niet in beeld brengen. We weten immers niet hoeveel kinderen de regeling al eens hebben gebruikt.
De schoolreis – werkweekregeling kent een bereik van 13 procent onder minimakinderen in de gemeente Rijswijk. Het bereik is lastig in perspectief te zetten aangezien andere gemeenten een dergelijke regeling vaak niet kennen (soms worden dergelijke vergoedingen onder een meer algemene schoolkostenregeling afgevangen).
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Samenvatting armoedemonitor 2020
Onderdeel van Kadernota Samen Kans-Rijk Rijswijk 2021 en verder