1.. Het restant van een fraudevordering wordt op verzoek van een debiteur met ingang van de maand volgend op die van zijn verzoek kwijtgescholden, als de debiteur:

  • - gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of
  • - gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald.

2.. Een fraudevordering kan op verzoek van een debiteur geheel of gedeeltelijk worden kwijtgescholden, als de debiteur:

  • - op enig moment ten minste de helft van de restschuld in één keer aflost en het college van oordeel is dat door deze afkoop van de fraudeschuld meer wordt afgelost dan wanneer de gebruikelijke incassoprocedures worden gevolgd, of;
  • - gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en het ook niet aannemelijk is dat hij op enig moment aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen.

3.. Bij toepassing van het bepaalde in het eerste en tweede lid, worden perioden van verblijf in detentie of buitenland waarin de debiteur niet aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan, niet meegeteld bij het bepalen van de tien-jaartermijn.