1.. De aflossingsverplichting met betrekking tot inkomen bedraagt 5% van de van toepassing zijnde uitkeringsnorm per maand inclusief vakantiegeld.

2.. In afwijking van het eerste lid kan met een betalingsvoorstel van de debiteur worden ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 24 maanden in zijn geheel zal kunnen worden afgelost en de voorgestelde aflossing ten minste € 25,-- per maand bedraagt. Het betalingsvoorstel vervalt zodra de debiteur:

  • - in surseance van betaling verkeert;
  • - op zijn inkomen en/of vermogen beslag wordt gelegd; dan wel
  • - hij in staat van faillissement wordt verklaard.

Het betalingsvoorstel wordt vervolgens als een aflossingsverplichting vastgelegd in een besluit.

3.. De terugvordering wordt na verzending van het terugvorderingsbesluit verrekend met de uitkering.

4.. Bij samenloop van een verplichting tot aflossing op een fraudevordering en een boete wordt eerst op de fraudevordering afgelost.

5.. Bij pseudo-verrekening of bij gelegd beslag wordt de volgorde in het vorige lid omgekeerd.