De inwoner ervaart op één of meerdere levensgebieden problemen bij het oplossen van problemen, het zelfstandig nemen van besluiten, het regelen van dagelijkse bezigheden en de dagelijkse routine. Zij zijn bij het voorkomen en/of oplossen van problemen en het nemen van besluiten afhankelijk van anderen voor structuur en regie.

De inwoner beschikt op dat moment over beperkte verandercapaciteit. De Ondersteuning kan overgaan naar andere vormen van Ondersteuning. Het kan ook zijn dat de inwoner het maximaal haalbare heeft bereikt (situatie is stabiel).

De (vaak structurele) begeleiding van de inwoner is gericht op het activeren, stimuleren, vinger-aan-de-polsbegeleiding, samen doen, oefenen, structuur bieden, ventileren, overvraging voorkomen en de doorontwikkeling/verdieping van reeds aangeleerde vaardigheden. Incidentele overname of overname op één of enkele leefgebieden past hier ook onder. Afhankelijk van de problematiek en doelen wordt de duur bepaald. De inzet van de professional kan variëren.

Het vergroten van de eigen kracht kan bij deze inwoners een veelal stabiliserend tot beperkt positief effect hebben op één of meerdere leefgebieden.

De Ondersteuning kan langdurig zijn, kan overgaan in een situatie waarbij de inwoner samen met zijn omgeving de beperkingen kan hanteren zonder aanvullende Ondersteuning, of overgaan naar “stabiliseren en overnemen”, of de situatie kan zodanig verslechteren dat een intramurale setting noodzakelijk is.