Aanvullend op stabiliseren en helpen bij geldt hier dat de inwoner op meerdere levensdomeinen afhankelijk is (of zijn) van anderen. De inwoner kan taken en vaardigheden op meerdere levensdomeinen niet meer zelfstandig of slechts met hulp uitvoeren.

Hierdoor moeten taken en vaardigheden worden overgenomen. Afhankelijk van de problematiek en doelen wordt de duur bepaald. De inzet van de professional kan variëren. Toename van de zelfredzaamheid kan mogelijk zijn en kan overgaan in een andere vorm van Ondersteuning.

Deze ondersteuningsbehoefte kan ook blijvend zijn. Met name het begeleiden van achteruitgang staat dan centraal.

De begeleidingsvraag komt veelal voort uit een (chronische) aandoening. Een (progressieve) achteruitgang kan aan de orde zijn, net als fluctuerende intensiteit van ernst, en “goede” en “slechte” periodes. De inzet van de professional kan hierdoor ook fluctueren. Ondersteuning draagt bij aan het ontlasten van de mantelzorger.