De inkomsten, die de belanghebbende geniet, worden met de
uitkering verrekend over de maand waarop deze inkomsten
betrekking hebben of geacht kunnen worden betrekking te
hebben.
Voor de toepassing van het eerste lid worden onder inkomsten
verstaan het gezamenlijk bedrag dat de belanghebbende wegens het
verrichten van activiteiten, ter hand genomen met ingang van of
na de dag waarop hij heeft opgehouden wethouder te zijn, geniet
als
winst uit onderneming;
zuivere inkomsten uit of in verband met arbeid.
Onder inkomsten, bedoeld in de vorige volzin, wordt mede
verstaan een arbeidsongeschiktheidsuitkering krachten de
Algemene Arbeidsongeschiktheidswet.
Voor de toepassing van het eerste lid worden mede als inkomsten
aangemerkt:
de inkomsten wegens in het tweede lid bedoelde
activiteiten ter hand genomen door de belanghebbende
binnen één jaar, onmiddellijk voorafgaand aan het
tijdstip van aftreden;
de inkomsten die worden genoten uit een betrekking
waarin hij gedurende zijn zittingstijd als wethouder op
non-activiteit was gesteld;
de vaste vergoeding die wordt genoten als raadslid.
Indien de belanghebbende op of na de dag bedoeld in het tweede
lid inkomsten of hogere inkomsten, anders dan ten gevolge van
algemene loonsverhogingen, verkrijgt uit in het tweede lid
bedoelde activiteiten ter hand genomen voor de dag van aftreden,
anders dan bedoeld in het derde lid, is ten aanzien van die
inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van
toepassing.
De in het eerste lid bedoelde verrekening geschiedt aldus dat de
uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmede de uitkering
vermeerderd met die inkomsten, de laatstelijk genoten wedde,
inclusief de vakantie-uitkering en eindejaarsuitkering, waarvan
de uitkering is afgeleid,overschrijdt.
Onder inkomsten bedoeld in de voorgaande leden wordt niet
verstaan kinderbijslag alsmede de compensatie voor de premie
ingevolge de Algemene Ouderdomswet en de Algemene Weduwen- en Wezenwet, welke in die
inkomsten is of geacht kan worden te zijn begrepen.
De vorige volzin is wat betreft de premiecompensatie slechts van
toepassing voor zover de daar bedoelde inkomsten betrekking
hebben of kunnen worden geacht betrekking te hebben op een
tijdvak gelegen voor 1 juni 1985.
Belanghebbende is verplicht van het ter hand nemen of weer ter
hand nemen van enige arbeid of bedrijf, dan wel van het gaan
genieten van inkomsten of hogere inkomsten als bedoeld in dit
artikel, terstond mededeling te doen aan burgemeester en
wethouders onder opgave, voor zover mogelijk, van de verwachte
inkomsten, een en ander overeenkomstig de voorschriften, hem
door burgemeester en wethouders gegeven. Zijn de inkomsten niet
vooraf op te geven, dan doet hij tijdig voor het verschijnen van
elke uitkeringstermijn opgave van de inkomsten die hij sinds het
ter hand nemen van bedoelde werkzaamheden of sinds de vorige
opgave heeft genoten. Brengt de aard van de activiteiten of de
inkomsten mede dat de inkomsten over een langere termijn dan een
maand moeten worden berekend, dan wordt op de uitkering een
vermindering toegepast van een voorlopig vastgesteld bedrag
onder voorbehoud van verrekening aan het einde van evenbedoelde
termijn.
Burgemeester en wethouders kunnen bij de vaststelling van het
bedrag van de vermindering afwijken van de opgave van
belanghebbende.
Voor de toepassing van dit artikel ten aanzien van de
voortgezette uitkeringen als bedoeld in artikel 3, tweede lid en
artikel 4a, kunnen burgemeester en wethouders andere inkomsten
aanmerken als te zijn genoten wegens activiteiten bedoeld in het
tweede lid.
Belanghebbende wordt door het aanvaarden van de uitkering geacht
erin toe te stemmen, dat allen die daarvoor naar het oordeel van
burgemeester en wethouders in aanmerking komen omtrent zijn
omstandigheden alle inlichtingen geven, welke voor de uitvoering
van deze afdeling nodig zijn.
Hoofdstuk
Artikel 5
Korting wegens inkomsten
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders van Leusden