Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10

Artikel 10.1

Uitgangspunten

Onderdeel van Archeologiebeleid gemeente Lopik

Op de waarden- en verwachtingenkaart (kaart 8) is de beschikbare informatie uit de voorgaande kaarten geanalyseerd en gecombineerd met informatie over verstoringen van de ondergrond. Het resultaat is een onderbouwd en gemotiveerd verwachtingsmodel op gemeentelijk schaalniveau. De kaart vormt daarmee de onderlegger voor de te maken beleidskeuzes over de omgang met het bodemarchief in het kader van ruimtelijke ontwikkeling (zie archeologische maatregelenkaart; hoofdstuk 11 en kaart 9). Op de waarden- en verwachtingenkaart wordt onderscheid gemaakt tussen archeologische verwachtingen en waarden. Archeologische verwachtingen doen een voorspelling over de kans dat archeologische waarden voorkomen en de dichtheid ervan. Deze kans wordt uitgedrukt in hoge, middelhoge en lage verwachting. Een hoge, middelhoge of lage trefkans betekent dat verwacht wordt dat de relatieve dichtheid van archeologische verschijnselen groot, gemiddeld of klein is.55Conform de Handleiding en Toelichting voor de nationale Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW): Deeben et al. 2009. Een lage verwachting betekent dus niet dat er geen archeologische resten/sporen aanwezig zijn, maar dat zij door hun aard en omvang een lage dichtheid hebben - en dat dus het risico dat daar bij bodemingrepen op wordt gestuit laag is. Van archeologische waarde wordt gesproken indien is vastgesteld dat op een terrein daadwerkelijk een archeologische vindplaats aanwezig is. Hier is de trefkans in principe 100%. In de gemeente zijn een aantal van zulke terreinen (‘monumenten’) aanwezig. Deze zogenaamde AMK-terreinen zijn vastgelegd op de gemeentelijke verwachtingenkaart mits ze kunnen worden teruggevoerd op feitelijk vastgestelde archeologische waarden (paragraaf. 10.2.2). Het grootste deel van het gemeentelijk grondgebied op de waarden- en verwachtingenkaart bestaat uit zones met een archeologische verwachting (hoog, middelhoog, laag). Het gaat daarbij om een beredeneerde voorspelling van de trefkans (in ruimtelijke ordeningstermen: ‘risico’) dat bij bodemingrepen archeologische sporen/resten aan het licht komen. Deze ‘trefkans’ (hoog, middelhoog, laag) is voor de gemeente Lopik zo volledig mogelijk ingevuld en afgewogen door landschappelijke gegevens te combineren met informatie over archeologische resten/sporen/vondsten die op dit moment bekend is, aangevuld met informatie over de verwachte kwaliteit van de archeologisch relevante lagen (verstoringen, verricht onderzoek, bodemontsluitingen, e.d.). De gemeentelijke verwachtingenkaart is daarmee een verfijning en verdieping van de landelijke IKAW. De totstandkoming van de archeologische waarden- en verwachtingenkaart is het resultaat van een stapsgewijze waardering en analyse van de hierboven genoemde gegevens. Dit proces en de afwegingen worden hieronder beschreven.

Rechtspraak bij dit artikel