Ondanks dat bevoegd gezag inzake behoud en beheer van het bodemarchief voor het overgrote deel naar gemeentelijk niveau is gedecentraliseerd, kan de gemeente bij de besluitvorming over ruimtelijke projecten op gemeentelijk grondgebied ook te maken krijgen met de formele bevoegdheden van het rijk en de provincie.
Rijk Van rijkswege beschermde archeologische terreinen vallen onder bevoegd gezag van het Rijk (in dezes de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed/RCE) en dus niet van de gemeente. In Lopik bevindt zich één rijksbeschermd archeologisch terrein (kasteel Jaarsveld). Voor alle bodemingrepen op dit terrein is een monumentenvergunning van de RCE vereist.
Daarnaast kan de gemeente ook in de volgende context worden geconfronteerd met het rijk c.q. de RCE:
Als bevoegd gezag:
bij besluiten op grond van de Tracéwet;
bij rijksinpassingsplannen; Als adviseur:
bij projecten die conform de (herziene) Wet milieubeheer m.e.r.-plichtig zijn. Hierbij treedt de RCE op als wettelijk adviseur voor de Commissie voor de milieueffectrapportage;
bij projecten waarbij de RCE optreedt als adviseur van haar convenantspartners
Rijkswaterstaat, de Dienst Landelijk Gebied, Defensie, Staatsbosbeheer en Prorail. In haar rol van bevoegd gezag is de gemeente echter volwaardig gesprekspartner in de besluitvorming over de AMZ. Een goede afstemming tussen de betrokken partijen is hierbij het devies.
Provincie De provincie treedt in het kader van de archeologie op als bevoegd gezag bij de afgifte van ontgrondingsvergunningen.13In de praktijk van de afgelopen jaren hebben provincies echter ook bij grote, gemeenteoverstijgende projecten e.d. nog al eens de rol van bevoegd gezag uitgeoefend. Met de introductie van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008 zijn de interbestuurlijke toezichtsverhoudingen op het gebied van de ruimtelijke ordening veranderd. Dit heeft belangrijke gevolgen voor de archeologie: de provinciale structuurvisies werken niet meer automatisch door in gemeentelijke bestemmingsplannen en de provinciale goedkeuringsbevoegdheid is verdwenen. Daarom wordt in de meeste provincies momenteel gewerkt aan de omvorming van het provinciaal archeologiebeleid richting gemeenten, van ‘toetsend achteraf’‘ naar ‘stimulerend-vooraf’’. Provinciale ondersteuning (ook financieel) bij het opstellen van gemeentelijk archeologiebeleid en gemeentelijke verwachtingskaarten speelt daarin vaak een belangrijke rol, ook in de provincie Utrecht.14De totstandkoming van de voorliggende archeologische beleidskaart Lopik, Montfoort, Oudewater en Woerden is mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de provincie Utrecht. Voor de gemeente is van belang dat de provincie daarnaast beschikt over twee formele bevoegdheden op het gebied van de gemeentelijke archeologie:
het indienen van zienswijzen inzake de borging van archeologische belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen;
de aanwijzing van ‘archeologische attentiegebieden’ (Monumentenwet, artikel 44): terreinen met belangrijke archeologische waarden die naar de mening van de provincie in het vigerende bestemmingsplan onvoldoende planologische bescherming genieten. Deze dienen door de betreffende gemeente binnen een door Provinciale Staten gestelde termijn in het bestemmingsplan te worden vastgelegd.
Momenteel is nog niet bekend of en in welke mate provincies bij de doorwerking van archeologie naar gemeentelijk niveau gebruik zullen maken van de juridische aansturingsinstrumenten uit de nieuwe Wro.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4
Wisselwerking met rijk en provincie
Onderdeel van Archeologiebeleid gemeente Lopik