Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Opbouw van het bodemarchief

Onderdeel van Archeologiebeleid gemeente Lopik

Het bodemarchief van Lopik is sterk gerelateerd aan de aanwezigheid van oude riviersystemen in de ondergrond. De ondiepe (<15 m) ondergrond van het gemeentelijk grondgebied bestaat uit sedimenten, die voor het grootste deel door rivieren zijn afgezet. Dit pakket is onder te verdelen in een deel dat is afgezet in het Pleistoceen (tot 10.000 jaar voor heden) en een deel dat in het jongste geologische tijdvak (Holoceen, vanaf 10.000 jaar voor heden) is afgezet. Het pleistocene pakket bevindt zich diep in de ondergrond (de bovenzijde ligt in dit gebied op ca. 5-8 m -mv) en bestaat in Lopik vrijwel geheel uit een grote vlakte van (grof) zand en grind, dat tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien) is afgezet door brede vlechtende rivieren die zich een weg baanden door de poolwoestijn. Over de aanwezigheid van de mens in dit landschap is niets of nauwelijks iets bekend. Het jonge, holocene pakket is complexer van opbouw en bestaat uit een afwisseling van zand, klei en veen, dat werd afgezet door meanderende rivieren die hun beddingen voortdurend verlegden (vanaf ca. 8000 jaar voor heden tot de bedijking in de Middeleeuwen). Dit leverde een grillig patroon op van goed begrensde, relatief smalle ‘zandbanen’ (‘beddinggordels’). De jongste en meest ondiep gelegen daarvan zijn tot op de dag van vandaag aan maaiveld nog (gedeeltelijk) zichtbaar als stroomruggen. Dit is goed te zien op kaart 1 (deel B). Tijdens de ontginning van het gebied in de Middeleeuwen zijn deze stroomruggen gebruikt als ontginningsbasis. Vanaf daar werden de lager gelegen en natte veengebieden ontwaterd en ontgonnen. Dit heeft het karakteristieke cope-landschap opgeleverd met zijn contrast tussen de bebouwde bewoningslinten en de openheid van de komgebieden met hun langgerekte kavels. Al met al heeft dit een gelaagd bodemarchief opgeleverd waarin archeologische overblijfselen van menselijke bewoning en gebruik uit alle perioden bewaard (kunnen) zijn gebleven.

Rechtspraak bij dit artikel