De Monumentenwet (artikel 41a) gaat uit van een algemeen ontheffingscriterium van 100m2, tenzij de gemeenteraad daar op archeologisch-inhoudelijke gronden anders over beslist. Deze mogelijkheid tot bijstelling van de 100m2-grens (zowel naar boven als beneden) biedt voor gemeenten de mogelijkheid om de beleidsmatige omgang met het bodemarchief in te vullen afhankelijk van de plaatselijke situatie. Daartoe is op gemeentelijk schaalniveau een realistische archeologisch-inhoudelijke verwachting opgesteld: de gemeentelijke archeologische verwachtingenkaart biedt een actueel inzicht in de aard en betekenis van het gemeentelijk bodemarchief. Deze is vervolgens vertaald in een maatregelenkaart, waarop wordt aangegeven hoe Lopik bij ruimtelijke ontwikkelingen omgaat met de archeologische waarden en verwachtingen. De ruimtelijke uitwerking van het archeologiebeleid (beleidskaart) wordt planologisch en juridisch verankerd in bestemmingsplannen. Hiermee voldoet de gemeente aan de eisen van Monumentenwet, Wro en Bro (zie hoofdstuk 2 van deze beleidsnota) dat archeologische belangen volwaardig worden meegewogen in het ruimtelijk beleid.
Bij het voorschrijven van archeologisch (voor)onderzoek is uitgegaan van een zo effectief mogelijke inzet op archeologie,20Archeologisch (voor)onderzoek in kleine plangebieden levert niet altijd zinvolle informatie op, tenzij het gaat om een al bekende vindplaats of binnen historische woonkernen. In dat geval kan zelfs een ingreep van minder dan 100m2 schade toebrengen aan de informatiewaarde van het bodemarchief. en de eisen van een ‘normaal’ ruimtegebruik en ruimtelijke ontwikkelingen. Dit resulteert in de opdeling van het gemeentelijk grondgebied in zes verschillende archeologische zones, elk gekoppeld aan een eigen planologisch regime van onderzoekseisen, diepte- en oppervlakteontheffingen.
De adviezen en inbreng van adviesbureau Vestigia (de samensteller), de leden van de projectgroep (medewerkers gemeenten Lopik, Montfoort, Oudewater en de gemeentearcheoloog van Woerden) alsmede van de provinciaal archeoloog gehoord hebbende, hanteert Lopik de volgende beleidscategorieën, onderzoekseisen en ontheffingen:
ARCHEOLOGISCHE BELEIDSKAART GEMEENTE LOPIK
Waarden- en verwachtingenkaart
Beleidscategorie maatregelenkaart
Beleidsdoelstelling
Ontheffingenbeleid
Rijksbeschermde archeologische terreinen (ex artikel 3 van de
Monumentenwet)
Categorie 1
Behoud in situ
Ontheffingsoppervlak: geen
Ontheffingsdiepte: geen
AMK-terreinen/gewaardeerde vindplaatsen
Categorie 2
Behoud in situ
Onderzoeksverplichting indien plangebied groter is dan 100 m2 en diepte bodemingreep meer dan 30 cm -mv
Cultuurhistorische elementen en terreinen (bewoningslinten, oude woonplaatsen) met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd
(‘jonge archeologie’; relatie cultuurhistorie/ monumenten)
Landschappelijke eenheden (jongere beddinggordels/stroomruggen) met een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische waarden (prehistorie t/m Nieuwe tijd)
Categorie 3
Archeologisch vooronderzoek bij ruimtelijke ontwikkeling om vast te stellen of er sprake is van behoudenswaardige vindplaatsen
Onderzoeksverplichting indien plangebied groter is dan 200 m2 en diepte bodemingreep meer dan 50 cm -mv
Oudere, dieper gelegen stroomgordels en crevassen, met een middelhoge kans op het aantreffen van archeologische waarden
(Vroege en Late Prehistorie)
Categorie 4
Archeologisch vooronderzoek om de archeologische verwachting nader te specificeren, maar dan alleen bij grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen en bodemingrepen
Onderzoeksverplichting indien plangebied groter is dan 2.500 m2 en diepte bodemingreep meer dan 100 cm -mv
Landschappelijke eenheden (komgronden) met een lage kans op het aantreffen van archeologische waarden
Categorie 5
Alleen bij zeer grootschalige ruimtelijke ontwikkelingen archeologisch vooronderzoek om de archeologische verwachting te specificeren
Onderzoeksverplichting alleen bij m.e.r.plichtige projecten
Archeologievrij gebied = zones waar het bodemarchief is verstoord, of waar op basis van eerder archeologisch onderzoek de aanwezigheid van archeologie reeds is uitgesloten, of de archeologie door middel van een definitieve opgraving ex situ is veiliggesteld
Categorie 6
Vrijgave voor andere ruimtelijke functies
Geen onderzoeksverplichting
Hiermee heeft Lopik een balans aangebracht tussen het behoud van archeologische informatie (de gemeentelijke zorgplicht) en economisch-maatschappelijke criteria (tijd, kosten, procedures en regeldruk – zowel voor de burger c.q. veroorzaker als voor het bevoegd gezag).
Voor de ruimtelijke en technisch-inhoudelijke onderbouwing van het onderzoeks- en ontheffingenbeleid in de verschillende zones (omvang plangebied, diepte bodemingreep) wordt verwezen naar de toelichting op de beleidskaart in deel B (toelichting, paragraaf 11.4). In bijlage 6 zijn de archeologisch-inhoudelijke verwachtingen per zone beschreven en overzichtelijk gerangschikt (relatie met landschap, bodem, periode en te verwachten sporen/resten).
Hoofdstuk 4
Artikel 4.2
Onderzoekseisen en ontheffingen
Onderdeel van Archeologiebeleid gemeente Lopik