Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 5.1

Mogelijke afwijkingen per gebied

Onderdeel van Geurgebiedsvisie Lopik

In artikel 8, lid 1 van de Wgv is geregeld welke voorwaarden gelden om andere waarden of afstanden op te nemen. Naast de inzichten in de huidige en te verwachte geursituatie maakt de gemeenteraad een integrale IPPCafweging. De criteria uit deze Europese richtlijn zijn namelijk opgenomen in de Wgv om strijdigheden te voorkomen en handvatten te bieden om een afweging te kunnen maken rond het gewenste beschermingsniveau. In relatie tot de IPPC-afweging kan voorop worden gesteld dat er binnen de gemeentegrenzen 1 agrarisch bedrijf is die onder de werkingssfeer van deze Europese richtlijn valt. De verwachting is dat het bij deze zal blijven, omdat doorgaans de bedrijven die naar deze omvang ontwikkelen kiezen voor gebieden waar veel ontwikkelruimte is voor de landbouw zoals de landbouwontwikkelingsgebieden in de Gelderse Vallei/Utrecht-Oost. Het doel van de IPPC-richtlijn is het tegengaan van belangrijke verontreinigingen door een geïntegreerde aanpak. Bij milieuvergunningen worden hiervoor emissiegrenswaarden opgenomen die gebaseerd zijn op de best beschikbare technieken (BBT). Voor de veehouderijsector is een referentielijst opgesteld met systemen die hieraan voldoen (VROM, 2003). Voor de geuremissie zijn geen emissiegrenswaarden vastgesteld. Dit betekent dat de integrale afweging gebaseerd moet zijn op plaatselijke milieuomstandigheden en samenhang van alle veehouderijen. Om dit te bepalen heeft ministerie van VROM een verspreidingsmodel laten ontwikkelen, genaamd “V-Stacks gebied”. Wanneer alle bedrijven worden ingevoerd in dit verspreidingsmodel, is duidelijk wat de totale belasting van alle bedrijven gezamenlijk is en kan een geïntegreerde afweging gemaakt worden wat maximaal toelaatbaar is binnen vooraf gekaderde gebieden. Foto 14: beweiding van melkvee en paarden met watertoren op de achtergrond 5.1.1 Keuze rond gebiedsindeling Omdat voor de gemeente Lopik en omgeving geen Reconstructieplan is opgesteld, is in paragraaf 4.1 een gebiedsindeling gemaakt. Hierbij is maatwerk gezocht door aan te sluiten bij de grenzen in het Streekplan (Provincie Utrecht, 2004), het bestemmingsplan (gemeente Lopik, 2007a) en de bouwverordening (gemeente Lopik, 2007b). Naast onderscheid in buitengebied en bebouwde kommen is ook in deze gebieden weer een onderverdeling te maken in gebieden waar de geurbeleving anders wordt ervaren. In de bebouwde kommen heb je onderscheid in grote en kleine kernen en woon- en werkgebieden. In het buitengebied heb je onderscheid in gebieden met veel veehouders en weinig burgers en andersom en gebieden van recreatie of natuur en kernrandzones en/of lintbebouwingen die als uitloper of overgangsgebieden kunnen worden beschouwd. De gemeente heeft er voor gekozen om voorlopig de normen uitsluitend vast te leggen in onderscheidenlijk binnen en buiten de bebouwde kom en over twee jaar te evalueren of een verdere onderscheid noodzakelijk is. 5.1.2 Mogelijkheden per veehouderijsector In hoofdstuk 4 zijn de geurknelpunten in beeld gebracht. Hierbij zijn de te verwachte negatieve effecten in een autonome variant, dat uitgaat van min of meer maximale benutting van de milieuruimte, gekwantificeerd. Dit is daarom vooral in de beperkte open gebieden te zien als een worst-casebenadering. Dus bij een vergelijking tussen positieve en negatieve effecten zal op deze wijze de balans altijd negatiever zijn dan de werkelijke situatie. In de praktijk zullen voor de geursituatie positieve effecten optreden, vooral indien er sprake is van een afname van de geurbelasting in extensiveringsgebieden rond de bebouwde kommen en de bebouwde kommen zelf. In deze paragraaf worden per type veehouderijen de keuzemogelijkheden beschreven. Extensieve veehouderijen In paragraaf 4.2.1 is een analyse gemaakt rond de vaste afstanden die gelden bij extensieve veehouderijbedrijven. Er is daarbij in beeld gebracht hoeveel geurgevoelige objecten binnen 100 meter en 50 meter respectievelijk binnen en buiten de bebouwde kom van de bouwblokken van de veebedrijven zijn gelegen. Daarnaast is bekeken wat het effect is wanneer al deze aftstanden gehalveerd worden. Als laatste is een analyse gemaakt waarbij aansluiting is gezocht bij de AMvB landbouw met minder dan 200 koeien en/of 50 overige dieren. De resultaten van de analyses zijn in tabel 10 weergeven. tabel 10: aantal geurknelpunten rond de vaste afstanden. wettelijke afstand halvering afstand aftstand AMvB Aantal geurknelpunten in de bebouwde kom 360 102 53 Aantal geurknelpunten in het buitengebied 381 126 50 Intensieve veehouderijen In paragraaf 4.2.2 is voor de intensieve veehouderijen naast de huidige geursituatie een autonome variant berekend om een goede afweging te maken tussen geurbelasting en geurbeleving. Uit de analyse van de geurknelpunten blijkt dat behalve in de bebouwde kommen van Uitweg en Lopikerkapel de geurbelasting nauwelijks toeneemt, doordat bedrijven al worden belemmerd door omliggende woningen. Foto 15: tussen Polsbroek en Polsbroekerdam liggen bedrijven met veel ontwikkelruimte Voor de geurhinder is voor de afweging van de mate van acceptatie van belang om inzicht te krijgen in wat een goede milieukwaliteit is. De landelijke norm uit de Wgv leidt binnen de bebouwde kom tot circa 11% hinder en buiten de bebouwde kom tot circa 29% hinder. Bij de afweging is niet alleen de kwaliteit, maar ook de kwantiteit een aspect voor de overweging. In de bebouwde kom is de bebouwingsconcentratie hoger, waardoor het aantal inwoners dat hinder beleeft uiteraard ook sneller toeneemt. Om dit te visualiseren is de gemiddelde belasting zoals uitgewerkt is in paragraaf 4.2.2 omgezet in aantallen gehinderde. Dit is hieronder in tabel 11 weergegeven. tabel 11: aantal mensen die soms of vaak last hebben van geurhinder gemiddeld per reconstructiezone. Gebied Aantal GGO Aantal mensen dat soms of vaak geuroverlast ondervind huidig autonoom Bebouwde kommen 3.583 143 215 Buitengebied 1.082 108 130 Totaal in percentage 5,3% 7,4% In de volgende paragraaf wordt een analyse uitgewerkt om de autonome variant en huidige situatie beter tegen elkaar af te kunnen wegen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel