Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 6.1

Onderbouwing en antwoord op keuzes rond gebiedsgericht geurbeleid

Onderdeel van Geurgebiedsvisie Lopik

De verordening en bijbehorende kaarten geven duidelijkheid over wat geurgevoelige objecten zijn, hoe hiermee wordt omgegaan en wat de consequenties hiervan zijn voor de agrarische bedrijven en toekomstige woningbouw. In de voorgaande hoofdstukken is de analyse beschreven, onderbouwd welke keuzes zijn gemaakt en heeft het gebiedsgericht geurbeleid geleid tot een gebiedsvisie. In deze visie zijn de keuzes vormgegeven. Een andere normstelling betekent niet meteen dat de feitelijke geurbelasting wijzigt. De door het college van burgemeester en wethouders gemaakte keuzes binnen de in de Wgv bepaalde beleidsvrijheid, geven echter sturing aan de toekomstige situatie. Daar waar de agrarische bedrijven ruimte krijgen en dit wenselijk wordt geacht, bestaat een mogelijkheid op een toename van geur. Op plaatsen waar de normen strenger zijn zoals bij de bebouwde kommen, zullen de nog aanwezig overbelaste situaties op termijn worden opgelost. De Wgv staat bij een milieuvergunning immers uitsluitend uitbreidingen toe als 50% van de milieuwinst door het emissiearm maken van stallen wordt ingeleverd en alle stallen van intensieve veehouderijen moeten met het generieke beleid (VROM, 2005) op termijn emissiearm worden uitgevoerd. Het college van burgemeester en wethouders heeft als raadsvoorstel gekozen om de lintbebouwing, industriettereinen en de gehuchten Polbroekerdam en Willige Langerak als buitengebied te beschermen. De normen voor de veehouderijen zijn hiervoor bij de bebouwde kommen Polsbroek, Benschop, Cabauw, Lopik, Jaarsveld, Uitweg en Lopikerkapel en de zone rondom de bebouwde kommen (rode contouren) gelijk aan de wettelijke normen. In beide gevallen is niet gekozen voor de maximale normmarge die de Wgv biedt, maar is aan de hand van GIS-analyses gekozen voor een maatwerknorm. Foto 18: Graslanden aan de Lekdijk

Rechtspraak bij dit artikel