Wanneer we het beschreven toekomstperspectief van landbouw als onderdeel van een multifunctioneel landelijk gebied vertalen naar ruimtelijke kwaliteit krijgen we het volgende overzicht.
Landbouw
Belevingswaarde
Erfinrichting volgt landschap;
Behoud cultuurhistorisch waardevolle bebouwing;
Stimuleren van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;
Verstevigen uitstraling ontwikkeling agrarische sector;
Belang van agrarische sector voor identiteit (samenleving) Lopik;
Afwisseling reuring en “rust en ruimte”.
Gebruikswaarde
Passende ontwikkelingsmogelijkheden voor toekomstbestendig agrarisch bedrijf;
Flexibele regeling herbestemming agrarisch bouwpercelen;
Ruimte voor functionele verbreding;
Aandacht voor bereikbaarheid en toegankelijkheid.
Toekomstwaarde
Duurzame ontwikkeling grondgebonden veehouderij;
Breed draagvlak voor agrarische ontwikkeling;
Sociaaleconomisch vitaal landelijk gebied;
Duurzame inrichting watersystemen en samenhang tussen gebieden met natuurlijke waarden.
Het geschetste toekomstperspectief vereist voornamelijk een flexibel afwegingskader om te kunnen inspelen op de dynamiek binnen de agrarische sector. In dit afwegingskader zal met betrekking tot landbouw in ieder geval rekening gehouden moeten worden met de volgende “bouwstenen voor beleid”:
ruimtelijke kwaliteit als randvoorwaarde voor nieuwe activiteiten en herbestemming;
voldoende ruimte bieden voor de duurzame ontwikkeling van toekomstbestendige grondgebonden veehouderijen;
percelen en bestaande agrarische bedrijfsbouwing moeten ingezet kunnen worden voor verbreding van het agrarisch bedrijf door middel van ondergeschikte agrarische en niet-agrarische nevenactiviteiten;
innovatieve regelgeving voor ruime en flexibele mogelijkheden voor de herbestemming van agrarische percelen;
sturen op actieve benadering van “stoppers” en het organiseren van draagvlak voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de agrarische sector;
inzetten op behoud cultuurhistorische waarden, landschapssstructuur en agrarisch vastgoed;
bewaken van een goed evenwicht tussen een goede fysieke leefomgeving (gezondheid, duurzaamheid, voorkomen van hinder) en het realiseren van optimale omstandigheden voor agrarische bedrijven.