1. Als vermogen wordt in ogenschouw genomen het vermogen op de dag waarop de in aanmerking komende

kosten als bedoeld in artikel 2 voor het eerst zijn gemaakt.

2. Als maandinkomen wordt in ogenschouw genomen het inkomen over de maand waarin de in aanmerking

komende kosten als bedoeld in artikel 2 voor het eerst zijn gemaakt.

3. Bij wisselende inkomsten wordt voor het vaststellen van het maandinkomen het gemiddelde genomen van

het inkomen over de maand waarin de kosten zijn gemaakt alsmede de onmiddellijk daaraan voorafgaande

vijf maanden.