Bodycamopnames bevatten informatie over personen en dus vallen de opnames onder het wettelijke regime voor persoonsgegevens. Het belangrijkste juridische kader hierin is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). In dit hoofdstuk staat beschreven op welke wijze de gemeente Vlaardingen heeft geregeld dat de inzet van de bodycams aan alle eisen uit de AVG voldoet.
2.1Algemene verordening gegevensbescherming
De AVG staat alleen verwerking van persoonsgegevens toe als die verwerking gebaseerd kan worden op één van de zes grondslagen die de AVG biedt (artikel 6, eerste lid). In het geval van het gebruik van de bodycams wordt voldaan aan artikel 6, eerste lid, onder f AVG:
“de verwerking is noodzakelijk voor de behartiging van de gerechtvaardigde belangen van de verwerkingsverantwoordelijke of van een derde, behalve wanneer de belangen of de grondrechten en de fundamentele vrijheden van de betrokkene die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, zwaarder wegen dan die belangen, voornamelijk wanneer de betrokkene een kind is.”
Die grondslag geldt niet voor de verwerking door overheidsinstanties in het kader van de uitoefening van hun taken. Maar in dit geval is die uitzondering niet van toepassing. De bodycams worden namelijk niet ingezet door de gemeente voor de uitoefening van haar publiekrechtelijke taken, maar door de gemeente in haar privaatrechtelijke rol als werkgever om zo zorg te dragen voor de veiligheid van haar werknemers.
Het gerechtvaardigde belang ligt in het nakomen van de wettelijke verplichtingen van artikel 3, eerste lid onder b en tweede lid Arbowet. Daarin staat dat een werkgever al het mogelijke moet doen om gevaren en risico’s voor de gezondheid en veiligheid van werknemers te voorkomen dan wel te beperken. Ook moet de werkgever een goed arbeidsomstandighedenbeleid voeren om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of te beperken. Dit vloeit eveneens voort uit de verplichting om zich als een goed werkgever te gedragen, zoals opgenomen in artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek.
De bodycams worden dus ingezet door de gemeente in haar privaatrechtelijke rol als werkgever van de boa’s die een zo veilig mogelijke werkplek moet bieden. Alle verwerkingen van de opnames moeten in lijn liggen met die doelstelling: veiligheid van de boa’s. Gebruik van de opnames voor andere doelen valt buiten die grondslag en dus buiten het gerechtvaardigde belang waar de inzet op is gebaseerd. Dit geldt bijvoorbeeld als een boa een bodycamopname wil gebruiken als bewijs van een overtreding van een lokale verordening. Dat zou betekenen dat de bodycam wordt gebruikt voor het uitvoeren van een overheidstaak en dat vergt een andere grondslag.
Ook de gemeenten Rotterdam, Amsterdam en de politie hebben als werkgevers het gebruik van bodycams door hun personeel op deze grondslag gebaseerd.
2.2 Noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit
Het uitgangspunt is dat er in principe zo min mogelijk persoonsgegevens worden verzameld. De principes van noodzakelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit spelen daarbij een belangrijke rol.
Noodzakelijkheid
Een belangrijke vereiste voor een rechtmatige verwerking van persoonsgegevens door middel van cameratoezicht betreft de noodzakelijkheid van de verwerking.
Agressie en geweld kunnen ernstige gevolgen hebben voor de boa. Geweld kan zowel fysieke als mentale gevolgen hebben. De fysieke gevolgen kunnen variëren van lichte verwondingen, permanente fysieke gevolgen tot in potentie het overlijden. De gevolgen van verbale vormen van agressie lijken wellicht op het eerste gezicht minder schadelijk, maar komen veel vaker voor. Dit kan leiden tot psychische pijn en andere gezondheidsklachten zoals angstgevoelens, slaapstoornissen, psychosomatische klachten, PTSS, etc. Agressie en geweld zijn volgens de Arbowet een vorm van psychosociale arbeidsbelasting.
Werkgevers zijn, zoals beschreven in artikel 2.15 Arbobesluit, verplicht maatregelen vast te stellen en uit te voeren om psychosociale arbeidsbelasting te voorkomen of als dat niet mogelijk is te beperken. De noodzaak voor het gebruik van bodycams door de boa’s in Vlaardingen ligt in de overweging dat:
Agressie en geweld de afgelopen jaren een verhoogd risico vormen voor de boa’s bij het toezien op en het handhaven van de veiligheid, leefbaarheid en naleving van regels;
Een bodycam voor die medewerkers als persoonlijk beschermingsmiddel wordt gezien om de veiligheid te vergroten.
Proportionaliteit
Het proportionaliteitsbeginsel houdt in dat de inbreuk op de belangen van de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel. Daarbij geldt dat de fysieke en mentale gezondheid van de boa’s een zwaarwegend belang is. In de eerste plaats omdat we het hier hebben over de gezondheid van mensen, mensen die zich in zetten voor het publieke belang en daarbij risico lopen. Daarnaast is het zonder gezonde boa’s voor de lokale overheid onmogelijk om haar taken uit te voeren.
Het doel van de verwerking is het creëren van een veilige werkomgeving voor de boa’s. De (preventieve) inzet van bodycams door boa’s is in het kader van het bereiken van dit doel een proportioneel middel. Er wordt (zo ver in redelijkheid mogelijk) altijd voorafgaand om toestemming gevraagd om opnamen te maken dan wel wordt er een waarschuwing gegeven. Er worden alleen beelden opgenomen en opgeslagen als er sprake is van een voor de boa (potentieel) onveilige situatie. Er worden geen permanente opnamen gemaakt en opgeslagen zoals bijvoorbeeld bij vast en mobiel cameratoezicht 1 Beleidsregels cameratoezicht gemeente Vlaardingen 2021. het geval is.
De beelden van de bodycam worden versleuteld en voor een beperkte periode van 28 dagen opgeslagen. Zij zijn slechts in een beperkt aantal nauw omschreven situaties op te vragen en te bekijken. De boa die de bodycam heeft ingeschakeld heeft zelf geen toegang tot de beelden en het bewerken (inclusief vernietigen) van de beelden is niet mogelijk. De belangen van de betrokkene (gefilmde persoon) worden gewaarborgd en beschermd. Door de strikte voorwaarden die gesteld worden aan het gebruik van de bodycams, wordt voldaan aan het vereiste van proportionaliteit.
Subsidiariteit
Ingevolge het subsidiariteitsbeginsel mag het doel waarvoor de persoonsgegevens worden verwerkt in redelijkheid niet op een andere, voor de bij de verwerking van persoonsgegevens betrokkene minder nadelige, wijze kunnen worden verwerkelijkt.
De veiligheid van de boa’s heeft voortdurend bijzondere aandacht. Boa’s volgen jaarlijks de cursus Regeling Toetsing Geweldsbeheersing (RTGB), permanente her- en bijscholing (PHB) en voeren minimaal in tweetallen hun werk uit. Ook zijn de boa’s uitgerust met een kogelwerend-/steekvest, handboeien en een portofoon. Helaas blijkt de huidige uitrusting onvoldoende toereikend gezien de incidenten waarmee de boa’s tijdens de uitoefening van hun werk te maken krijgen. De bodycam is een noodzakelijke toevoeging aan het instrumentarium omdat er geen ander, lichter, middel meer voor handen is waarmee in escalerende situaties de eerder gestelde doelen kunnen worden bereikt.
De gemeente Vlaardingen vindt het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer van inwoners heel belangrijk: het is een mensenrecht. Maar de plicht om als werkgever een veilige werkplek voor de boa’s te bieden, weegt ook zeer zwaar. Alles afwegende komt de gemeente Vlaardingen tot de conclusie dat de bodycams proportioneel, subsidiair en dus noodzakelijk zijn.
2.3Data Protection Impact Assessment (DPIA)
Voor verwerkingen van persoonsgegevens met een hoog privacyrisico moet een Data Protection Impact Assessment (DPIA) worden opgesteld. Bodycams zijn een verwerking met een hoog privacyrisico en dus moet er een DPIA worden opgesteld. In zo’n DPIA staat hoe het bodycamproces werkt en wordt beschreven welke persoonsgegevens worden verwerkt. In de DPIA staat ook de grondslag van de bodycams en wordt de noodzakelijkheid onderbouwd. Daarna worden de risico’s geïnventariseerd die de bodycams voor de privacy van betrokkenen opleveren en worden passende beschermingsmaatregelen getroffen om die risico’s weg te nemen of te verkleinen. Uiteindelijk maakt de verwerkingsverantwoordelijke de afweging of het nettorisico (het restrisico dat overblijft na het treffen van de beschermingsmaatregelen) acceptabel is.
2.4Verwerking en de privacy van geobserveerde
De bodycam wordt duidelijk herkenbaar gedragen. Ter waarborging van de privacy is naast deze beleidsregels een (gebruiks)protocol met (interne) werkinstructie opgesteld. De termijn voor het bewaren van de beelden is 28 dagen. De beelden worden versleuteld opgeslagen. Bij ontvreemding van de bodycam kunnen de beelden niet zomaar worden uitgelezen. Mocht er naar aanleiding van een incident een uitleesverzoek komen, dan wordt dit afgehandeld volgens de beleidsregels en het (gebruiks)protocol. Denk hierbij aan (ernstige) incidenten waarvan de boa aangifte doet bij de politie dan wel als de politie of het Openbaar Ministerie om de beelden verzoekt.
Ook een gefilmd persoon kan inzage krijgen in de beelden. Een uitleesverzoek kan door betrokkene schriftelijk worden ingediend. De regels hiervoor staan opgenomen in paragraaf 3.4. Hierbij gelden de voorwaarden dat de verzoeker een aantoonbaar belang heeft bij inzage van de beelden en dat het niet in strijd is met de bepalingen zoals opgenomen in de AVG. Dat houdt bijvoorbeeld in dat derden (niet de verzoeker) die eveneens op de beelden te zien zijn, voor verzoeker onherkenbaar worden gemaakt. De opgevraagde beelden worden, voordat deze ter inzage worden aangeboden, getoetst op inhoud, zodat informatie van/over derden voor verzoeker niet inzichtelijk is.
Op de gemeentelijke website wordt na vaststelling van deze beleidsregels een privacy-statement geplaatst. Daarnaast communiceert de gemeente over het gebruik van de bodycams met inwoners om onrust te voorkomen en duidelijk te maken wanneer zij de inzet van dit middel kunnen verwachten.