Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Voorwaarden voor een kennismakingsperiode:

Onderdeel van Nadere regels met betrekking tot de kennismakingsperiode gemeente Amsterdam

a.. aanvragers hebben niet eerder met elkaar samengewoond, b.. er is geen sprake (geweest) van kostgangerschap of onderhuur (van aanvragers), c.. aanvragers hebben nog geen voorbereidingen getroffen voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap, d.. beide aanvragers houden hun eigen woonruimte aan, e.. een eventuele verhuurder (wooncorporatie) is op de hoogte en akkoord met het tijdelijk niet bewonen van de woonruimte. f.. Indien één van de partners voor een periode van langer dan 28 dagen ten tijde van de kennismakingsperiode in een inrichting als bedoeld in artikel 1 onderdeel f van de Participatiewet verblijft, houdt het recht op de kennismakingsperiode op te bestaan. Wanneer de partner niet langer meer in de inrichting verblijft, kan de kennismakingsperiode opnieuw worden aangevraagd. Bij toekenning herleeft het recht op de kennismakingsperiode voor de periode dat van de oorspronkelijk toegekende 6 maanden resteert. Dit geldt ook wanneer één van beide partners langer dan 28 dagen in het buitenland verblijft en bij detentie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel