Geen kennismakingsperiode wordt verleend indien:
Lid 1. De belanghebbenden al eerder het hoofdverblijf hebben gehad op dezelfde woning en
zij met elkaar gehuwd zijn geweest of
uit hun relatie een kind is geboren of erkenning heeft plaatsgevonden van een kind van de een door de andere of
er sprake is van een samenlevingscontract of ondertrouw of
Zij op grond van een registratie worden aangemerkt als een gezamenlijke huishouding die naar aard en strekking overeenkomt met de gezamenlijke huishouding als bedoeld in artikel 3 lid 3 Participatiewet.
Lid 2 . als een van de belanghebbenden in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag van de kennismakingsperiode al gebruik heeft gemaakt van de kennismakingsperiode
Hoofdstuk 2
Artikel 5
Uitsluitingen
Onderdeel van Nadere regels met betrekking tot de kennismakingsperiode gemeente Amsterdam