Wanneer voert de gemeente facilitair grondbeleid?
De gemeente voert een faciliterend grondbeleid wanneer:
- - een ruimtelijk initiatief past in het ruimtelijk beleid van de gemeente;
- - de initiatiefnemer eigenaar is van de betreffende grond;
- - de initiatiefnemer in staat is het initiatief te realiseren;
- - de gemeente het risico van een eigen grondexploitatie te groot vindt of verlieslijdend is
Een bijkomende voorwaarde is, dat met de initiatiefnemer zodanige afspraken kunnen worden gemaakt, bij voorkeur in een anterieure overeenkomst, dat:
- - de regierol van de gemeente voldoende is verzekerd;
- - het verhalen van de gemeentelijke kosten is verzekerd.
Hoofdkenmerk van facilitair grondbeleid is, dat de gemeente de voor een ruimtelijke ontwikkeling benodigde grond niet zelf verwerft. De gemeente handelt slechts in het kader van haar publiekrechtelijke rol.
De gemeente heeft in die situatie invloed op de ruimtelijke ontwikkeling via het bestemmingsplan en door het afsluiten van een anterieure overeenkomst met een particuliere exploitant.
In een dergelijke overeenkomst worden afspraken gemaakt over het verhalen van kosten die de gemeente maakt. Daarnaast worden er in de overeenkomst kwaliteitseisen gesteld, bijvoorbeeld aan de technische en kwalitatieve uitvoering van de toekomstige openbare ruimte (wegen, groen), die na voltooiing van het project moet worden overgedragen aan de gemeente. Het afsluiten van een dergelijke overeenkomst is gebaseerd op vrijwilligheid.
Wanneer een exploitant niet bereid is om een voor de gemeente bevredigende overeenkomst te sluiten, is het mogelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Dit plan heeft een dwingend karakter en vormt de basis om een exploitatiebijdrage te heffen bij een ontwikkelaar. Daarna kan er alsnog een posterieure overeenkomst worden afgesloten en als dat ook niet lukt, kan het kostenverhaal door het heffen van een exploitatiebijdrage worden verzekerd. In bijlage 1, paragraaf 1.1 .1, wordt verder ingegaan op het exploitatieplan en de posterieure overeenkomst.
Er is binnen het facilitair grondbeleid nog een onderscheid te maken in proactief facilitair grondbeleid en passief facilitair grondbeleid.
Proactief facilitair grondbeleid houdt in, dat de gemeente een initiatief dat past in het ruimtelijke beleid van de gemeente en daarnaast ook prioriteit heeft, actief gaat ondersteunen. Het doel is dan, om in overleg met een marktpartij te komen tot een uitvoerbaar plan, dat past in het gemeentelijke beleid.
Met actief ondersteunen wordt bedoeld, het inzetten van ambtelijke capaciteit of externe adviseurs op het gebied van alle betrokken disciplines, zoals stedenbouw, ruimtelijke ordening, planeconomie, privaatrecht, civiele techniek, verkeerskunde en milieu.
Hierbij is het mogelijk dat niet alle kosten die de gemeente in deze voorbereidingsfase maakt kunnen worden verhaald en dat de gemeente een deel van kosten voor haar eigen rekening zal moeten nemen.
Passief facilitair grondbeleid houdt in, dat de gemeente meewerkt aan een initiatief dat past in het ruimtelijke beleid van de gemeente, maar geen prioriteit heeft. In dat geval beperkt de inspanning van de gemeente zich tot het uitvoeren van de publiekrechtelijke rol van de gemeente.